Islamitische jurisprudentie (3)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 5 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Gebreken die afgeraden zijn, en het slachten

Gebreken waarmee het offer geldig maar afgeraden is (p. 97).

  1. Al-ʿaḍbāʾ: half of meer van het oor of de hoorn afgesneden.
  2. Al-muqābala: het oor van voren in de breedte ingesneden.
  3. Al-mudābara: het oor van achteren in de breedte ingesneden.
  4. Ash-sharqāʾ: het oor in de lengte gespleten.
  5. Al-kharqāʾ: een gat in het oor.
  6. Al-mustaʾṣala: de hele hoorn weg.
  7. Al-bakhqāʾ: blind, terwijl het oog zelf nog intact is.
  8. Minder dan de helft van het staartvet afgesneden; de helft of meer volstaat volgens de meerderheid niet. Een ras dat van nature geen staartvet heeft, is geen bezwaar.
  9. Gecastreerd.
  10. Enkele tanden uitgevallen; zijn ze er van nature niet, dan is het niet afgeraden.

Het is sunna het offerdier zelf te slachten; wie het niet goed kan, is erbij. De slachter krijgt niets van het offer als loon (p. 97).

Vier voorwaarden voor geldig slachten (p. 98).

  1. De slachter is bij verstand en moslim; buiten de uḍḥiya mag hij ook van de mensen van het Boek zijn.
  2. Een scherp werktuig, behalve tand en nagel: wat het bloed laat stromen, eet het, behalve met tand en nagel (al-Bukhārī en Muslim).
  3. De twee halsaders doorsnijden; het meest volledig is met luchtpijp en slokdarm erbij.
  4. Bij het slachten 'bismillāh' zeggen: ﴿eet niet van datgene waarover de naam van Allah niet is uitgesproken﴾ (al-Anʿām 6:121).

De tijd (p. 98). Van na het feestgebed op de offerdag tot zonsondergang op de laatste tashrīq-dag. Wie eerder of later slacht, heeft geen geldig offer: wie vóór het gebed slacht, dat is maar vlees voor zijn gezin, geen offer en wie slachtte voordat hij bad, laat hem een ander slachten (al-Barāʾ ibn ʿĀzib, al-Bukhārī).

Kernpunten

  • Bij tien gebreken is het offer geldig maar afgeraden, zoals een gespleten of doorboord oor.
  • Het is sunna zelf te slachten; de slachter krijgt geen deel van het offer als loon.
  • Voorwaarden voor het slachten: een moslim die bij verstand is, een scherp werktuig, de halsaders doorsnijden, en Allahs naam noemen.
  • Men slacht van na het feestgebed tot zonsondergang op de laatste tashrīq-dag.

Bron: الفقه (٣), les 33, vanaf p. 97.

Begrippen

التذكية at-tadhkiya · het rituele slachten
slachten volgens de voorwaarden van de sharīʿa (les 33, p. 98)
الودجان al-wadajān · de twee halsaders
de aders die bij het slachten doorgesneden moeten worden (les 33, p. 98)
التسمية at-tasmiya · Allahs naam noemen
'bismillāh' zeggen bij het slachten (les 33, p. 98)