De handelingen op de feestdag en de dagen van tashrīq#
Vijf handelingen op de feestdag: werpen op Jamrat al-ʿAqaba, slachten, scheren of inkorten, ṭawāf al-ifāḍa, en de saʿy. Deze volgorde is sunna; wie iets eerder of later doet, heeft geen bezwaar: de Profeet ﷺ zei die dag op elke vraag: doe het, er is geen bezwaar (al-Bukhārī en Muslim) (p. 82).
Minā. Men overnacht verplicht in Minā in de nachten van de 11e en 12e, en ook de 13e voor wie blijft (al-Baqara 2:203). Het grootste deel van de nacht volstaat (p. 82).
Werpen in de tashrīq-dagen. Na het middaguur van de 11e werpt men op de drie jamarāt. Men begint met de kleine: zeven steentjes na elkaar met takbīr; dan stapt men naar voren, staat rechts richting qibla en smeekt lang met geheven handen. Dan de middelste op dezelfde manier, en men staat links en smeekt lang. Dan al-ʿAqaba, zonder erbij te blijven staan, zoals de Profeet ﷺ deed. Op de 12e hetzelfde (p. 82–83).
Haasten of blijven. Na het werpen op de 12e mag men vertrekken; blijven tot de 13e is beter. Blijven is alleen verplicht als de zon op de 12e ondergaat terwijl men in Minā is en men geen poging deed te vertrekken. Wie door drukte buiten zijn wil nog in Minā is, hoeft niet te blijven (p. 83).
Twee soorten uittreding. De kleine: alles toegestaan behalve de echtgenote; door werpen en scheren of inkorten (volgens een andere mening door werpen alleen; de eerste mening is voorzichtiger). De grote: alles toegestaan; door werpen, scheren of inkorten, en ṭawāf met saʿy (p. 82).
Ṭawāf al-wadāʿ. Men verlaat Mekka niet zonder afscheids-ṭawāf: laat niemand vertrekken voordat zijn laatste daad bij het Huis is (Ibn ʿAbbās, Muslim). Behalve de menstruerende vrouw en de kraamvrouw die de ifāḍa al deden. Wie daarna nog iets onderweg koopt of op reisgenoten wacht, hoeft niets; wie de ifāḍa uitstelde tot het vertrek, laat die met de intentie van de ifāḍa ook als wadāʿ gelden (p. 83).
Laten werpen (p. 84). Wie door een reden die niet vóór het einde van de werptijd verdwijnt niet kan werpen, laat iemand anders werpen; dat is de mening van de meerderheid. Dat geldt voor de zieke, de zwangere die voor zichzelf vreest, de zogende moeder zonder oppas, de hoogbejaarde en dergelijke. De vervanger werpt eerst voor zichzelf en dan voor de ander, op één plek. Alleen een pelgrim mag vervanger zijn. Wie een ander liet werpen, doet de afscheids-ṭawāf pas nadat de vervanger geworpen heeft.
Kernpunten
- De vijf handelingen van de feestdag hebben een sunna-volgorde, maar verwisselen is geen bezwaar.
- In de tashrīq-dagen werpt men na het middaguur op de drie jamarāt, en smeekt men na de eerste en de middelste.
- Men mag na de 12e vertrekken; blijven is beter, en verplicht als men bij zonsondergang vrijwillig nog in Minā is.
- Afscheids-ṭawāf is verplicht, behalve voor de menstruerende vrouw en kraamvrouw.
Bron: الفقه (٣), les 28, vanaf p. 82.
Begrippen
- التحلل الأصغر at-taḥallul al-aṣghar · kleine uittreding
- alles wordt toegestaan behalve de omgang met de echtgenote (les 28, p. 82)
- التحلل الأكبر at-taḥallul al-akbar · grote uittreding
- alles wordt toegestaan, na werpen, scheren en ṭawāf met saʿy (les 28, p. 82)
- التوكيل في الرمي at-tawkīl fī r-ramy · iemand laten werpen
- een andere pelgrim laten werpen voor wie het zelf niet kan (les 28, p. 84)