Het offerdier van het feest (uḍḥiya)#
Definitie. De uḍḥiya is wat op de feestdag geslacht wordt om nader tot Allah te komen: een kameel, rund, schaap of geit. De naam komt van de voormiddag (ḍuḥā) van de feestdag (p. 95).
Oordeel. Volgens de meerderheid een sterk aanbevolen sunna: ﴿bid dus tot je Heer en offer﴾ (al-Kawthar 108:2). De Profeet ﷺ offerde twee gehoornde witte rammen, slachtte ze zelf, noemde Allahs naam en zei takbīr (Anas, al-Bukhārī en Muslim). Abū Bakr, ʿUmar en anderen lieten het soms na, uit vrees dat men het verplicht zou vinden. Imam Aḥmad: het offerdier is beter dan de waarde ervan als ṣadaqa te geven (p. 95).
Haar en nagels. Wie wil offeren, neemt vanaf het begin van Dhū l-Ḥijja niets van zijn haar, nagels of huid tot hij geofferd heeft: wanneer jullie de sikkel van Dhū l-Ḥijja zien en iemand wil offeren, laat hij zijn haar en nagels met rust (Muslim). Wie het moet doen, heeft geen bezwaar en hoeft niets (p. 95).
Delen (p. 95). Eén schaap volstaat voor een heel huisgezin: in de tijd van de Profeet ﷺ offerde een man een schaap voor zichzelf en zijn gezin (Abū Ayyūb, at-Tirmidhī en Ibn Māja; al-Albānī ṣaḥīḥ). Een kameel of rund kan voor zeven: wij slachtten in het jaar van al-Ḥudaybiya een kameel voor zeven en een rund voor zeven (Jābir, Muslim). Samen eigenaar zijn mag dus bij een kameel of rund, niet bij een schaap. Delen in de beloning is ruimer: wie een schaap slacht, mag anderen in de beloning laten delen.
Voorwaarden (p. 96).
- Van kamelen, runderen of schapen en geiten (al-Ḥajj 22:34).
- De juiste leeftijd: slacht alleen een musinna, tenzij het moeilijk is; slacht dan een jadhaʿa van schapen (Jābir, Muslim). Kameel vijf jaar, rund twee, geit één, schaap zes maanden.
- Vrij van gebreken die het ongeldig maken.
Gebreken die het ongeldig maken. (1) Duidelijk eenoog, of blind; een oog dat er nog is maar wit of zonder zicht, volstaat wel. (2) Zo mager dat er geen merg meer in de botten zit. (3) Duidelijk kreupel, of met een afgehakte of gebroken poot. (4) Duidelijk ziek. (5) Bij schapen: het staartvet geheel of grotendeels afgesneden; Ibn Qudāma: een dier waarvan een lichaamsdeel is afgesneden, volstaat niet. Vier volstaan niet als offerdier: het duidelijk eenogige, het duidelijk zieke, het duidelijk kreupele en het uitgemergelde (al-Barāʾ ibn ʿĀzib, Aḥmad en at-Tirmidhī, die het ṣaḥīḥ noemde) (p. 96).
Kernpunten
- De uḍḥiya is volgens de meerderheid een sterk aanbevolen sunna, beter dan de waarde als ṣadaqa.
- Wie wil offeren, laat vanaf de eerste Dhū l-Ḥijja zijn haar en nagels met rust.
- Een schaap volstaat voor een huisgezin; een kameel of rund voor zeven.
- Het dier moet de juiste soort en leeftijd hebben en vrij zijn van vier duidelijke gebreken.
Bron: الفقه (٣), les 32, vanaf p. 95.
Begrippen
- الأضحية al-uḍḥiya · offerdier van het feest
- een dier dat op de feestdag geslacht wordt om nader tot Allah te komen (les 32, p. 95)
- المسنة al-musinna · volwassen dier
- een dier met de vereiste leeftijd voor het offer (les 32, p. 96)
- الجذعة al-jadhaʿa · jong schaap
- een schaap van zes maanden, dat als offer volstaat (les 32, p. 96)