De fidya voor de verboden#
Qua fidya zijn de verboden in vier groepen te verdelen (p. 64):
- Zonder fidya: het sluiten van een huwelijk.
- Zware fidya: gemeenschap in de ḥajj vóór de eerste uittreding: een kameel slachten. Na de eerste uittreding geldt de fidya voor last (fidyat al-adhā). Voor de vrouw geldt hetzelfde, tenzij zij gedwongen werd.
- Gelijkwaardige vergoeding (jazāʾ): voor het doden van wild (al-Māʾida 5:95).
- Fidyat al-adhā: voor de overige verboden: zes armen voeden met elk een halve ṣāʿ, of drie dagen vasten, of een schaap slachten voor de armen (al-Baqara 2:196). Kaʿb ibn ʿUjra had last van luizen; de Profeet ﷺ zei: scheer je hoofd en voed zes armen met een faraq, of vast drie dagen, of slacht een schaap (al-Bukhārī en Muslim). Een faraq is drie ṣāʿ.
Opzet en noodzaak (p. 65).
- Uit vergetelheid, onwetendheid of onder dwang: niets (al-Aḥzāb 33:5).
- Opzettelijk uit noodzaak, zoals een hemd tegen de kou of scheren bij ziekte: fidya, maar geen zonde.
- Opzettelijk zonder noodzaak: zonde, fidya en berouw.
Toegestaan voor de muḥrim (p. 65). Sandalen, ook met naden; de lendendoek knopen of vastbinden en een geldgordel dragen; een horloge, bril, ring en hoortoestel; de iḥrām-kleding wassen en wisselen; zich met water wassen.
Kernpunten
- Huwelijkssluiting heeft geen fidya; gemeenschap vóór de eerste uittreding vraagt een kameel.
- Voor jagen geldt een gelijkwaardige vergoeding.
- Voor de overige verboden geldt de keuze: zes armen voeden, drie dagen vasten of een schaap slachten.
- Wie uit vergetelheid, onwetendheid of dwang handelt, betaalt niets.
Bron: الفقه (٣), les 21, vanaf p. 64.
Begrippen
- فدية الأذى fidyat al-adhā · fidya voor last
- zes armen voeden, drie dagen vasten of een schaap slachten (les 21, p. 64)
- البدنة al-badana · offerkameel
- het dier van de zware fidya voor gemeenschap (les 21, p. 64)
- الفرق al-faraq · faraq
- een maat van drie ṣāʿ, uit de hadith van Kaʿb ibn ʿUjra (les 21, p. 64)