Islamitische jurisprudentie (3)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 1 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Redenen om niet te vasten: reis en ziekte

1. De reis. De reiziger mag niet vasten, ook als hij het wel kan (al-Baqara 2:184). Anas: wij reisden met de Profeet ﷺ; de vastende verweet de niet-vastende niets en de niet-vastende de vastende niets (al-Bukhārī en Muslim). Het boek onderscheidt drie situaties:

  • vasten en niet vasten zijn even zwaar: dan is vasten beter;
  • niet vasten is makkelijker: dan is niet vasten beter. Wie toch vast met moeite maar zonder schade, mag dat; Abū d-Dardāʾ vertelt dat op een zeer hete reisdag alleen de Profeet ﷺ en ʿAbd Allāh ibn Rawāḥa vastten (al-Bukhārī en Muslim);
  • vasten is ondraaglijk: dan is het verboden. Over iemand die door het vasten bezweek zei de Profeet ﷺ: het is geen vroomheid om op reis te vasten (Jābir, al-Bukhārī en Muslim).

Zo komen de bewijzen samen (p. 19).

2. Ziekte. Niet vasten mag bij een ziekte waarbij vasten erg zwaar is, of waarbij men vreest te sterven, erger ziek te worden of trager te genezen. Wie geen schade van het vasten heeft, zoals bij lichte hoofdpijn of kiespijn, mag niet breken. Wie later kan genezen, haalt in. Wie geen hoop op genezing heeft, haalt niet in maar voedt per dag een arme (al-Baqara 2:184). Ibn ʿAbbās: dit gaat over de oude man en vrouw die niet kunnen vasten (al-Bukhārī). De hoeveelheid is een halve ṣāʿ van het basisvoedsel (p. 20).

Ibn ʿUthaymīn deelt zieken in drie groepen in: (1) vasten raakt hem niet: hij breekt niet; (2) vasten is zwaar maar schaadt niet: breken wordt aangeraden; (3) vasten is zwaar en schaadt, zoals bij nier- of suikerziekte: vasten is verboden (p. 20).

Zwaar werk. Wie zwaar werk doet, eet volgens de meeste juristen suḥūr en vast. Krijgt hij zo'n honger of dorst dat hij schade vreest, dan breekt hij en haalt in; is de schade zeker, dan moet hij breken: ﴿en doodt uzelf niet﴾ (an-Nisāʾ 4:29) (p. 21).

Kernpunten

  • De reiziger mag niet vasten; of vasten beter is, hangt af van hoe zwaar het hem valt.
  • Op reis vasten met ondraaglijke moeite is verboden.
  • Een zieke die kan genezen, haalt in; wie niet kan genezen, voedt per dag een arme.
  • Wie zwaar werk doet, vast, en breekt alleen als hij schade vreest.

Bron: الفقه (٣), les 4, vanaf p. 19.

Begrippen

الفدية al-fidya · losprijs
per gemiste dag een arme voeden, voor wie niet kan vasten en niet kan inhalen (les 4, p. 20)
الصاع aṣ-ṣāʿ · ṣāʿ
een inhoudsmaat; de fidya is een halve ṣāʿ voedsel per dag (les 4, p. 20)
العذر al-ʿudhr · geldige reden
een reden zoals reis of ziekte waardoor niet vasten is toegestaan (les 4, p. 19)