Islamitische opvoeding (2) – Daden van het hart

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 4 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

De gelovige tussen vrees en hoop

Beide samen. al-ʿAynī zegt dat twee groepen hier dwaalden: een groep die hoop liet overheersen en een groep die vrees liet overheersen; de mensen van de waarheid, ahl as-sunna wa-l-jamāʿa, verenigen beide. Ibn Taymiyya zegt dat ontzag altijd hoop bevat, anders zou het wanhoop zijn, en dat hoop vrees veronderstelt, anders zou het zich veilig voelen zijn. Goede aanbidding is vrees en hoop samen; voor wie dat doet, is Allahs genade nabij.

Wat daarbij helpt. Beloning en straf voor ogen houden: Als de gelovige wist welke straf er bij Allah is, zou niemand naar Zijn Paradijs verlangen; en als de ongelovige wist welke genade er bij Allah is, zou niemand aan Zijn Paradijs wanhopen (volgens het boek al-Bukhārī en Muslim). En: Het Paradijs is dichter bij een van jullie dan de veter van zijn sandaal, en het Vuur net zo (al-Bukhārī). Daarom horen vrees en hoop samen en mag het ene niet het andere overheersen.

Een bekend gezegde. Geleerden zeggen: wie Allah alleen uit liefde aanbidt, is een zindīq; wie alleen uit vrees, is een ḥarūrī (khawārij); wie alleen uit hoop, is een murjiʾ; wie Hem aanbidt met liefde, vrees en hoop, is een gelovige monotheïst. Drie dingen drijven het hart tot handelen: liefde, vrees en hoop. Het volmaakte is ze alle drie te verenigen.

Wanneer hoop overheerst, en wanneer vrees. Hoop overheerst (1) bij het sterven: Jābir hoorde de Profeet ﷺ drie dagen voor zijn dood zeggen: Laat niemand van jullie sterven zonder een goede verwachting van Allah (Muslim); sommige van de vroege generaties lieten hun zonen bij de dood verzen over genade voorlezen; (2) wanneer iemand door zijn zonden aan Allahs genade wanhoopt. Vrees overheerst (1) bij grote weelde, (2) bij de zonde, (3) wanneer men zich veilig voelt voor Allahs list en straf.

Aanbidding. Vrees, verlangen en hoop zijn soorten aanbidding: ﴿Roept Hem aan in vrees en verlangen; voorwaar, Allahs genade is nabij de weldoeners﴾ (al-Aʿrāf 7:56), en over de profeten: ﴿Zij haastten zich in het goede en riepen Ons aan in verlangen en vrees﴾ (al-Anbiyāʾ 21:90).

Alleen ter kennisname (p. 37). Allah verenigt waarschuwing en goed nieuws: ﴿Vertel Mijn dienaren dat Ik de Vergevensgezinde, de Barmhartige ben, en dat Mijn straf de pijnlijke straf is﴾ (al-Ḥijr 15:49–50); en de Profeet ﷺ zegt: ﴿Ik vrees, als ik mijn Heer ongehoorzaam ben, de straf van een geweldige dag﴾ (al-Anʿām 6:15). Na de laatste tashahhud vroeg hij bescherming tegen vier dingen: de straf van de Hel, de straf van het graf, de beproeving van leven en dood en het kwaad van de valse Messias (Muslim, van Abū Hurayra). Na de oproep tot het gebed beval hij om voor hem de wasīla te vragen, een rang in het Paradijs die maar voor één dienaar is: en ik hoop dat ik het ben (Muslim, van ʿAbd Allāh ibn ʿAmr ibn al-ʿĀṣ).

De soefi's. Volgens het boek aanbidden de soefi's Allah alleen uit liefde, zonder vrees voor het Vuur of verlangen naar het Paradijs, en noemen zij dat laatste zelfs shirk. Zij beroepen zich op een uitspraak die aan Rābiʿa al-ʿAdawiyya wordt toegeschreven: "Allah, als ik U aanbid uit verlangen naar Uw Paradijs, ontzeg het mij dan." Het boek noemt het het toppunt van dwaasheid om zoveel Koran- en hadithteksten te laten voor zo'n uitspraak.

Kernpunten

  • Ahl as-sunna verenigen vrees en hoop; wie één van beide laat overheersen, dwaalt.
  • Ontzag zonder hoop wordt wanhoop; hoop zonder vrees wordt zich veilig voelen.
  • Liefde, vrees en hoop samen drijven het hart; alleen één ervan leidt volgens het gezegde tot dwaling.
  • Bij het sterven en bij wanhoop overheerst hoop; bij weelde, zonde en zich veilig voelen overheerst vrees.
  • Allah aanbidden uit vrees voor het Vuur en verlangen naar het Paradijs is aanbidding, geen shirk.

Bron: التربية الإسلامية (٢) أعمال القلوب, les 8, vanaf p. 35.

Begrippen

الرغبة ar-raghba · verlangen
verlangen naar Allahs beloning, een soort aanbidding (al-Anbiyāʾ 21:90) (les 8, p. 36)
الرهبة ar-rahba · vrees
vrees voor Allahs straf, samen met verlangen genoemd (les 8, p. 36)
حروري ḥarūrī · ḥarūrī (khawārij)
wie Allah volgens het gezegde alleen uit vrees aanbidt (les 8, p. 35)
مرجئ murjiʾ · murjiʾ
wie Allah volgens het gezegde alleen uit hoop aanbidt (les 8, p. 35)
الوسيلة al-wasīla · de wasīla
een rang in het Paradijs die maar voor één dienaar is (les 8, p. 37)