Eenheid 5: Het offerdier en de ʿaqīqa#
Overzicht
Eenheid 5 · 5 lessen
Het offerdier en de ʿaqīqa
Vijf lessen samen op één pagina
Het offerdier (uḍḥiya) wordt op de feestdag geslacht om nader tot Allah te komen: een kameel, rund, schaap of geit. Volgens de meesten is het een sterk aanbevolen sunna. Het dier moet tot het vee behoren, de vereiste leeftijd hebben en vrij zijn van gebreken die het ongeldig maken. Het slachten kent vier voorwaarden; de tijd loopt van na het ʿīd-gebed tot zonsondergang op de laatste dag van tashrīq. Men eet ervan, geeft cadeau en geeft ṣadaqa. De ʿaqīqa wordt uit dank voor een kind geslacht: twee schapen voor een jongen en één voor een meisje, op de zevende dag, zonder delen.
Bron: Al-Fiqh (3), Zad-reeks · p. 93–102
Offerdier en ʿaqīqa in één kaart
De belangrijkste punten uit het boek.
- oordeel
- delen
- voorwaarden en ongeldige gebreken
- geldig maar afgeraden
- voorwaarden van slachten
- tijd van slachten
- eten, schenken en ṣadaqa
- bewaren
- oordeel en hoeveelheid
- tijd
- kwesties
Het hoofdstuk in één oogopslag
Lessen in dit hoofdstuk
Oefeningen van het boek op p. 102. De Nederlandse weergave van hadith en verzen geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.
Schema’s
Gebreken bij het offerdier
Wat ongeldig maakt en wat geldig maar afgeraden is.
| Vergelijking | Ongeldig | Geldig maar afgeraden |
|---|---|---|
| Oog | duidelijk eenoog of blind | zicht weg, oog intact |
| Lichaam | zeer mager of duidelijk kreupel | enkele tanden kwijt |
| Oor en hoorn | — | afgesneden, gespleten of doorboord oor; half of meer van de hoorn weg |
| Gezondheid | duidelijk ziek | — |
Offerdier en ʿaqīqa
Overeenkomsten en verschillen volgens het boek.
| Vergelijking | Offerdier | ʿAqīqa |
|---|---|---|
| Aanleiding | het offerfeest | een geboren kind |
| Tijd | na het ʿīd-gebed tot de laatste dag van tashrīq | de zevende dag, anders de 14e of 21e |
| Delen | kameel of rund voor zeven | niet |
| Voorwaarden | vee, leeftijd, zonder gebreken | als bij het offerdier |
Uitleg
Het offer van de Profeet ﷺ
De Profeet ﷺ offerde twee wit-zwarte gehoornde rammen; hij slachtte ze met eigen hand, sprak de naam van Allah en de takbīr uit, en zette zijn voet op hun hals.
De tijd van slachten
Wie vóór het ʿīd-gebed slacht of na zonsondergang op de dertiende, heeft geen geldig offer; het is vlees voor zijn gezin, en hij slacht een ander dier.
Slachten door een vrouw of kind
De geleerden zijn het erover eens dat wat een vrouw of kind slacht toegestaan is. Een slavin van Kaʿb ibn Mālik slachtte een stervend schaap met een steen, en de Profeet ﷺ liet het eten.
De tijd van de ʿaqīqa
Sunna is de zevende dag; anders de veertiende, dan de eenentwintigste, dan elke dag. Is het kind op zaterdag geboren, dan slacht men op de vrijdag daarna.
Kernpunten
Voorwaarden van het offerdier
- van het vee (kameel, rund, kleinvee)
- de vereiste leeftijd
- vrij van gebreken die ongeldig maken
Voorwaarden van het slachten
- bekwame slachter: verstandig en moslim (buiten het offer ook een kitābī)
- werktuig: alles scherps behalve tand en nagel
- de twee halsaders doorsnijden
- Bismillāh zeggen
Begrippen
الأضحية
al-uḍḥiya
Wat op de feestdag van het vee geslacht wordt om nader tot Allah te komen; zo genoemd omdat het in de voormiddag (ḍuḥā) gebeurt.
المسنة
al-musinna
Een kameel, rund of geit die de vereiste leeftijd heeft.
الجذعة
al-jadhaʿa
Een schaap van zes maanden.
العجفاء
al-ʿajfāʾ
Een dier zo mager dat er geen merg in de botten zit.
العضباء
al-ʿaḍbāʾ
Een dier dat de helft of meer van een oor of hoorn mist.
التذكية
at-tadhkiya
Het slachten volgens de sharīʿa.
