Vrees (al-khawf)#
De kracht van vrees. Hoeveel gevangenen van hun lusten heeft vrees bevrijd, hoeveel ongehoorzame kinderen teruggebracht, hoeveel aanbidders laten huilen! ﴿Alleen de geleerden onder Zijn dienaren vrezen Allah﴾ (Fāṭir 35:28).
Betekenis. In de taal is khawf schrik en angst, het tegendeel van veiligheid. Als term: het verwachten dat iets onaangenaams komt of iets geliefds verloren gaat, op grond van een vermoed of bekend teken. Het woord wordt gebruikt voor wereldse en voor hiernamaalse zaken. Khashya is vrees met iets meer: Ibn ʿUthaymīn noemt het vrees die gebouwd is op kennis van de grootheid van wie men vreest en de volmaaktheid van Zijn macht.
Vrees voor Allah is plicht. Volgens het boek is ze een van de belangrijkste plichten, vanwege haar gevolgen. Vrees voor Allah alleen is een voorwaarde van het geloof: ﴿Dat is slechts de duivel die zijn bondgenoten vrees aanjaagt; vreest hen dus niet, maar vreest Mij, als jullie gelovigen zijn﴾ (Āl ʿImrān 3:175). Zie ook al-Baqara 2:40, al-Aʿrāf 7:205, an-Nāziʿāt 79:40 en ar-Raḥmān 55:46.
Alleen ter kennisname (p. 27). Vrees voor Allah is een groot fundament van de godsdienst; het geloof is er niet geldig zonder, en het is de basis van taqwā en het hoofd van de wijsheid. al-Ḥasan zei: "De gelovige verenigt goed doen en vrees, de huichelaar slecht doen en zich veilig voelen." Ibn al-Qayyim noemt vrees een van de edelste en nuttigste stations op de weg, en een plicht voor iedereen.
De rang van vrees. Vrees hoort bij de hoge rangen (Fāṭir 35:28). De Profeet ﷺ bereikte het hoogste ervan: Ik ben degene van jullie die Allah het meest vreest en het meest ontziet (al-Bukhārī en Muslim). Vrees voor Allah in het verborgene is een van de grootste rangen (al-Māʾida 5:94, Yā Sīn 36:11).
Mensen in hun vrees voor Allah (p. 27–28, alleen ter kennisname).
- Wie vooruitlopen en nabij zijn: vrees drijft hen naar het goede, plichten, vrijwillige daden, behoedzaamheid (waraʿ) en het mijden van verboden en twijfelachtige zaken (al-Muʾminūn 23:57–61).
- De gematigden: vrees drijft hen tot het mijden van verboden en het doen van plichten.
- Wie tekortschieten en zichzelf onrecht doen: zij hebben de basis van vrees en vervallen niet in grote shirk, maar door weinig vrees plegen ze sommige grote zonden en laten ze plichten na. Zij verdienen straf naar de mate van hun zonde en blijven moslim.
- Wie overdrijven: hevige vrees brengt hen tot een soort wanhoop aan Allahs genade. Ook zij zondigen; een gelovige mag niet wanhopen aan Allahs genade.
Kernpunten
- Khawf is het verwachten van iets onaangenaams of het verlies van iets geliefds; khashya is vrees gebouwd op kennis van Allahs grootheid.
- Vrees voor Allah is plicht, en vrees voor Hem alleen is een voorwaarde van het geloof.
- De gelovige verenigt goed doen met vrees; de huichelaar slecht doen met zich veilig voelen.
- Vrees voor Allah in het verborgene is een van de hoogste rangen.
- Te weinig vrees leidt tot zonden, te veel tot wanhoop; beide zijn verkeerd.
Bron: التربية الإسلامية (٢) أعمال القلوب, les 5, vanaf p. 26.
Begrippen
- الخوف al-khawf · vrees
- verwachten dat iets onaangenaams komt of iets geliefds verloren gaat (les 5, p. 26)
- الخشية al-khashya · ontzag, diepe vrees
- vrees gebouwd op kennis van Allahs grootheid en macht (Ibn ʿUthaymīn) (les 5, p. 26)
- الخشية بالغيب al-khashya bi-l-ghayb · vrees in het verborgene
- Allah vrezen waar niemand je ziet (les 5, p. 27)
- القنوط al-qunūṭ · wanhoop
- het verlies van hoop op Allahs genade door overdreven vrees (les 5, p. 28)