Kwesties over de ʿaqīqa#
Kwesties (p. 101).
- Bij de ʿaqīqa kan men een dier niet delen: geen kameel, rund of schaap voor twee kinderen, want het is een losprijs voor een ziel.
- De moeder neemt de plaats van de vader in als hij overleden of onvermogend is. Ook de grootvader mag, zelfs van moederskant: de Profeet ﷺ deed de ʿaqīqa voor al-Ḥasan en al-Ḥusayn, van wie hij de grootvader van moederskant was.
- Volgens de meerderheid is het aanbevolen de hele ʿaqīqa te koken, ook wat als ṣadaqa gaat; rauw verdelen mag ook.
Het schaap is beter. Bij de ʿaqīqa is een schaap beter dan een kameel of rund, want dat noemt de sunna: de Profeet ﷺ deed de ʿaqīqa voor al-Ḥasan en al-Ḥusayn met een ram elk (Ibn ʿAbbās, Abū Dāwūd); bij an-Nasāʾī 'twee rammen elk'; al-Albānī ṣaḥīḥ (p. 101).
Voor zichzelf als volwassene (p. 101). Mag iemand die weet dat er geen ʿaqīqa voor hem werd gedaan, dat later voor zichzelf doen? Al-Ḥasan zei: ja, want het is voor hem voorgeschreven en hij is eraan verpand, dus het past dat hij zichzelf vrijmaakt. De overlevering dat de Profeet ﷺ na zijn profeetschap een ʿaqīqa voor zichzelf deed, is volgens het boek ongeldig (bāṭil).
De oefeningen vragen onder meer naar de verschillen tussen uḍḥiya en ʿaqīqa, en of een ander de ʿaqīqa mag doen als de vader het niet kan (p. 102).
Kernpunten
- Bij de ʿaqīqa deelt men geen dier; het is een losprijs voor een ziel.
- De moeder of grootvader mag de ʿaqīqa doen als de vader het niet kan.
- Een schaap is beter dan een kameel of rund, omdat de sunna het noemt.
- Volgens al-Ḥasan mag een volwassene de ʿaqīqa voor zichzelf doen; de overlevering dat de Profeet ﷺ dat deed, is ongeldig.
Bron: الفقه (٣), les 36, vanaf p. 101.
Begrippen
- الفداء al-fidāʾ · losprijs
- de ʿaqīqa is een losprijs voor een ziel, daarom deelt men er geen dier voor (les 36, p. 101)
- الكبش al-kabsh · ram
- het dier waarmee de Profeet ﷺ de ʿaqīqa voor al-Ḥasan en al-Ḥusayn deed (les 36, p. 101)
- أثر باطل athar bāṭil · ongeldige overlevering
- een overlevering zonder grond, zoals die over de ʿaqīqa van de Profeet ﷺ voor zichzelf (les 36, p. 101)