العقيقة
al-ʿaqīqa
Taal: van afsnijden; sharīʿa: wat uit dank aan Allah voor een kind geslacht wordt.
Hadith
De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.
-
Overgeleverd door Anas
«أن النبي ﷺ ضحى بكبشين أملحين أقرنين، ذبحهما بيده، وسمى وكبر، ووضع رجله على صفاحهما»
De Profeet ﷺ offerde twee wit-zwarte gehoornde rammen; hij slachtte ze met eigen hand, noemde Allahs naam, zei Allāhu akbar en zette zijn voet op hun hals
Bron: al-Bukhārī en Muslim
-
«إذا رأيتم هلال ذي الحجة، وأراد أحدكم أن يضحي، فليمسك عن شعره وأظفاره»
Als jullie de nieuwe maan van Dhū l-Ḥijja zien en een van jullie wil offeren, laat hij dan zijn haar en nagels laten
Bron: Muslim
-
Overgeleverd door Abū Ayyūb
«كان الرجل في عهد رسول الله ﷺ يضحي بالشاة عنه وعن أهل بيته، فيأكلون ويطعمون»
In de tijd van de Boodschapper van Allah ﷺ offerde een man één schaap voor zichzelf en zijn huisgezin; zij aten ervan en gaven anderen te eten
Bron: at-Tirmidhī en Ibn Māja; al-Albānī noemde hem authentiek
-
Overgeleverd door Jābir
«نحرنا مع رسول الله ﷺ عام الحديبية البدنة عن سبعة، والبقرة عن سبعة»
Wij slachtten met de Boodschapper van Allah ﷺ in het jaar van al-Ḥudaybiya een kameel voor zeven en een rund voor zeven
Bron: Muslim
-
Overgeleverd door Jābir
«لا تذبحوا إلا مسنة، إلا أن يعسر عليكم، فتذبحوا جذعة من الضأن»
Slacht alleen een dier van de vereiste leeftijd, tenzij dat moeilijk voor jullie is; slacht dan een schaap van zes maanden
Bron: Muslim
-
Overgeleverd door al-Barāʾ ibn ʿĀzib
«أربع لا تجوز في الأضاحي: العوراء البين عورها، والمريضة البين مرضها، والعرجاء البين ضلعها، والعجفاء التي لا تنقي»
Vier dieren zijn niet geldig als offer: het duidelijk eenogige, het duidelijk zieke, het duidelijk kreupele en het uitgemergelde
Bron: Aḥmad en at-Tirmidhī, die hem authentiek noemde
-
«ما أنهر الدم وذكر اسم الله عليه فكلوا، ليس السن والظفر»
Wat het bloed laat stromen en waarover Allahs naam genoemd is, eet daarvan; maar niet met tand of nagel
Bron: al-Bukhārī en Muslim
-
Overgeleverd door al-Barāʾ ibn ʿĀzib
«من ذبح قبل الصلاة فإنما هو لحم قدمه لأهله، وليس من النسك في شيء»
Wie vóór het gebed slacht, heeft alleen vlees voor zijn gezin; het hoort niet bij de offerrite
Bron: al-Bukhārī
-
Overgeleverd door Burayda
«كنت نهيتكم عن ادخار لحوم الأضاحي فوق ثلاث، فأمسكوا ما بدا لكم»
Ik had jullie verboden offervlees langer dan drie dagen te bewaren; bewaar nu zoveel als jullie willen
Bron: Muslim
-
«لعن الله من ذبح لغير الله»
Allah vervloekt wie voor een ander dan Allah slacht
Bron: Muslim
-
Overgeleverd door Samura
«كل غلام رهينة بعقيقته، تذبح عنه يوم سابعه، ويسمى ويحلق رأسه»
Elk kind is verpand aan zijn ʿaqīqa: op de zevende dag wordt voor hem geslacht, krijgt het een naam en wordt zijn hoofd geschoren
Bron: Abū Dāwūd en at-Tirmidhī; al-Albānī noemde hem authentiek
-
«عن الغلام شاتان مكافئتان، وعن الجارية شاة»
Voor een jongen twee gelijkwaardige schapen, voor een meisje één
Bron: Abū Dāwūd en an-Nasāʾī; al-Albānī noemde hem authentiek
-
Overgeleverd door Ibn ʿAbbās
«عق رسول الله ﷺ عن الحسن والحسين كبشا كبشا»
De Boodschapper van Allah ﷺ slachtte als ʿaqīqa voor al-Ḥasan en al-Ḥusayn elk een ram
Bron: Abū Dāwūd; bij an-Nasāʾī: twee rammen elk; al-Albānī noemde hem authentiek
Personen
De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.
