Het oordeel over het vasten van Ramaḍān#
Verplicht. Het vasten van Ramaḍān is verplicht voor iedereen die verantwoordelijk is (mukallaf): ﴿wie van jullie de maand meemaakt, laat hem vasten﴾ (al-Baqara 2:185). Een bedoeïen vroeg wat Allah hem aan vasten had opgelegd; de Profeet ﷺ zei: de maand Ramaḍān, en verder niets, tenzij hij vrijwillig iets wilde doen (Ṭalḥa ibn ʿUbayd Allāh, al-Bukhārī en Muslim). Er is consensus over; wie de verplichting ontkent, is volgens het boek een afvallige (p. 13).
Het zien van de maansikkel. Ramaḍān begint als de sikkel gezien wordt: vast wanneer jullie hem zien en breek wanneer jullie hem zien; is hij verborgen, maak Shaʿbān dan dertig dagen vol (al-Bukhārī en Muslim). Eén betrouwbare moslim als getuige volstaat. Elk land heeft volgens het boek zijn eigen waarneming: Kurayb zag de sikkel in Syrië op vrijdagavond, maar Ibn ʿAbbās in Medina bleef rekenen vanaf zaterdagavond en zei: zo heeft de Boodschapper van Allah ﷺ het ons bevolen (Muslim). Het einde van de maand staat vast met twee betrouwbare getuigen van de sikkel van Shawwāl, anders maakt men Ramaḍān dertig dagen vol (p. 13–14).
Zes voorwaarden voor de plicht. (1) Islam. (2) Volwassenheid; een kind met onderscheidingsvermogen mag wel vasten, en wie het opvoedt krijgt er beloning voor. (3) Verstand: de pen is opgeheven voor drie: de slaper tot hij ontwaakt, het kind tot het volwassen wordt en de krankzinnige tot hij bij verstand komt (Abū Dāwūd en at-Tirmidhī; al-Albānī ṣaḥīḥ). (4) Thuis zijn, niet op reis. (5) Het kunnen; niet voor de zieke (al-Baqara 2:185). (6) Vrij zijn van menstruatie en kraambed: dan is vasten verboden en ongeldig, maar het moet ingehaald worden. ʿĀʾisha: ons werd opgedragen het vasten in te halen, maar niet het gebed (Muslim) (p. 14).
Soorten vasten. (1) Bevolen: (a) verplicht, van oorsprong (alleen Ramaḍān; Ibn ʿAbd al-Barr noemt daarover consensus) of door een oorzaak (gelofte, boetedoening, inhalen); (b) aanbevolen: onbeperkt, of aan een tijd gebonden zoals zes dagen van Shawwāl, maandag en donderdag, ʿArafa, tāsūʿāʾ en ʿāshūrāʾ (p. 15–16).
Kernpunten
- Ramaḍān vasten is verplicht voor elke verantwoordelijke moslim; daarover is consensus.
- De maand begint met het zien van de sikkel (één betrouwbare getuige) of na dertig dagen Shaʿbān.
- Volgens het boek heeft elk land zijn eigen waarneming.
- Zes voorwaarden: islam, volwassenheid, verstand, thuis zijn, kunnen, en vrij zijn van menstruatie en kraambed.
Bron: الفقه (٣), les 2, vanaf p. 13.
Begrippen
- رؤية الهلال ruʾyat al-hilāl · het zien van de maansikkel
- waarmee het begin en einde van Ramaḍān vastgesteld worden (les 2, p. 13)
- المكلف al-mukallaf · de verantwoordelijke
- wie volwassen en bij verstand is, en dus aan de plichten gebonden (les 2, p. 13)
- اختلاف المطالع ikhtilāf al-maṭāliʿ · verschil in waarneming
- elk land volgt zijn eigen waarneming van de sikkel (les 2, p. 13)