Islamitische opvoeding (2) – Daden van het hart

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 1 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Oprechtheid (al-ikhlāṣ)

Waarom het boek met oprechtheid begint. In de inleiding (p. 7–9) zegt het boek dat grote islamitische projecten mislukten door gebrek aan oprechtheid en door vertoon. De daden van het hart zijn de spil van alles; daarop rust of een daad aanvaard wordt. Oprechtheid is volgens het boek de kern en de ziel van aanbidding, de basis voor aanvaarding van daden en de belangrijkste daad van het hart. Ze is de sleutel van de oproep van alle profeten: ﴿En hun werd slechts bevolen Allah te aanbidden, Hem oprecht de godsdienst toewijdend, als rechtzinnigen﴾ (al-Bayyina 98:5) en ﴿Voorwaar, aan Allah behoort de zuivere godsdienst﴾ (az-Zumar 39:3).

Betekenis. In de taal betekent akhlaṣa iets zuiver maken, zonder er iets anders mee te vermengen, zoals de melk die zuiver tussen mest en bloed vandaan komt (an-Naḥl 16:66). Ibn al-Qayyim definieert oprechtheid als: alleen de Ware (Allah) bedoelen met de gehoorzaamheid. Een ander zei: dat je voor je daad geen getuige zoekt behalve Allah en geen beloner behalve Hem. Een dichter zegt dat elk gebouw dat niet oprecht voor Allah is een ruïne is, en dat een daad oprechtheid nodig heeft, samen met overeenstemming met Koran en soenna.

Plicht en voorwaarde. Allah beval oprechtheid op veel plaatsen in Zijn Boek; volgens het boek toont dat aan dat ze verplicht is en een voorwaarde voor aanvaarding (al-Bayyina 98:5).

Het belang van de intentie. Daden draaien om de intentie (niyya): ieder krijgt en wordt opgewekt naar zijn intentie. ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb overlevert: Daden zijn slechts naar de intenties, en ieder krijgt slechts wat hij beoogde (al-Bukhārī en Muslim). Yaḥyā ibn Abī Kathīr zei: "Leer de intentie, want die reikt verder dan de daad."

Vruchten van oprechtheid (p. 12).

  1. Aanvaarding van de daad: Allah aanvaardt van daden alleen wat zuiver voor Hem is en waarmee Zijn aangezicht gezocht wordt (an-Nasāʾī, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).
  2. Loon en vermenigvuldiging ervan: Je geeft niets uit waarmee je het aangezicht van Allah zoekt of je wordt ervoor beloond (al-Bukhārī en Muslim). Ibn al-Mubārak: "Menige kleine daad maakt de intentie groot, en menige grote daad maakt de intentie klein." Zubayd al-Yāmī wilde in alles een intentie hebben, zelfs bij eten en drinken.
  3. Het loon van een daad bereiken die men niet kon doen. Anas overlevert dat de Profeet ﷺ op een veldtocht zei dat er mensen in Medina waren die bij elk dal en elke bergpas met hen waren, omdat een geldige reden hen tegenhield (al-Bukhārī en Muslim; bij Muslim: zij delen met jullie in het loon). Abū Kabsha al-Anmārī overlevert de gelijkenis van vier mannen: de arme met kennis die zegt "had ik bezit, ik zou doen als hij" krijgt hetzelfde loon als de rijke die zijn bezit goed besteedt (Aḥmad en Ibn Māja, ṣaḥīḥ volgens al-Albānī).

Kernpunten

  • Oprechtheid is de kern van aanbidding en een voorwaarde voor aanvaarding van daden.
  • Ibn al-Qayyim: oprechtheid is met de gehoorzaamheid alleen Allah bedoelen.
  • Een daad heeft twee voorwaarden nodig: oprechtheid en overeenstemming met Koran en soenna.
  • Daden worden beoordeeld naar de intentie; daarom moet men de intentie leren.
  • Wie oprecht is, krijgt loon, vermenigvuldiging en zelfs het loon van daden die hij niet kon doen.

Bron: التربية الإسلامية (٢) أعمال القلوب, les 1, vanaf p. 11.

Begrippen

الإخلاص al-ikhlāṣ · oprechtheid
met de gehoorzaamheid alleen Allah bedoelen (Ibn al-Qayyim) (les 1, p. 11)
النية an-niyya · intentie
het doel in het hart waarop daden beoordeeld en beloond worden (les 1, p. 11)
خالصا khāliṣan · zuiver
onvermengd met iets anders, zoals de melk in an-Naḥl 16:66 (les 1, p. 11)
حبسهم العذر ḥabasahum al-ʿudhr · een geldige reden hield hen tegen
wie oprecht wilde maar niet kon, deelt in het loon (les 1, p. 12)