Gebreken die afgeraden zijn, en het slachten#
Gebreken waarmee het offer geldig maar afgeraden is (p. 97).
- Al-ʿaḍbāʾ: half of meer van het oor of de hoorn afgesneden.
- Al-muqābala: het oor van voren in de breedte ingesneden.
- Al-mudābara: het oor van achteren in de breedte ingesneden.
- Ash-sharqāʾ: het oor in de lengte gespleten.
- Al-kharqāʾ: een gat in het oor.
- Al-mustaʾṣala: de hele hoorn weg.
- Al-bakhqāʾ: blind, terwijl het oog zelf nog intact is.
- Minder dan de helft van het staartvet afgesneden; de helft of meer volstaat volgens de meerderheid niet. Een ras dat van nature geen staartvet heeft, is geen bezwaar.
- Gecastreerd.
- Enkele tanden uitgevallen; zijn ze er van nature niet, dan is het niet afgeraden.
Het is sunna het offerdier zelf te slachten; wie het niet goed kan, is erbij. De slachter krijgt niets van het offer als loon (p. 97).
Vier voorwaarden voor geldig slachten (p. 98).
- De slachter is bij verstand en moslim; buiten de uḍḥiya mag hij ook van de mensen van het Boek zijn.
- Een scherp werktuig, behalve tand en nagel: wat het bloed laat stromen, eet het, behalve met tand en nagel (al-Bukhārī en Muslim).
- De twee halsaders doorsnijden; het meest volledig is met luchtpijp en slokdarm erbij.
- Bij het slachten 'bismillāh' zeggen: ﴿eet niet van datgene waarover de naam van Allah niet is uitgesproken﴾ (al-Anʿām 6:121).
De tijd (p. 98). Van na het feestgebed op de offerdag tot zonsondergang op de laatste tashrīq-dag. Wie eerder of later slacht, heeft geen geldig offer: wie vóór het gebed slacht, dat is maar vlees voor zijn gezin, geen offer en wie slachtte voordat hij bad, laat hem een ander slachten (al-Barāʾ ibn ʿĀzib, al-Bukhārī).
Kernpunten
- Bij tien gebreken is het offer geldig maar afgeraden, zoals een gespleten of doorboord oor.
- Het is sunna zelf te slachten; de slachter krijgt geen deel van het offer als loon.
- Voorwaarden voor het slachten: een moslim die bij verstand is, een scherp werktuig, de halsaders doorsnijden, en Allahs naam noemen.
- Men slacht van na het feestgebed tot zonsondergang op de laatste tashrīq-dag.
Bron: الفقه (٣), les 33, vanaf p. 97.
Begrippen
- التذكية at-tadhkiya · het rituele slachten
- slachten volgens de voorwaarden van de sharīʿa (les 33, p. 98)
- الودجان al-wadajān · de twee halsaders
- de aders die bij het slachten doorgesneden moeten worden (les 33, p. 98)
- التسمية at-tasmiya · Allahs naam noemen
- 'bismillāh' zeggen bij het slachten (les 33, p. 98)