De plichten van de ḥajj#
Er zijn zeven plichten (wājibāt). Wie er een nalaat, opzettelijk of uit vergetelheid, slacht een dier (dam). Hij eet daar niet van en geeft het niet als geschenk, maar geeft het volledig als ṣadaqa (p. 75).
- Iḥrām vanaf de mīqāt.
- Op ʿArafa blijven tot zonsondergang; wie alleen 's nachts staat, al is het even, heeft genoeg.
- Overnachten in Muzdalifa: ﴿wanneer jullie van ʿArafāt vertrekken, gedenk Allah bij al-Mashʿar al-Ḥarām﴾ (al-Baqara 2:198), en de Profeet ﷺ deed het. Wie ons gebed hier (het fajr) bijwoonde, met ons bleef tot wij vertrekken, en eerder op ʿArafa stond, 's nachts of overdag, heeft zijn ḥajj voltooid (Abū Dāwūd en at-Tirmidhī; al-Albānī ṣaḥīḥ).
- Overnachten in Minā in de nachten van tashrīq: de Profeet ﷺ overnachtte er en gaf de kamelenhoeders toestemming buiten Minā te overnachten (Aḥmad en Abū Dāwūd; al-Albānī ṣaḥīḥ). Die toestemming toont dat het een plicht is. Wie het om een geldige reden niet kan, hoeft niets en overnacht zo dichtbij als mogelijk: ﴿vrees Allah zoveel jullie kunnen﴾ (at-Taghābun 64:16).
- Het werpen: op Jamrat al-ʿAqaba vanaf middernacht van de offernacht; op de drie jamarāt in de tashrīq-dagen vanaf het middaguur; telkens zeven steentjes met takbīr bij elk, in de volgorde de eerste, de middelste, dan al-ʿAqaba (p. 75).
Kwesties bij het werpen (p. 76). De steentjes zijn groter dan een kikkererwt en kleiner dan een hazelnoot. Men mag ze overal rapen; er is geen bewijs dat ze uit Muzdalifa moeten komen. Cement of klei telt niet. Niet werpen met schoenen en niet schelden. Het steentje moet in het bekken vallen; de pilaar raken hoeft niet. Men werpt één voor één; zeven tegelijk tellen als één. Werpen 's nachts in de tashrīq-dagen mag. Een ander laten werpen mag alleen wie het zelf niet kan, zoals een zwangere die vreest voor haar kind of een zieke, en de vervanger moet zelf de ḥajj doen. Bij twijfel gaat men uit van het laagste aantal. Wie een of twee steentjes miste, geeft wat voedsel als ṣadaqa.
- Scheren of inkorten: al-Fatḥ 48:27. De Profeet ﷺ bad driemaal voor wie scheren en de vierde keer ook voor wie inkorten (Ibn ʿUmar, al-Bukhārī en Muslim). Een paar plekken inkorten volstaat niet; het hele hoofd moet het (p. 77).
- Ṭawāf al-wadāʿ, behalve voor de vrouw die menstrueert of in het kraambed is: de mensen werd opgedragen dat hun laatste daad bij het Huis zou zijn, maar voor de menstruerende vrouw werd het verlicht (Ibn ʿAbbās, al-Bukhārī en Muslim) (p. 77).
Kernpunten
- De ḥajj heeft zeven plichten; wie er een nalaat, slacht een dier dat volledig als ṣadaqa gaat.
- De plichten zijn: iḥrām vanaf de mīqāt, ʿArafa tot zonsondergang, Muzdalifa, Minā, het werpen, scheren of inkorten, en ṭawāf al-wadāʿ.
- Bij het werpen moet elk steentje apart in het bekken vallen.
- Een ander laten werpen mag alleen wie het zelf niet kan.
Bron: الفقه (٣), les 25, vanaf p. 75.
Begrippen
- واجبات الحج wājibāt al-ḥajj · plichten van de ḥajj
- handelingen die met een offerdier hersteld worden als ze nagelaten zijn (les 25, p. 75)
- الجمرات al-jamarāt · de werpplaatsen
- de drie plaatsen in Minā waar steentjes geworpen worden (les 25, p. 75)
- طواف الوداع ṭawāf al-wadāʿ · afscheids-ṭawāf
- de laatste ṭawāf vóór vertrek uit Mekka (les 25, p. 77)