Huur: definitie, zuilen en oordeel#
Definitie. Huur (al-ijāra) komt van al-ajr, de vergoeding voor werk: 'als je had gewild, had je er loon voor kunnen nemen' (al-Kahf 18:77). Als vakterm is het een contract over een bekend nut of bekend werk, voor een bekende tijd, tegen een bekende vergoeding. Het is een soort koop: in feite koopt men nut.
Verschil met koop. Bij koop gaat het om de zaak zelf; bij huur om het nut. Bij koop wordt de koper eigenaar en draagt hij de verantwoordelijkheid; bij huur blijft de zaak van de verhuurder en draagt hij de verantwoordelijkheid.
Vier zuilen. (1) De formule: aanbod en aanvaarding, meestal met woorden, maar ook door handeling, zoals fietsen of auto's die met een vaste prijs te huur staan. (2) De twee partijen: verhuurder en huurder. (3) Het voorwerp: het nut van een zaak of van werk. (4) Het loon: wat de huurder betaalt voor het nut of het werk.
Toegestaan. Huur is toegestaan volgens Koran, sunna en consensus: 'als zij voor jullie zogen, geeft hun dan hun loon' (aṭ-Ṭalāq 65:6). ʿĀʾisha vertelt dat de Profeet ﷺ en Abū Bakr een man van Banū d-Dīl inhuurden als ervaren gids (al-Bukhārī). Ibn Qudāma: de geleerden van elke tijd en elk land zijn het eens over huur.
Wijsheid. Niemand kan alles zelf doen of alles kopen. Daarom huurt men arbeiders, huizen en vervoer. Allah stond huur toe om het mensen makkelijk te maken.
Kernpunten
- Huur is een contract over bekend nut of werk, voor bekende tijd, tegen bekend loon.
- Bij koop gaat de zaak over; bij huur alleen het nut.
- De zuilen zijn formule, partijen, het nut en het loon.
- Huur is toegestaan door Koran, sunna en consensus.
Bron: الفقه (٤), les 7, vanaf p. 22.
Begrippen
- الإجارة al-ijāra · huur
- contract over bekend nut of werk tegen bekend loon (les 7, p. 22)
- المؤجر والمستأجر al-muʾajjir wa-l-mustaʾjir · verhuurder en huurder
- de twee partijen bij huur (les 7, p. 22)
- الأجرة al-ujra · loon, huurprijs
- wat de huurder betaalt voor nut of werk (les 7, p. 22)
- الخريت al-khirrīt · ervaren gids
- wie de verborgen wegen in de woestijn kent (les 7, p. 23)