Genoemd in de tekst
-
Anas ibn Mālik
أنس بن مالك
Metgezel · gest. 93 AH
Overleverde het offer van de Profeet ﷺ met twee rammen.
-
Abū Bakr aṣ-Ṣiddīq
أبو بكر الصديق
Metgezel · gest. 13 AH
Liet het offer soms, uit vrees dat men het verplicht zou achten.
-
ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb
عمر بن الخطاب
Metgezel · gest. 23 AH
Liet het offer soms, uit vrees dat men het verplicht zou achten.
-
al-Imām Aḥmad ibn Ḥanbal
الإمام أحمد بن حنبل
Geleerde · gest. 241 AH
Zei: het offer is beter dan de waarde ervan als ṣadaqa geven.
-
Abū Ayyūb al-Anṣārī
أبو أيوب الأنصاري
Metgezel · gest. 52 AH
Overleverde dat één schaap volstaat voor een man en zijn gezin.
-
Jābir ibn ʿAbd Allāh
جابر بن عبد الله
Metgezel · gest. 78 AH
Overleverde het delen van kameel en rund en de hadith over de leeftijd.
-
Ibn Qudāma al-Maqdisī
ابن قدامة المقدسي
Geleerde · gest. 620 AH
Zei: een dier waarvan een deel is afgesneden, zoals het staartvet, is niet geldig.
-
al-Barāʾ ibn ʿĀzib
البراء بن عازب
Metgezel · gest. 72 AH
Overleverde de vier gebreken en de tijd van slachten.
-
Burayda ibn al-Ḥuṣayb
بريدة بن الحصيب
Metgezel · gest. 63 AH
Overleverde dat het verbod op bewaren van offervlees werd opgeheven.
-
Ibn al-Mundhir
محمد بن إبراهيم بن المنذر النيسابوري
Geleerde · gest. 318 AH
Vermeldde de consensus dat slachten door een vrouw of kind toegestaan is.
-
Kaʿb ibn Mālik al-Anṣārī
كعب بن مالك الأنصاري
Metgezel
Zijn slavin slachtte een schaap met een steen en de Profeet ﷺ liet het eten.
-
Samura ibn Jundab
سمرة بن جندب
Metgezel
Overleverde: elk kind is verpand aan zijn ʿaqīqa.
-
Ibn Taymiyya
ابن تيمية
Geleerde · gest. 728 AH
Zei: wie niets heeft om te offeren of ʿaqīqa te doen, leent als hij kan terugbetalen.
-
ʿAbd Allāh ibn ʿAbbās
عبد الله بن عباس
Metgezel · gest. 68 AH
Overleverde de ʿaqīqa voor al-Ḥasan en al-Ḥusayn.
-
al-Ḥasan ibn ʿAlī
الحسن بن علي
Metgezel
Zijn grootvader ﷺ deed de ʿaqīqa voor hem.
-
al-Ḥusayn ibn ʿAlī
الحسين بن علي
Metgezel · gest. 61 AH
Zijn grootvader ﷺ deed de ʿaqīqa voor hem.
Herhaling
Het belangrijkste vlak voor een toets
- Het offer is een sterk aanbevolen sunna; één schaap volstaat voor het gezin.
- Voorwaarden: vee, de vereiste leeftijd en vrij van gebreken.
- Het slachten kent vier voorwaarden; de tijd loopt van na het ʿīd-gebed tot het einde van tashrīq.
- Men eet ervan, geeft cadeau en geeft ṣadaqa; bewaren mag.
- De ʿaqīqa is twee schapen voor een jongen en één voor een meisje op de zevende dag, zonder delen.
Flitskaarten
Mijn favorieten
Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.
Test jezelf
Wat is het oordeel over het offer volgens de meesten?
Wat is de vereiste leeftijd voor een schaap?
Een duidelijk kreupel dier is geldig als offer.
Wanneer begint de tijd om het offer te slachten?
Bij de ʿaqīqa mag men delen, zoals bij het offer.
Hoeveel schapen worden voor een meisje geslacht bij de ʿaqīqa?
Originele tekst
Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:
- Les 32 Het offerdier van het feest (uḍḥiya)
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 95–96
- Les 33 Gebreken die afgeraden zijn, en het slachten
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 97–98
- Les 34 Wat sunna is met het offerdier
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 99
- Les 35 De ʿaqīqa
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 100
- Les 36 Kwesties over de ʿaqīqa
Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 101
Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Al-Fiqh (3), Zad-reeks · p. 93–102 p. 93
Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.