PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 4: Ḥajj en ʿumra (2)

Overzicht

Eenheid 4 · 7 lessen

Ḥajj en ʿumra (2)

Zeven lessen samen op één pagina

De ḥajj heeft zeven plichten; wie er een nalaat, herstelt dat met een offer: iḥrām vanaf de mīqāt, op ʿArafa blijven tot zonsondergang, overnachten in Muzdalifa, overnachten in Minā in de nachten van tashrīq, het werpen, scheren of inkorten, en ṭawāf al-wadāʿ. Het boek beschrijft de ḥajj: iḥrām, talbiya, ṭawāf en saʿy, en daarna de achtste en negende dag, de feestdag en de dagen van tashrīq. De hady kent twee soorten: uit dank en als herstel. Wie ʿArafa mist of verhinderd wordt, kent eigen regels; een voorwaarde stellen (ishtirāṭ) is voorgeschreven. ʿUmra is eenmaal in het leven verplicht; haar pijlers zijn iḥrām, ṭawāf en saʿy.

Bron: Al-Fiqh (3), Zad-reeks · p. 73–91

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Ḥajj en ʿumra (2) in één kaart

De belangrijkste punten uit het boek.

Ḥajj en ʿumraEenheid 4
  • Plichten van de ḥajjles 25
    • overnachten
    • het werpen
    • scheren en afscheidsṭawāf
  • Beschrijving van de ḥajjles 26–28
    • iḥrām en talbiya
    • de achtste en negende dag
    • feestdag en tashrīq
  • De hadyles 29
    • uit dank
    • als herstel
    • voorwaarden
  • Missen en verhinderd wordenles 30
    • ʿArafa missen
    • een voorwaarde stellen
  • De ʿumrales 31
    • verdienste en oordeel
    • pijlers en plichten

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Wie een plicht nalaat, opzettelijk of vergeten, herstelt dat met een offer; hij eet er niet van en geeft het niet cadeau, maar geeft alles als ṣadaqa.
  2. De steentjes zijn groter dan een kikkererwt en kleiner dan een hazelnoot, mogen overal geraapt worden en moeten in het bekken vallen; de pilaar raken is geen voorwaarde.
  3. Enkele kanten van het hoofd inkorten volstaat niet; het hele hoofd moet.
  4. Ṭawāf binnen de Ḥijr is niet geldig, want die hoort bij de Kaʿba; van het Huis raakt men alleen de Zwarte Steen en de Jemenitische hoek aan.
  5. Reinheid is geen voorwaarde voor de saʿy; een menstruerende vrouw mag saʿy doen. Er is geen vaste smeekbede per ronde overgeleverd.
  6. De Profeet ﷺ week af van de polytheïsten: hij vertrok van ʿArafa na zonsondergang, uit Muzdalifa vóór zonsopgang, en stopte niet in Wādī Muḥassir.
  7. Wie de volgorde van de handelingen op de feestdag verwisselt: geen bezwaar.
  8. Wie in Mekka woont, gaat naar buiten de Ḥaram om iḥrām voor ʿumra te nemen, zoals de Profeet ﷺ ʿĀʾisha opdroeg iḥrām te nemen vanaf at-Tanʿīm.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 25 · p. 75 De plichten van de ḥajj
  2. Les 26 · p. 77 De beschrijving van de ḥajj: iḥrām, aankomst en ʿumra
  3. Les 27 · p. 80 De achtste en negende dag en de nacht in Muzdalifa
  4. Les 28 · p. 82 De handelingen op de feestdag en de dagen van tashrīq
  5. Les 29 · p. 86 Het offerdier (hady)
  6. Les 30 · p. 87 Het missen van de ḥajj en verhindering
  7. Les 31 · p. 89 De ʿumra

Oefeningen van het boek op p. 85, 88 en 91. De Nederlandse weergave van hadith en verzen geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

De handelingen op de feestdag

In de beste volgorde; verwisselen is geen bezwaar.

  1. Jamrat al-ʿAqaba werpenzeven steentjes met takbīr
  2. De hady slachten
  3. Scheren of inkortenscheren is beter; de vrouw een vingertopje
  4. Ṭawāf al-ifāḍa
  5. De saʿyvoor de mutamattiʿ, en voor mufrid of qārin die nog geen saʿy deed

Twee soorten hady

Zoals het boek ze onderscheidt.

VergelijkingUit dankAls herstel
Oorzaaktamattuʿ en qirāneen plicht nalaten, een verbod doen of verhinderd worden
Ervan etenaanbevolenniet
Wie het niet heeftdrie dagen vasten in de ḥajj en zeven bij terugkeer—

Les 29p. 86

Uitleg

  1. De talbiya

    Labbayka llāhumma labbayk … De man verheft zijn stem; wie ʿumra doet stopt bij het begin van de ṭawāf, wie ḥajj doet bij het werpen op Jamrat al-ʿAqaba.

  2. De achtste en negende dag

    Op de achtste neemt de mutamattiʿ iḥrām voor ḥajj en bidt hij in Minā ingekort zonder samenvoegen. Dan naar ʿArafa: ẓuhr en ʿaṣr ingekort en samengevoegd, veel smeekbeden tot zonsondergang, zonder te vasten.

  3. Haasten of blijven

    Wie wil, vertrekt na het werpen op de twaalfde; blijven is beter. Blijven is pas verplicht als de zon ondergaat terwijl hij uit eigen keuze nog in Minā is.

  4. Iemand laten werpen

    Wie niet kan werpen, zoals een zieke, een zwangere of een hoogbejaarde, mag een pelgrim machtigen; die werpt eerst voor zichzelf en dan voor de ander, op dezelfde plek.

