De mīqāts van de ḥajj#
Mīqāt betekent grens. Er zijn twee soorten (p. 57).
1. Tijd. Van het begin van Shawwāl tot de tiende Dhū l-Ḥijja: ﴿de ḥajj is in bekende maanden﴾ (al-Baqara 2:197). Ibn ʿUmar: Shawwāl, Dhū l-Qaʿda en tien dagen van Dhū l-Ḥijja (p. 57).
2. Plaats. Grenzen die wie ḥajj of ʿumra wil niet zonder iḥrām mag passeren. De Profeet ﷺ stelde er vijf vast: voor Medina Dhū l-Ḥulayfa, voor Syrië al-Juḥfa, voor Najd Qarn al-Manāzil, voor Jemen Yalamlam; zij gelden voor hen en voor wie erlangs komt en ḥajj of ʿumra wil; wie dichterbij woont, vanaf waar hij vertrekt, zelfs de mensen van Mekka vanuit Mekka (Ibn ʿAbbās, al-Bukhārī en Muslim). ʿUmar stelde Dhāt ʿIrq vast voor Irak (al-Bukhārī) (p. 57).
De vijf in detail (afstanden volgens het boek):
- Dhū l-Ḥulayfa: Medina, ongeveer 420 km van Mekka.
- Al-Juḥfa: Syrië, Turkije, Egypte en de Maghreb; een dorp bij Rābigh, ongeveer 186 km; nu neemt men iḥrām in Rābigh.
- Yalamlam: Jemen; ongeveer 120 km; nu as-Saʿdiyya.
- Qarn al-Manāzil: Najd en aṭ-Ṭāʾif; nu as-Sayl al-Kabīr; ongeveer 75 km.
- Dhāt ʿIrq: Irak; nu aḍ-Ḍarība; ongeveer 100 km.
Iḥrām nemen vóór de mīqāt is afgeraden (p. 57–58).
Kernpunten
- De tijdsgrens van de ḥajj is van Shawwāl tot de tiende Dhū l-Ḥijja.
- Er zijn vijf plaatsgrenzen: Dhū l-Ḥulayfa, al-Juḥfa, Yalamlam, Qarn al-Manāzil en Dhāt ʿIrq.
- Wie binnen de grenzen woont, neemt iḥrām waar hij is; de mensen van Mekka vanuit Mekka.
- Iḥrām vóór de mīqāt is afgeraden.
Bron: الفقه (٣), les 18, vanaf p. 57.
Begrippen
- الميقات al-mīqāt · mīqāt
- grens in tijd of plaats voor het aannemen van iḥrām (les 18, p. 57)
- ذو الحليفة Dhū l-Ḥulayfa · Dhū l-Ḥulayfa
- de mīqāt van Medina, de verste van Mekka (les 18, p. 57)
- أشهر الحج ashhur al-ḥajj · de ḥajj-maanden
- Shawwāl, Dhū l-Qaʿda en tien dagen van Dhū l-Ḥijja (les 18, p. 57)