Hadith 7: 'Allah heeft mijn umma vergeven'#
Abū Dharr al-Ghifārī overlevert dat de Boodschapper ﷺ zei: Allah heeft mijn umma de fout, het vergeten en waartoe zij gedwongen werden vergeven (Aḥmad en Ibn Māja; al-Albānī: ṣaḥīḥ).
De overleveraar. Abū Dharr, Jundub ibn Junāda al-Ghifārī, was de vierde (of volgens anderen de vijfde) die moslim werd. Hij kwam naar de Profeet ﷺ in Mekka, werd moslim en keerde terug naar zijn volk. Hij stierf in ar-Rabadha in 32 AH.
Woorden. 'Vergeven' (tajāwaza): vergeven en opgeheven. De umma van Muḥammad ﷺ is tweeërlei: de umma van de oproep (alle mensen en djinn vanaf zijn zending tot het Uur) en de umma van de aanvaarding (wie moslim werd). Hier is de tweede bedoeld. Fout is iets doen zonder opzet; vergeten is dat het hart iets bekends kwijtraakt; dwang is gedwongen worden tot een woord of daad. Koranverzen bevestigen dit: al-Baqara 2:286 (waarop Allah zei: 'Ik heb het gedaan', Muslim), al-Aḥzāb 33:5 en an-Naḥl 16:106.
Uitleg. Het boek markeert de algemene uitleg als 'alleen ter kennisname'. Dit is groot goed nieuws: Allah rekent deze drie niet aan, uit mildheid, want Hij maakte de godsdienst zonder benauwdheid (al-Ḥajj 22:78).
Lessen. Het is een kenmerk van deze umma; de vroegere volken werden wel aangerekend (al-Baqara 2:286). An-Nawawī zei dat de lessen van deze hadith samen een boek zouden vullen. Daden zijn ofwel opzettelijk en vrij gekozen, en worden aangerekend, ofwel zonder opzet: dwang, vergeten en fout. Onwetendheid over het oordeel is een excuus, onwetendheid over de straf niet: wie drinkt terwijl hij weet dat het verboden is, maar niet weet dat er straf op staat, krijgt de straf. Bij de rechten van Allah is wie een verbod overtreedt door fout, vergeten, onwetendheid of dwang verontschuldigd, zoals wie vergeetachtig eet tijdens het vasten. Wie een plicht nalaat, is niet zondig maar moet haar inhalen, zoals een vergeten gebed of een vergeten rakʿa met sujūd as-sahw. Bij de rechten van mensen vervalt de aansprakelijkheid niet; daarom is bloedgeld verplicht bij doodslag per vergissing.
Kernpunten
- Fout, vergeten en dwang worden deze umma niet aangerekend.
- Met 'mijn umma' is de umma van de aanvaarding bedoeld.
- Onwetendheid over het oordeel is een excuus, onwetendheid over de straf niet.
- Wie een verbod overtreedt uit fout of vergeten, is verontschuldigd; een nagelaten plicht moet worden ingehaald.
- Rechten van mensen vervallen niet; daarom bloedgeld bij doodslag per vergissing.
Bron: الحديث (٤), les 8, vanaf p. 39.
Begrippen
- أمة الدعوة ummat ad-daʿwa · umma van de oproep
- alle mensen en djinn vanaf de zending tot het Uur (les 8, p. 39)
- أمة الإجابة ummat al-ijāba · umma van de aanvaarding
- wie de oproep aanvaardde en moslim werd (les 8, p. 39)
- الخطأ al-khaṭaʾ · fout
- een daad zonder opzet (les 8, p. 40)
- النسيان an-nisyān · vergeten
- het hart raakt iets bekends kwijt (les 8, p. 40)
- الإكراه al-ikrāh · dwang
- gedwongen worden tot een woord of daad (les 8, p. 40)