PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 5: Het offerdier en de ʿaqīqa

Overzicht

Eenheid 5 · 5 lessen

Het offerdier en de ʿaqīqa

Vijf lessen samen op één pagina

Het offerdier (uḍḥiya) wordt op de feestdag geslacht om nader tot Allah te komen: een kameel, rund, schaap of geit. Volgens de meesten is het een sterk aanbevolen sunna. Het dier moet tot het vee behoren, de vereiste leeftijd hebben en vrij zijn van gebreken die het ongeldig maken. Het slachten kent vier voorwaarden; de tijd loopt van na het ʿīd-gebed tot zonsondergang op de laatste dag van tashrīq. Men eet ervan, geeft cadeau en geeft ṣadaqa. De ʿaqīqa wordt uit dank voor een kind geslacht: twee schapen voor een jongen en één voor een meisje, op de zevende dag, zonder delen.

Bron: Al-Fiqh (3), Zad-reeks · p. 93–102

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Offerdier en ʿaqīqa in één kaart

De belangrijkste punten uit het boek.

Offerdier en ʿaqīqaEenheid 5
  • Het offerdierles 32
    • oordeel
    • delen
    • voorwaarden en ongeldige gebreken
  • Afgeraden gebreken en slachtenles 33
    • geldig maar afgeraden
    • voorwaarden van slachten
    • tijd van slachten
  • Wat sunna is met het offerles 34
    • eten, schenken en ṣadaqa
    • bewaren
  • De ʿaqīqales 35–36
    • oordeel en hoeveelheid
    • tijd
    • kwesties

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Volgens de meesten is het offer een sterk aanbevolen sunna, omdat sommige metgezellen zoals Abū Bakr en ʿUmar het soms lieten uit vrees dat men het verplicht zou achten. Imam Aḥmad zei: het offer is beter dan de waarde ervan als ṣadaqa geven.
  2. Wie wil offeren, neemt vanaf het begin van de tien dagen niets van zijn haar, nagels of huid af tot hij geofferd heeft.
  3. Eén schaap volstaat voor een man en zijn huisgezin, een kameel of rund voor zeven; delen in de beloning is ruimer dan delen in het eigendom.
  4. De vereiste leeftijd: vijf jaar voor kamelen, twee voor runderen, één voor geiten en zes maanden voor schapen.
  5. Het is sunna zelf te slachten; wie dat niet goed kan, is erbij. De slager krijgt zijn loon niet uit het offer.
  6. Slachten voor een ander dan Allah is verboden en wie dat doet is vervloekt.
  7. Bij de ʿaqīqa wordt niet gedeeld, want zij is een losgeld voor een ziel; de moeder kan de plaats van de vader innemen, en ook de grootvader, zelfs van moederskant.
  8. Bij de ʿaqīqa is een schaap beter dan een kameel of rund, want zo staat het in de sunna.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 32 · p. 95 Het offerdier van het feest (uḍḥiya)
  2. Les 33 · p. 97 Gebreken die afgeraden zijn, en het slachten
  3. Les 34 · p. 99 Wat sunna is met het offerdier
  4. Les 35 · p. 100 De ʿaqīqa
  5. Les 36 · p. 101 Kwesties over de ʿaqīqa

Oefeningen van het boek op p. 102. De Nederlandse weergave van hadith en verzen geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

Gebreken bij het offerdier

Wat ongeldig maakt en wat geldig maar afgeraden is.

VergelijkingOngeldigGeldig maar afgeraden
Oogduidelijk eenoog of blindzicht weg, oog intact
Lichaamzeer mager of duidelijk kreupelenkele tanden kwijt
Oor en hoorn—afgesneden, gespleten of doorboord oor; half of meer van de hoorn weg
Gezondheidduidelijk ziek—

Les 32p. 96

Offerdier en ʿaqīqa

Overeenkomsten en verschillen volgens het boek.

