PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 1: Oprechtheid

Overzicht

Eenheid 1 · 2 lessen

Oprechtheid

Twee lessen samen op één pagina

De plaats van oprechtheid, de betekenis en het oordeel, het belang van de intentie, de vruchten van oprechtheid, de gevolgen als je haar nalaat en de kenmerken; wereldse doelen naast het hiernamaals; en daarna vertoon, wat geen vertoon is, en wanneer je een daad mag tonen.

Bron: Kitāb at-Tarbiya al-islāmiyya (2), Zad-reeks · p. 11–17

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 1 in één kaart

Oprechtheid en haar vruchten, en het tegendeel.

OprechtheidEenheid 1
  • Betekenis en oordeelles 1
    • alleen Allah beogen
    • voorwaarde voor aanvaarding
    • de intentie
  • Vruchtenles 1
    • aanvaarding
    • meer beloning
    • beloning door de intentie
  • Gevolgen en kenmerkenles 2
    • het Vuur
    • de daad afgewezen
    • daden verbergen
  • Vertoonles 2
    • de verborgen shirk
    • wat geen vertoon is
    • wanneer tonen

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Oprechtheid is de kern van aanbidding, de basis voor aanvaarding, de belangrijkste daad van het hart en de sleutel van de oproep van de profeten.
  2. Oprechtheid is in de gehoorzaamheid alleen Allah beogen; zij is verplicht en een voorwaarde voor de aanvaarding van een daad.
  3. Daden draaien om de intentie; je wordt beloond en opgewekt naar je intentie.
  4. Vruchten van oprechtheid zijn aanvaarding, meer beloning, en de beloning van een daad krijgen die je door een reden niet kon doen.
  5. Wie oprechtheid nalaat, wacht het Vuur op de Dag van de Opstanding, en zijn daad wordt niet aanvaard.
  6. Iets werelds beogen naast het hiernamaals maakt de daad niet ongeldig, maar kan de beloning naar verhouding verminderen.
  7. Vertoon (riyāʾ) is een daad doen om door mensen gezien te worden; het is een kenmerk van de huichelaars.
  8. Laat een goede daad niet na uit angst voor vertoon, maar bevecht je intentie.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 1 · p. 11 Oprechtheid (al-ikhlāṣ)
  2. Les 2 · p. 13 De gevolgen van het nalaten van oprechtheid

Oefening van het boek op p. 17. Pagina 15 staat in het boek alleen ter kennisname. De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

Wanneer je een daad mag tonen

Drie situaties, zoals in les 2.

VergelijkingSunnaVoorbeeld
Eerste situatieverbergenhet nachtgebed en ootmoed
Tweede situatietonenhet vrijdaggebed, het gebed in gemeenschap en de waarheid hardop zeggen
Derde situatieafhankelijk: verbergen als je vertoon vreest, tonen als je wilt dat anderen je navolgenvrijwillige liefdadigheid

Les 2p. 16

Uitleg

  1. Kenmerken van oprechtheid

    Niet houden van roem en lof, ijver voor de religie, haast maken en op beloning hopen, geduld zonder klagen, daden verbergen, en meer in het verborgene doen dan in het openbaar.

  2. Oprechtheid in de oprechtheid

    Al-Fuḍayl zei: Allah wil van jou alleen je intentie en je wil. Wie in zijn oprechtheid zijn eigen oprechtheid ziet, diens oprechtheid heeft zelf oprechtheid nodig.

  3. Geven in het geheim

    Het boek vertelt dat ʿAlī ibn al-Ḥusayn Zayn al-ʿĀbidīn ʼs nachts brood naar de armen droeg; de mensen in Medina wisten niet waar hun levensonderhoud vandaan kwam tot hij stierf en men de sporen op zijn rug zag; hij onderhield honderd huishoudens.

  4. Iets werelds naast het hiernamaals

    Zoals vasten voor Allah en voor je gezondheid, de ḥajj met handel, of strijden en op buit hopen: de daad wordt niet ongeldig, maar de beloning kan verminderen naar wat je werelds beoogde; het beste is alleen de nabijheid van Allah te zoeken, de wereld komt dan vanzelf.

  5. Wat vertoon lijkt maar het niet is (alleen ter kennisname)

    Voor jezelf werken terwijl mensen je prijzen, bekend worden zonder het te zoeken, ijverig worden als je een aanbidder ziet terwijl je Allah beoogt, mooie kleding dragen, en je zonden verbergen; je zonden vertellen om oprecht te lijken is een list van Iblīs en verspreidt het kwade.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

Kernpunten

DefinitieUit het boek

Oprechtheid

  • in de gehoorzaamheid alleen Allah beogen
  • voor je daad geen getuige zoeken dan Allah, en geen beloner dan Hem
OpsommingUit het boek

Vruchten van oprechtheid

  1. aanvaarding van de daad
  2. beloning en vermenigvuldiging
  3. beloning door de intentie
  4. redding van het Vuur
OpsommingUit het boek

Gevolgen als je oprechtheid nalaat

  1. het Vuur op de Dag van de Opstanding
  2. de daad wordt niet aanvaard

Begrippen

الإخلاص

al-ikhlāṣ

Letterlijk: iets zuiver maken zonder bijmenging; in de leer: in de gehoorzaamheid alleen Allah beogen.

النية

an-niyya

Het doel van het hart waar daden om draaien.

الرياء

ar-riyāʾ

Vertoon: een daad doen opdat mensen hem zien.

