Soorten vrees en de vruchten ervan#
Soorten vrees (p. 28 alleen ter kennisname).
- Vrees voor Allahs toorn en voor het verlies van Zijn welbehagen; dat is de vrees van de liefhebbenden. De oorzaak van Allahs toorn is de zonde: wie de zonde vermijdt, wordt niet gestraft. Daarom zei ʿAlī ibn Abī Ṭālib onder meer: "De dienaar moet alleen zijn zonde vrezen en alleen op zijn Heer hopen."
- Vrees voor straf in deze wereld en het Hiernamaals; die hoort blijvend bij het hart van de gelovige: ﴿En zij die voor de straf van hun Heer beducht zijn; voorwaar, voor de straf van hun Heer is men niet veilig﴾ (al-Maʿārij 70:27–28). Elke zonde waarop een vloek of toorn gesteld is, is een groot terrein van vrees: hoeveel mensen leden jarenlang door zo'n vloek, omdat zij een grote zonde licht namen en geen berouw toonden.
- Vrees het loon te missen: wie zich inspant, hoopt op de vrucht en vreest dat iets zijn moeite tenietdoet. Niets vreesden de vromen meer dan shirk, want die maakt alle daden nietig (az-Zumar 39:65, al-Anʿām 6:88).
Vruchten van vrees voor Allah.
- Kennis en inzicht (az-Zumar 39:9).
- Wedijveren in het goede (al-Muʾminūn 23:57–61).
- Macht op aarde: ﴿Dat is voor wie Mijn staan vreest en Mijn dreiging vreest﴾ (Ibrāhīm 14:13–14).
- Veiligheid op de Dag des Oordeels. Allah zegt: Bij Mijn macht, Ik breng bij Mijn dienaar niet twee vrezen en twee veiligheden samen: vreest hij Mij in de wereld, dan maak Ik hem veilig op de Dag des Oordeels; voelt hij zich veilig voor Mij in de wereld, dan doe Ik hem vrezen op de Dag des Oordeels (Ibn Ḥibbān, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
- Redding van het Vuur: Wie huilde uit vrees voor Allah komt het Vuur niet binnen, tot de melk in de uier terugkeert (at-Tirmidhī, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
- Allahs welbehagen (al-Bayyina 98:8).
- Schaduw onder de Troon: onder de zeven is een man die door een vrouw van aanzien en schoonheid verleid werd en zei: ik vrees Allah (al-Bukhārī en Muslim).
- Vreugde en gelukzaligheid in het Paradijs (ar-Raḥmān 55:46, as-Sajda 32:16–17).
Kernpunten
- Drie soorten vrees: voor Allahs toorn, voor straf, en voor het verlies van loon.
- Wie de zonde vermijdt, vermijdt de oorzaak van Allahs toorn.
- Shirk vreesden de vromen het meest, omdat die alle daden nietig maakt.
- Wie Allah vreest in deze wereld, is veilig op de Dag des Oordeels, en omgekeerd.
- Vrees brengt kennis, macht op aarde, redding van het Vuur, schaduw onder de Troon en het Paradijs.
Bron: التربية الإسلامية (٢) أعمال القلوب, les 6, vanaf p. 28.
Begrippen
- خوف المحبين khawf al-muḥibbīn · de vrees van de liefhebbenden
- vrees voor Allahs toorn en het verlies van Zijn welbehagen (les 6, p. 28)
- مشفقون mushfiqūn · beducht
- bezorgd over de straf van hun Heer (al-Maʿārij 70:27) (les 6, p. 28)
- إحباط العمل iḥbāṭ al-ʿamal · het tenietgaan van daden
- shirk maakt alle daden nietig (les 6, p. 29)
- ظل العرش ẓill al-ʿarsh · schaduw van de Troon
- beloning op de Dag des Oordeels voor onder meer wie verleiding weerstaat uit vrees (les 6, p. 30)