VergelijkingOfferdierʿAqīqa
Aanleidinghet offerfeesteen geboren kind
Tijdna het ʿīd-gebed tot de laatste dag van tashrīqde zevende dag, anders de 14e of 21e
Delenkameel of rund voor zevenniet
Voorwaardenvee, leeftijd, zonder gebrekenals bij het offerdier

Les 35p. 100

Uitleg

  1. Het offer van de Profeet ﷺ

    De Profeet ﷺ offerde twee wit-zwarte gehoornde rammen; hij slachtte ze met eigen hand, sprak de naam van Allah en de takbīr uit, en zette zijn voet op hun hals.

  2. De tijd van slachten

    Wie vóór het ʿīd-gebed slacht of na zonsondergang op de dertiende, heeft geen geldig offer; het is vlees voor zijn gezin, en hij slacht een ander dier.

  3. Slachten door een vrouw of kind

    De geleerden zijn het erover eens dat wat een vrouw of kind slacht toegestaan is. Een slavin van Kaʿb ibn Mālik slachtte een stervend schaap met een steen, en de Profeet ﷺ liet het eten.

  4. De tijd van de ʿaqīqa

    Sunna is de zevende dag; anders de veertiende, dan de eenentwintigste, dan elke dag. Is het kind op zaterdag geboren, dan slacht men op de vrijdag daarna.

Kernpunten

VoorwaardeUit het boek

Voorwaarden van het offerdier

  • van het vee (kameel, rund, kleinvee)
  • de vereiste leeftijd
  • vrij van gebreken die ongeldig maken
VoorwaardeUit het boek

Voorwaarden van het slachten

  • bekwame slachter: verstandig en moslim (buiten het offer ook een kitābī)
  • werktuig: alles scherps behalve tand en nagel
  • de twee halsaders doorsnijden
  • Bismillāh zeggen

Begrippen

الأضحية

al-uḍḥiya

Wat op de feestdag van het vee geslacht wordt om nader tot Allah te komen; zo genoemd omdat het in de voormiddag (ḍuḥā) gebeurt.

المسنة

al-musinna

Een kameel, rund of geit die de vereiste leeftijd heeft.

الجذعة

al-jadhaʿa

Een schaap van zes maanden.

العجفاء

al-ʿajfāʾ

Een dier zo mager dat er geen merg in de botten zit.

العضباء

al-ʿaḍbāʾ

Een dier dat de helft of meer van een oor of hoorn mist.

التذكية

at-tadhkiya

Het slachten volgens de sharīʿa.

العقيقة

al-ʿaqīqa

Taal: van afsnijden; sharīʿa: wat uit dank aan Allah voor een kind geslacht wordt.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. Overgeleverd door Anas

    «أن النبي ﷺ ضحى بكبشين أملحين أقرنين، ذبحهما بيده، وسمى وكبر، ووضع رجله على صفاحهما»

    De Profeet ﷺ offerde twee wit-zwarte gehoornde rammen; hij slachtte ze met eigen hand, noemde Allahs naam, zei Allāhu akbar en zette zijn voet op hun hals

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  2. «إذا رأيتم هلال ذي الحجة، وأراد أحدكم أن يضحي، فليمسك عن شعره وأظفاره»

    Als jullie de nieuwe maan van Dhū l-Ḥijja zien en een van jullie wil offeren, laat hij dan zijn haar en nagels laten

    Bron: Muslim

  3. Overgeleverd door Abū Ayyūb

    «كان الرجل في عهد رسول الله ﷺ يضحي بالشاة عنه وعن أهل بيته، فيأكلون ويطعمون»

    In de tijd van de Boodschapper van Allah ﷺ offerde een man één schaap voor zichzelf en zijn huisgezin; zij aten ervan en gaven anderen te eten

    Bron: at-Tirmidhī en Ibn Māja; al-Albānī noemde hem authentiek

  4. Overgeleverd door Jābir

    «نحرنا مع رسول الله ﷺ عام الحديبية البدنة عن سبعة، والبقرة عن سبعة»

    Wij slachtten met de Boodschapper van Allah ﷺ in het jaar van al-Ḥudaybiya een kameel voor zeven en een rund voor zeven

    Bron: Muslim

  5. Overgeleverd door Jābir

    «لا تذبحوا إلا مسنة، إلا أن يعسر عليكم، فتذبحوا جذعة من الضأن»

