De achtste en negende dag en de nacht in Muzdalifa#
De achtste (yawm at-tarwiya). De mutamattiʿ neemt iḥrām voor de ḥajj met ghusl, parfum en iḥrām-kleding. Iedereen gaat naar Minā en bidt er ẓuhr, ʿaṣr, maghrib, ʿishāʾ en fajr, ingekort maar niet samengevoegd. Overnachten daar is sunna; an-Nawawī: wie het nalaat, hoeft volgens consensus geen dier te slachten (p. 80).
De negende: ʿArafa. Na zonsopgang gaat men naar ʿArafa en stopt men bij Namira als dat kan. Na het middaguur bidt men ẓuhr en ʿaṣr samengevoegd en ingekort in de tijd van ẓuhr. Daarna wijdt men zich aan dhikr, duʿāʾ, vergeving vragen en Koran. De Profeet ﷺ bleef tot zonsondergang smeken, en zijn meest gezegde woorden daar waren: lā ilāha illā llāhu waḥdahu lā sharīka lah, lahu l-mulku wa-lahu l-ḥamd, wa-huwa ʿalā kulli shayʾin qadīr. De pelgrim vast niet op ʿArafa: Umm al-Faḍl stuurde de Profeet ﷺ een beker melk terwijl hij op zijn kameel stond, en hij dronk (al-Bukhārī) (p. 80).
Muzdalifa. Na zonsondergang gaat men naar Muzdalifa, bidt maghrib en ʿishāʾ samengevoegd en ingekort, en blijft tot fajr. Na fajr gaat men naar al-Mashʿar al-Ḥarām (nu de moskee van Muzdalifa), staat richting qibla en gedenkt Allah tot het heel licht is; dan vertrekt men naar Minā. Zwakken en mensen met een reden, mannen en vrouwen, en wie bij hen hoort, mogen vertrekken als de maan onder is of het grootste deel van de nacht voorbij is (p. 81).
Afwijken van de polytheïsten. De Profeet ﷺ vertrok van ʿArafa ná zonsondergang, terwijl zij ervoor vertrokken; hij vertrok uit Muzdalifa vóór zonsopgang, zij erna; en hij stopte niet in Wādī Muḥassir, waar zij stopten en op hun afkomst pochten (p. 81).
De offerdag. In Minā werpt men eerst op Jamrat al-ʿAqaba met zeven steentjes, dan slacht men het offerdier, dan scheert men het hoofd (beter dan inkorten; de vrouw knipt een vingertopje). Dan is men voor het eerst uitgetreden: alles is toegestaan behalve de omgang met de echtgenote. Daarna parfum en gewone kleding, naar Mekka voor ṭawāf al-ifāḍa en, waar nodig, de saʿy; daarna is alles toegestaan (p. 81).
Kernpunten
- Op de achtste gaat men naar Minā en bidt men ingekort zonder samenvoegen; overnachten is sunna.
- Op ʿArafa bidt men ẓuhr en ʿaṣr samengevoegd en ingekort, en smeekt men tot zonsondergang; de pelgrim vast niet.
- In Muzdalifa bidt men maghrib en ʿishāʾ samen en blijft men tot fajr; zwakken mogen eerder vertrekken.
- Op de offerdag: werpen, slachten, scheren, dan de eerste uittreding; na de ifāḍa en saʿy is alles toegestaan.
Bron: الفقه (٣), les 27, vanaf p. 80.
Begrippen
- يوم التروية yawm at-tarwiya · de dag van tarwiya
- de achtste Dhū l-Ḥijja, wanneer men naar Minā gaat (les 27, p. 80)
- المشعر الحرام al-Mashʿar al-Ḥarām · al-Mashʿar al-Ḥarām
- de plek in Muzdalifa, nu de moskee, waar men na fajr Allah gedenkt (les 27, p. 81)
- وادي محسر Wādī Muḥassir · Wādī Muḥassir
- het dal waar de Profeet ﷺ niet stopte, anders dan de polytheïsten (les 27, p. 81)