De vruchten van zelfrekenschap#
De volgorde (alleen ter kennisname, p. 81). Ibn al-Qayyim zegt: men rekent zichzelf eerst af over de plichten en herstelt een tekort door inhalen of verbeteren; dan over de verboden, en herstelt met berouw, vergeving vragen en uitwissende goede daden; dan over onachtzaamheid, en herstelt met gedenken en zich tot Allah wenden; dan over wat de tong zei, de voeten liepen, de handen grepen en de oren hoorden: wat bedoelde ik, voor wie deed ik het, en hoe? Voor elke beweging worden twee registers geopend: voor wie deed je het, en hoe? Het eerste is de vraag naar oprechtheid, het tweede naar het volgen van de soenna.
Vruchten van zelfrekenschap.
- Redding en succes. al-Ḥasan: "De dienaar blijft in het goede zolang hij een vermaner in zichzelf heeft en zelfrekenschap zijn zorg is."
- Een lichtere afrekening op de Dag des Oordeels. ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb: "Reken jezelf af voordat je wordt afgerekend, dat maakt je afrekening lichter; weeg jezelf voordat je gewogen wordt, en maak je klaar voor de grote voorleiding." al-Ḥasan al-Baṣrī: de afrekening is licht voor mensen die zichzelf in de wereld afrekenden, en zwaar voor mensen die deze zaak zonder zelfrekenschap namen.
- Het geloof bewaren en beschermd zijn tegen huichelarij en zondigheid. al-Fuḍayl ibn ʿIyāḍ: "De gelovige rekent zichzelf af en weet dat hij voor Allah zal staan; de huichelaar is onachtzaam over zichzelf. Allah ontferme Zich over een dienaar die naar zichzelf keek voordat de engel des doods bij hem kwam."
- De gebreken van de ziel ontdekken en niet misleid worden door de eigen daden. ʿAbd al-ʿAzīz ibn Abī Rawwād: "Ik begon nooit aan een goede daad en rekende mezelf daarna af, of ik vond dat het aandeel van de duivel erin groter was dan het aandeel van Allah."
- Nederigheid en kennis van de eigen maat. Muḥammad ibn Wāsiʿ, een groot aanbidder, zei: "Als zonden een geur hadden, zou niemand bij mij kunnen zitten."
- De tijd benutten. Ibn ʿAsākir zegt over Abū l-Fatḥ Naṣr ibn Ibrāhīm al-Maqdisī dat hij zichzelf afrekende op elke ademhaling en geen tijd zonder nut liet voorbijgaan: hij kopieerde, onderwees of las.
Wat bij zelfrekenschap helpt.
- Zekerheid dat Allah weet wat er in de ziel is: ﴿Weet dat Allah weet wat in jullie zielen is; wees dus op je hoede voor Hem﴾ (al-Baqara 2:235), dat wil zeggen: reken jezelf af.
- Weten dat zelfrekenschap vandaag rust geeft op de dag waarop een ander de afrekening doet (Ibn al-Qayyim).
- Nadenken over de vragen van de Opstanding: ﴿Gehoor, zicht en hart, over dat alles zal ondervraagd worden﴾ (al-Isrāʾ 17:36) en at-Takāthur 102:8. De ondervraging is niet alleen voor ongelovigen en zondaars, maar ook voor de vromen en boodschappers (al-Aḥzāb 33:8, al-Aʿrāf 7:6).
- De verschrikkingen van de Opstanding gedenken. ʿUmar ibn ʿAbd al-ʿAzīz schreef aan ʿAdī ibn Arṭāt: "Vrees Allah, ʿAdī, en reken jezelf af voor de Dag der Opstanding."
- De dood gedenken. Toen iemand bij Maʿrūf al-Karkhī roddelde, zei hij: "Denk aan de watten wanneer zij die op je ogen leggen."
De vroege generaties en zelfrekenschap. Anas hoorde ʿUmar in een ommuurde tuin achter een muur tegen zichzelf zeggen: "ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb, de leider van de gelovigen, bah! Bij Allah, je zult Allah vrezen of Hij zal je straffen." Het boek vertelt verder, zonder bron: dat ʿUmar, toen hij het ʿaṣr-gebed in gemeenschap miste, land ter waarde van 200.000 dirham weggaf; dat Ibn ʿUmar de hele nacht bad als hij een gebed in gemeenschap miste; dat ʿUmar ibn ʿAbd al-ʿAzīz het maghrib-gebed uitstelde tot twee sterren opkwamen en daarom twee slaven vrijliet, terwijl de tijd nog niet voorbij was; dat Ibn Abī Rabīʿa de twee soenna-rakʿa's van fajr miste en een slaaf vrijliet; en dat Ibn ʿAwn zijn moeder met verheven stem antwoordde en twee slaven vrijliet.
Kernpunten
- Ibn al-Qayyim: eerst plichten, dan verboden, dan onachtzaamheid, dan elke beweging: voor wie en hoe.
- Wie zichzelf afrekent, krijgt een lichtere afrekening op de Dag des Oordeels.
- Zelfrekenschap beschermt tegen huichelarij en tegen misleid worden door eigen daden.
- Zekerheid dat Allah alles weet, en het gedenken van de dood en de Opstanding helpen erbij.
- De vroege generaties rekenden zichzelf streng af, zelfs over een gemist gebed in gemeenschap.
Bron: التربية الإسلامية (٢) أعمال القلوب, les 23, vanaf p. 81.
Begrippen
- العرض الأكبر al-ʿarḍ al-akbar · de grote voorleiding
- het staan voor Allah op de Dag des Oordeels (les 23, p. 81)
- الإخلاص والمتابعة al-ikhlāṣ wa-l-mutābaʿa · oprechtheid en navolging
- de twee vragen bij elke daad: voor wie, en hoe (les 23, p. 81)
- الاغترار بالعمل al-ightirār bi-l-ʿamal · misleid worden door de eigen daden
- zich op zijn daden verlaten zonder hun gebreken te zien (les 23, p. 82)
- واعظ من نفسه wāʿiẓ min nafsihi · een vermaner in zichzelf
- het innerlijke geweten dat tot zelfrekenschap aanzet (les 23, p. 81)