Islamitische opvoeding (2) – Daden van het hart

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 11 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

De vruchten van zelfrekenschap

De volgorde (alleen ter kennisname, p. 81). Ibn al-Qayyim zegt: men rekent zichzelf eerst af over de plichten en herstelt een tekort door inhalen of verbeteren; dan over de verboden, en herstelt met berouw, vergeving vragen en uitwissende goede daden; dan over onachtzaamheid, en herstelt met gedenken en zich tot Allah wenden; dan over wat de tong zei, de voeten liepen, de handen grepen en de oren hoorden: wat bedoelde ik, voor wie deed ik het, en hoe? Voor elke beweging worden twee registers geopend: voor wie deed je het, en hoe? Het eerste is de vraag naar oprechtheid, het tweede naar het volgen van de soenna.

Vruchten van zelfrekenschap.

  1. Redding en succes. al-Ḥasan: "De dienaar blijft in het goede zolang hij een vermaner in zichzelf heeft en zelfrekenschap zijn zorg is."
  2. Een lichtere afrekening op de Dag des Oordeels. ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb: "Reken jezelf af voordat je wordt afgerekend, dat maakt je afrekening lichter; weeg jezelf voordat je gewogen wordt, en maak je klaar voor de grote voorleiding." al-Ḥasan al-Baṣrī: de afrekening is licht voor mensen die zichzelf in de wereld afrekenden, en zwaar voor mensen die deze zaak zonder zelfrekenschap namen.
  3. Het geloof bewaren en beschermd zijn tegen huichelarij en zondigheid. al-Fuḍayl ibn ʿIyāḍ: "De gelovige rekent zichzelf af en weet dat hij voor Allah zal staan; de huichelaar is onachtzaam over zichzelf. Allah ontferme Zich over een dienaar die naar zichzelf keek voordat de engel des doods bij hem kwam."
  4. De gebreken van de ziel ontdekken en niet misleid worden door de eigen daden. ʿAbd al-ʿAzīz ibn Abī Rawwād: "Ik begon nooit aan een goede daad en rekende mezelf daarna af, of ik vond dat het aandeel van de duivel erin groter was dan het aandeel van Allah."
  5. Nederigheid en kennis van de eigen maat. Muḥammad ibn Wāsiʿ, een groot aanbidder, zei: "Als zonden een geur hadden, zou niemand bij mij kunnen zitten."
  6. De tijd benutten. Ibn ʿAsākir zegt over Abū l-Fatḥ Naṣr ibn Ibrāhīm al-Maqdisī dat hij zichzelf afrekende op elke ademhaling en geen tijd zonder nut liet voorbijgaan: hij kopieerde, onderwees of las.

Wat bij zelfrekenschap helpt.

  1. Zekerheid dat Allah weet wat er in de ziel is: ﴿Weet dat Allah weet wat in jullie zielen is; wees dus op je hoede voor Hem﴾ (al-Baqara 2:235), dat wil zeggen: reken jezelf af.
  2. Weten dat zelfrekenschap vandaag rust geeft op de dag waarop een ander de afrekening doet (Ibn al-Qayyim).
  3. Nadenken over de vragen van de Opstanding: ﴿Gehoor, zicht en hart, over dat alles zal ondervraagd worden﴾ (al-Isrāʾ 17:36) en at-Takāthur 102:8. De ondervraging is niet alleen voor ongelovigen en zondaars, maar ook voor de vromen en boodschappers (al-Aḥzāb 33:8, al-Aʿrāf 7:6).
  4. De verschrikkingen van de Opstanding gedenken. ʿUmar ibn ʿAbd al-ʿAzīz schreef aan ʿAdī ibn Arṭāt: "Vrees Allah, ʿAdī, en reken jezelf af voor de Dag der Opstanding."
  5. De dood gedenken. Toen iemand bij Maʿrūf al-Karkhī roddelde, zei hij: "Denk aan de watten wanneer zij die op je ogen leggen."

De vroege generaties en zelfrekenschap. Anas hoorde ʿUmar in een ommuurde tuin achter een muur tegen zichzelf zeggen: "ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb, de leider van de gelovigen, bah! Bij Allah, je zult Allah vrezen of Hij zal je straffen." Het boek vertelt verder, zonder bron: dat ʿUmar, toen hij het ʿaṣr-gebed in gemeenschap miste, land ter waarde van 200.000 dirham weggaf; dat Ibn ʿUmar de hele nacht bad als hij een gebed in gemeenschap miste; dat ʿUmar ibn ʿAbd al-ʿAzīz het maghrib-gebed uitstelde tot twee sterren opkwamen en daarom twee slaven vrijliet, terwijl de tijd nog niet voorbij was; dat Ibn Abī Rabīʿa de twee soenna-rakʿa's van fajr miste en een slaaf vrijliet; en dat Ibn ʿAwn zijn moeder met verheven stem antwoordde en twee slaven vrijliet.

Kernpunten

  • Ibn al-Qayyim: eerst plichten, dan verboden, dan onachtzaamheid, dan elke beweging: voor wie en hoe.
  • Wie zichzelf afrekent, krijgt een lichtere afrekening op de Dag des Oordeels.
  • Zelfrekenschap beschermt tegen huichelarij en tegen misleid worden door eigen daden.
  • Zekerheid dat Allah alles weet, en het gedenken van de dood en de Opstanding helpen erbij.
  • De vroege generaties rekenden zichzelf streng af, zelfs over een gemist gebed in gemeenschap.

Bron: التربية الإسلامية (٢) أعمال القلوب, les 23, vanaf p. 81.

Begrippen

العرض الأكبر al-ʿarḍ al-akbar · de grote voorleiding
het staan voor Allah op de Dag des Oordeels (les 23, p. 81)
الإخلاص والمتابعة al-ikhlāṣ wa-l-mutābaʿa · oprechtheid en navolging
de twee vragen bij elke daad: voor wie, en hoe (les 23, p. 81)
الاغترار بالعمل al-ightirār bi-l-ʿamal · misleid worden door de eigen daden
zich op zijn daden verlaten zonder hun gebreken te zien (les 23, p. 82)
واعظ من نفسه wāʿiẓ min nafsihi · een vermaner in zichzelf
het innerlijke geweten dat tot zelfrekenschap aanzet (les 23, p. 81)