الشرك الخفي

ash-shirk al-khafī

De verborgen shirk: je gebed mooier maken omdat iemand naar je kijkt.

السمعة

as-sumʿa

Een daad doen opdat mensen erover horen.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. Overgeleverd door ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb

    «إنما الأعمال بالنيات، وإنما لكل امرئ ما نوى»

    Daden worden beoordeeld naar de intenties, en ieder krijgt wat hij beoogde

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Het belang van de intentie.

  2. «إن الله لا يقبل من العمل إلا ما كان له خالصا وابتغي به وجهه»

    Allah aanvaardt van daden alleen wat zuiver voor Hem is en waarmee Zijn aangezicht gezocht wordt

    Bron: an-Nasāʾī; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Een vrucht van oprechtheid: aanvaarding.

  3. «إنك لن تنفق نفقة تبتغي بها وجه الله إلا أجرت عليها»

    Je geeft niets uit waarmee je het aangezicht van Allah zoekt, of je wordt ervoor beloond

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Beloning en de vermenigvuldiging ervan.

  4. Overgeleverd door Anas ibn Mālik

    «إن أقواما بالمدينة خلفنا ما سلكنا شعبا ولا واديا إلا وهم معنا فيه، حبسهم العذر»

    Er zijn mensen in Medina achter ons gebleven; wij gingen door geen bergpas en geen dal of zij waren er met ons; een geldige reden hield hen tegen

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Bij Muslim: "of zij delen met jullie in de beloning".

  5. Overgeleverd door Abū Kabsha al-Anmārī

    «مثل هذه الأمة كمثل أربعة نفر…»

    Deze gemeenschap is als vier mensen…

    Bron: Aḥmad en Ibn Māja; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    De rijke met kennis die goed besteedt, en de arme met kennis die zegt: had ik wat hij heeft, dan deed ik hetzelfde; "zij zijn gelijk in beloning".

  6. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «يا أبا هريرة، أولئك الثلاثة أول خلق الله تسعر بهم النار يوم القيامة»

    Abū Hurayra, die drie zijn de eersten van Allahs schepping met wie het Vuur op de Dag van de Opstanding wordt aangestoken

    Bron: at-Tirmidhī, die hem ḥasan noemde

    De strijder, de geleerde en de gever die het deden om gezien en gehoord te worden.

  7. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «قال الله تبارك وتعالى: أنا أغنى الشركاء عن الشرك، من عمل عملا أشرك فيه معي غيري تركته وشركه»

    Allah zei: Ik ben van alle deelgenoten het minst afhankelijk van deelgenootschap; wie een daad doet waarin hij naast Mij een ander betrekt, die laat Ik met zijn deelgenootschap

    Bron: Muslim

    Een ḥadīth qudsī; de daad wordt niet aanvaard.

  8. Overgeleverd door Abū Saʿīd al-Khudrī

    «ألا أخبركم بما هو أخوف عليكم عندي من المسيح الدجال؟ … الشرك الخفي: أن يقوم الرجل يصلي فيزين صلاته لما يرى من نظر رجل»

    Zal ik jullie niet vertellen wat ik voor jullie meer vrees dan de valse messias? … De verborgen shirk: dat iemand opstaat om te bidden en zijn gebed mooier maakt omdat hij ziet dat iemand naar hem kijkt

    Bron: Ibn Māja; al-Albānī noemde hem ḥasan

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  9. «إن أخوف ما أخاف عليكم الشرك الأصغر … الرياء، يقول الله عز وجل لهم يوم القيامة إذا جزي الناس بأعمالهم: اذهبوا إلى الذين كنتم تراؤون في الدنيا فانظروا هل تجدون عندهم جزاء»

    Wat ik het meest voor jullie vrees is de kleine shirk … het vertoon. Allah zegt op de Dag van de Opstanding tegen hen, als de mensen voor hun daden beloond worden: ga naar wie jullie in de wereld wilden laten zien en kijk of jullie bij hen een beloning vinden

    Bron: Aḥmad; al-Arnaʾūṭ noemde hem ḥasan

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  10. «تلك عاجل بشرى المؤمن»

    Dat is het vervroegde goede nieuws voor de gelovige

    Bron: Ibn Ḥibbān; de kern staat in Ṣaḥīḥ Muslim

    Over wie voor Allah werkt en door de mensen geprezen wordt; dat is geen vertoon. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Oprechtheid is alleen Allah beogen; zij is een voorwaarde voor aanvaarding.
  • Door je intentie krijg je de beloning van een daad die je niet kon doen.
  • Wie oprechtheid nalaat, ziet zijn daad afgewezen en hoort bij de eersten voor het Vuur.
  • Vertoon is kleine shirk; laat een daad er niet om na.
  • Sommige daden verberg je volgens de sunna, andere toon je.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Hoe definieerde Ibn al-Qayyim oprechtheid?

  2. Wie door een reden een goede daad niet kan doen maar haar wel van plan is, deelt in de beloning.

  3. Met wie wordt het Vuur op de Dag van de Opstanding het eerst aangestoken?

  4. Wie de ḥajj doet en ook handel drijft, zijn ḥajj is ongeldig.

  5. Wat is de sunna bij het nachtgebed?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 1 Oprechtheid (al-ikhlāṣ)

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 11–12

  2. Les 2 De gevolgen van het nalaten van oprechtheid

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 13

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Kitāb at-Tarbiya al-islāmiyya (2), Zad-reeks · p. 11–17 p. 11

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.