Kernpunten

OpsommingUit het boek

De plichten van de ḥajj

  1. iḥrām vanaf de mīqāt
  2. op ʿArafa blijven tot zonsondergang
  3. overnachten in Muzdalifa
  4. overnachten in Minā in de nachten van tashrīq
  5. het werpen
  6. scheren of inkorten
  7. ṭawāf al-wadāʿ
OpsommingUit het boek

Pijlers en plichten van de ʿumra

  1. pijlers: iḥrām, ṭawāf, saʿy
  2. plichten: iḥrām vanaf de mīqāt, scheren of inkorten

Begrippen

التحلل الأول

at-taḥallul al-awwal

Hierdoor is alles toegestaan behalve de vrouw; het volgt op werpen en scheren of inkorten.

التحلل الثاني

at-taḥallul ath-thānī

Hierdoor is alles toegestaan, ook de vrouw, na werpen, scheren, ṭawāf en saʿy.

الهدي

al-hady

Wat aan het Heilige Huis geschonken wordt van kamelen, runderen of kleinvee, om nader tot Allah te komen.

الفوات

al-fawāt

Iḥrām nemen voor ḥajj en het staan op ʿArafa missen.

الإحصار

al-iḥṣār

Verhinderd worden de rite te voltooien.

الاشتراط

al-ishtirāṭ

Bij iḥrām zeggen: als iets mij tegenhoudt, dan treed ik uit waar het mij tegenhoudt.

العمرة

al-ʿumra

Taal: bezoek; sharīʿa: Allah aanbidden door het Heilige Huis te bezoeken op een bepaalde wijze.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. «من شهد صلاتنا هذه، ووقف معنا حتى ندفع، وقد وقف قبل ذلك بعرفة ليلا أو نهارا، فقد تم حجه وقضى تفثه»

    Wie dit gebed met ons bijwoont en met ons blijft staan tot wij vertrekken, en daarvoor ’s nachts of overdag op ʿArafa stond, heeft zijn ḥajj voltooid

    Bron: Abū Dāwūd en at-Tirmidhī; al-Albānī noemde hem authentiek

    Bedoeld is het ochtendgebed in Muzdalifa.

  2. Overgeleverd door Ibn ʿUmar

    «اللهم ارحم المحلقين … والمقصرين»

    Allah, wees barmhartig voor wie scheren … en voor wie inkorten

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  3. Overgeleverd door Ibn ʿAbbās

    «أمر الناس أن يكون آخر عهدهم بالبيت، إلا أنه خفف عن الحائض»

    De mensen kregen de opdracht dat het Huis hun laatste halte zou zijn, maar voor de menstruerende vrouw werd het verlicht

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  4. «افعل ولا حرج»

    Doe het maar, geen bezwaar

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Tegen wie op de offerdag iets eerder of later deed.

  5. Overgeleverd door Ibn ʿAbbās

    «لا ينفر أحد حتى يكون آخر عهده بالبيت»

    Niemand vertrekt voordat het Huis zijn laatste halte is

    Bron: Muslim

  6. «تابعوا بين الحج والعمرة، فإنهما ينفيان الفقر والذنوب كما ينفي الكير خبث الحديد»

    Laat ḥajj en ʿumra elkaar opvolgen, want zij verdrijven armoede en zonden zoals de blaasbalg het vuil van ijzer verdrijft

    Bron: at-Tirmidhī en an-Nasāʾī; al-Albānī noemde hem authentiek

  7. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «العمرة إلى العمرة كفارة لما بينهما»

    Van de ene ʿumra tot de andere is een uitwissing voor wat ertussen ligt

    Bron: Muslim

  8. «إذا جاء رمضان فاعتمري، فإن عمرة فيه تعدل حجة»

    Als Ramaḍān komt, doe dan ʿumra, want een ʿumra daarin staat gelijk aan een ḥajj

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Tegen Umm Sinān; in een versie: een ḥajj met mij.

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • De ḥajj heeft zeven plichten; wie er een nalaat, herstelt dat met een offer.
  • Op de feestdag: werpen, slachten, scheren, ṭawāf en saʿy; de volgorde is vrij.
  • Er zijn twee soorten hady: uit dank (daarvan eet men) en als herstel (daarvan niet).
  • Wie ʿArafa mist, treedt uit met een ʿumra; wie verhinderd wordt, slacht en scheert, behalve wie een voorwaarde stelde.
  • ʿUmra is eenmaal verplicht; haar pijlers zijn iḥrām, ṭawāf en saʿy.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Wat moet wie een plicht van de ḥajj nalaat?

  2. Het steentje moet de pilaar raken.

  3. Reinheid is een voorwaarde voor de saʿy.

  4. Waarmee volgt de eerste ontheffing?

  5. Wat doet de mutamattiʿ die geen hady heeft?

  6. Vanwaar neemt iemand in Mekka iḥrām voor ʿumra?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 25 De plichten van de ḥajj

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 75–76

  2. Les 26 De beschrijving van de ḥajj: iḥrām, aankomst en ʿumra

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 77–79

  3. Les 27 De achtste en negende dag en de nacht in Muzdalifa

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 80–81

  4. Les 28 De handelingen op de feestdag en de dagen van tashrīq

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 82–85

  5. Les 29 Het offerdier (hady)

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 86

  6. Les 30 Het missen van de ḥajj en verhindering

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 87–88

  7. Les 31 De ʿumra

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 89

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Al-Fiqh (3), Zad-reeks · p. 73–91 p. 73

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.