De rangen van taqwā#
Waarschuwing. Onder het voorwendsel van taqwā onthouden veel mensen zich van zuiver toegestane zaken. Volgens het boek is dat iets op de verkeerde plaats zetten en onrecht tegen zichzelf, en het is geen aanbidding. Wie Allah wil vrezen, moet de kennis leren die Allah neerzond: er is geen taqwā zonder kennis en naleving.
Drie rangen. ﴿Daarna gaven Wij het Boek in erfenis aan hen die Wij uit Onze dienaren uitverkozen. Onder hen is wie zichzelf onrecht doet, onder hen is wie gematigd is, en onder hen is wie met Allahs toestemming vooruitloopt in het goede﴾ (Fāṭir 35:32).
- Wie zichzelf onrecht doet (aẓ-ẓālim li-nafsihi): hij erkent het tawḥīd, gelooft de Boodschapper en verricht de zuilen, maar let niet op volledige bescherming tegen het Vuur; hij verzuimt sommige plichten en doet sommige verboden dingen. Hij is een zondige monotheïst onder Allahs wil: vergeeft Allah hem of straft Hij hem, daarna komt hij uit het Vuur. Dat betekent niet dat men zonden mag kleineren: Pas op voor de kleine zonden, want ze verzamelen zich bij een man tot ze hem vernietigen (Aḥmad, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
- De gematigde (al-muqtaṣid): hij vermijdt alles wat straf veroorzaakt, maar wedijvert niet in het goede (an-Nisāʾ 4:31).
- Wie vooruitloopt in het goede (as-sābiq bi-l-khayrāt): de beste rang. Hij doet de plichten, mijdt het verbodene en haast zich naar het goede. Ook hij is niet foutloos: Alle kinderen van Adam doen fouten (at-Tirmidhī en Ibn Māja, ḥasan volgens al-Albānī); zie an-Najm 53:32.
Eigenschappen van de godvrezenden. (1) Waarheid zoeken in woord en daad (az-Zumar 39:33). (2) De tekenen van Allah eren: ﴿Wie de tekenen van Allah eert, dat komt voort uit de godsvrees van de harten﴾ (al-Ḥajj 22:32), dat wil zeggen Zijn verboden niet schenden en Zijn geboden goed uitvoeren. (3) Rechtvaardigheid, ook tegenover wie men haat (al-Māʾida 5:8). (4) De weg van profeten, waarachtigen en hervormers volgen (at-Tawba 9:119).
De weg naar taqwā. Taqwā van Allah vragen, met de smeekbede "Allah, geef mijn ziel haar godsvrees en zuiver haar, U bent de beste die haar zuivert" (het boek geeft hier geen bron). Het hart hervormen: ʿAwn ibn ʿAbd Allāh zei dat taqwā begint met een goede intentie. Het uiterlijk hervormen volgens de soenna. Verder: geduld, zelfrekenschap, schaamte, vrijgevigheid, vasten en ḥalāl eten.
Vruchten van taqwā. Houd je aan godsvrees, want die omvat al het goede (aṭ-Ṭabarānī, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī). Tegen een man die om raad vroeg: Ik raad je godsvrees aan, want die is het hoofd van alles (Aḥmad, ḥasan volgens al-Albānī, van Abū Saʿīd al-Khudrī). De grootste vruchten:
- Het Paradijs en redding van het Vuur (Maryam 19:63). Allah schiep honderd barmhartigheden; één verdeelde Hij onder de schepselen, en op de Dag des Oordeels geeft Hij ze aan de godvrezenden met negenennegentig erbij (al-Ḥākim, ṣaḥīḥ volgens hem).
- Eer bij Allah (al-Ḥujurāt 49:13).
- Geluk in deze wereld en het Hiernamaals (Yūnus 10:62–64).
- Leiding naar de waarheid, uitwissing van zonden en Allahs gunst (al-Anfāl 8:29).
- Ruime voorziening (aṭ-Ṭalāq 65:2–3).
- Gemak in zaken (aṭ-Ṭalāq 65:4).
- Zegen (al-Aʿrāf 7:96). Een bedoeïenenvrouw zei tegen haar vertrekkende zoon: "Ik raad je taqwā aan, want een beetje ervan baat je meer dan veel verstand."
- Bescherming, hulp en een goede afloop (al-Aʿrāf 7:128). Toen Abū Bakr ʿUmar als opvolger wilde aanwijzen, zei hij: "Vrees Allah, ʿUmar, … want de godvrezende is veilig en beschermd."
- Iets beters in plaats van wat men liet: Je laat niets uit vrees voor Allah of Allah geeft je er iets beters voor (Aḥmad, ṣaḥīḥ volgens al-Arnaʾūṭ; van Abū Qatāda en Abū d-Dahmāʾ via een bedoeïen).
Wie Allahs belofte traag vindt, moet eerst bij zichzelf nagaan of hij taqwā volledig verwezenlijkt heeft.
Kernpunten
- Geen taqwā zonder kennis; toegestane zaken verbieden uit vroomheid is onrecht tegen zichzelf.
- Drie rangen: wie zichzelf onrecht doet, de gematigde en wie vooruitloopt in het goede (Fāṭir 35:32).
- Ook de beste rang is niet foutloos; men mag kleine zonden niet kleineren.
- Eigenschappen van de godvrezenden: waarheid, eerbied voor Allahs tekenen, rechtvaardigheid en de weg van de waarachtigen.
- Taqwā brengt het Paradijs, eer, voorziening, gemak, zegen en iets beters voor wat men liet.
Bron: التربية الإسلامية (٢) أعمال القلوب, les 4, vanaf p. 20.
Begrippen
- الظالم لنفسه aẓ-ẓālim li-nafsihi · wie zichzelf onrecht doet
- monotheïst die plichten verzuimt of verboden doet (les 4, p. 20)
- المقتصد al-muqtaṣid · de gematigde
- vermijdt wat straf veroorzaakt maar wedijvert niet in het goede (les 4, p. 21)
- السابق بالخيرات as-sābiq bi-l-khayrāt · wie vooruitloopt in het goede
- doet plichten, mijdt verboden en haast zich naar het goede (les 4, p. 21)
- محقرات الذنوب muḥaqqarāt adh-dhunūb · kleine, onderschatte zonden
- zonden die zich opstapelen tot ze iemand vernietigen (les 4, p. 20)
- شعائر الله shaʿāʾir Allāh · de tekenen van Allah
- Zijn verboden niet schenden en Zijn geboden goed uitvoeren (les 4, p. 21)