    Slacht alleen een dier van de vereiste leeftijd, tenzij dat moeilijk voor jullie is; slacht dan een schaap van zes maanden

    Bron: Muslim

  6. Overgeleverd door al-Barāʾ ibn ʿĀzib

    «أربع لا تجوز في الأضاحي: العوراء البين عورها، والمريضة البين مرضها، والعرجاء البين ضلعها، والعجفاء التي لا تنقي»

    Vier dieren zijn niet geldig als offer: het duidelijk eenogige, het duidelijk zieke, het duidelijk kreupele en het uitgemergelde

    Bron: Aḥmad en at-Tirmidhī, die hem authentiek noemde

  7. «ما أنهر الدم وذكر اسم الله عليه فكلوا، ليس السن والظفر»

    Wat het bloed laat stromen en waarover Allahs naam genoemd is, eet daarvan; maar niet met tand of nagel

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  8. Overgeleverd door al-Barāʾ ibn ʿĀzib

    «من ذبح قبل الصلاة فإنما هو لحم قدمه لأهله، وليس من النسك في شيء»

    Wie vóór het gebed slacht, heeft alleen vlees voor zijn gezin; het hoort niet bij de offerrite

    Bron: al-Bukhārī

  9. Overgeleverd door Burayda

    «كنت نهيتكم عن ادخار لحوم الأضاحي فوق ثلاث، فأمسكوا ما بدا لكم»

    Ik had jullie verboden offervlees langer dan drie dagen te bewaren; bewaar nu zoveel als jullie willen

    Bron: Muslim

  10. «لعن الله من ذبح لغير الله»

    Allah vervloekt wie voor een ander dan Allah slacht

    Bron: Muslim

  11. Overgeleverd door Samura

    «كل غلام رهينة بعقيقته، تذبح عنه يوم سابعه، ويسمى ويحلق رأسه»

    Elk kind is verpand aan zijn ʿaqīqa: op de zevende dag wordt voor hem geslacht, krijgt het een naam en wordt zijn hoofd geschoren

    Bron: Abū Dāwūd en at-Tirmidhī; al-Albānī noemde hem authentiek

  12. «عن الغلام شاتان مكافئتان، وعن الجارية شاة»

    Voor een jongen twee gelijkwaardige schapen, voor een meisje één

    Bron: Abū Dāwūd en an-Nasāʾī; al-Albānī noemde hem authentiek

  13. Overgeleverd door Ibn ʿAbbās

    «عق رسول الله ﷺ عن الحسن والحسين كبشا كبشا»

    De Boodschapper van Allah ﷺ slachtte als ʿaqīqa voor al-Ḥasan en al-Ḥusayn elk een ram

    Bron: Abū Dāwūd; bij an-Nasāʾī: twee rammen elk; al-Albānī noemde hem authentiek

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Het offer is een sterk aanbevolen sunna; één schaap volstaat voor het gezin.
  • Voorwaarden: vee, de vereiste leeftijd en vrij van gebreken.
  • Het slachten kent vier voorwaarden; de tijd loopt van na het ʿīd-gebed tot het einde van tashrīq.
  • Men eet ervan, geeft cadeau en geeft ṣadaqa; bewaren mag.
  • De ʿaqīqa is twee schapen voor een jongen en één voor een meisje op de zevende dag, zonder delen.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Wat is het oordeel over het offer volgens de meesten?

  2. Wat is de vereiste leeftijd voor een schaap?

  3. Een duidelijk kreupel dier is geldig als offer.

  4. Wanneer begint de tijd om het offer te slachten?

  5. Bij de ʿaqīqa mag men delen, zoals bij het offer.

  6. Hoeveel schapen worden voor een meisje geslacht bij de ʿaqīqa?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 32 Het offerdier van het feest (uḍḥiya)

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 95–96

  2. Les 33 Gebreken die afgeraden zijn, en het slachten

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 97–98

  3. Les 34 Wat sunna is met het offerdier

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 99

  4. Les 35 De ʿaqīqa

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 100

  5. Les 36 Kwesties over de ʿaqīqa

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 101

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Al-Fiqh (3), Zad-reeks · p. 93–102 p. 93

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.