Hadith 17: 'Geen gehoorzaamheid in ongehoorzaamheid aan Allah'#
ʿAlī overlevert dat de Boodschapper ﷺ zei: Er is geen gehoorzaamheid in ongehoorzaamheid aan Allah; gehoorzaamheid is alleen in het goede (al-Bukhārī en Muslim).
De overleveraar. ʿAlī ibn Abī Ṭālib al-Hāshimī was de vierde van de rechtgeleide kaliefen volgens de consensus van de umma en de neef van de Profeet ﷺ, die hem zijn dochter Fāṭima ten huwelijk gaf. Hij werd kalief na de moord op ʿUthmān en werd in 40 AH in Kūfa gedood.
Woorden en uitleg. 'In het goede' (al-maʿrūf): in wat de sharīʿa goedkeurt en er niet mee in strijd is. Het boek markeert de algemene uitleg als 'alleen ter kennisname': het is niet toegestaan iemand te gehoorzamen in ongehoorzaamheid aan Allah, of het nu leiders, geleerden of shaykhs zijn.
Lessen. (1) Gehoorzaamheid aan de gezagsdragers is verplicht in wat geen zonde is: Wie mij gehoorzaamt, gehoorzaamt Allah … en wie de leider gehoorzaamt, gehoorzaamt mij (al-Bukhārī en Muslim), en De moslim moet horen en gehoorzamen in wat hij graag en niet graag doet, tenzij hem een zonde wordt bevolen; dan is er geen horen en gehoorzamen (al-Bukhārī en Muslim). An-Nawawī zei dat opstand en strijd tegen hen bij consensus verboden is, ook als zij zondig en onrechtvaardig zijn. Het boek citeert ook verzen van ʿAbd Allāh ibn al-Mubārak over de gemeenschap als Allahs touw en de bescherming die het gezag biedt. (2) Gehoorzaamheid komt toe aan wie wettig gezag heeft (an-Nisāʾ 4:59); Ibn Bāz zei dat de gezagsdragers de geleerden en de leiders zijn, die in het goede gehoorzaamd worden, zodat veiligheid en recht bestaan. (3) Absolute gehoorzaamheid geldt alleen de boodschappers; Ibn Taymiyya zei dat de moslims het daarover eens zijn (an-Nisāʾ 4:64). (4) Een vrouw hoeft haar man niet te gehoorzamen als hij haar opdraagt losbandige feesten bij te wonen, haar gebed te laten of het vasten van Ramaḍān te breken; een werknemer zijn directeur niet bij steekpenningen of verboden transacties.
Ouders. Het boek bespreekt of ouders gehoorzaamd worden als zij vragen het gebed te laten of de hoofddoek af te doen. Het antwoord is nee: al-ʿAnkabūt 29:8 laat zien dat er geen gehoorzaamheid aan ouders is in ongehoorzaamheid aan Allah. Ibn Taymiyya zei dat men zijn ouders buiten zonde moet gehoorzamen, ook als zij zondig zijn, in wat hun nut brengt en geen schade.
Kernpunten
- Geen gehoorzaamheid aan wie dan ook in ongehoorzaamheid aan Allah.
- Gehoorzaamheid aan gezagsdragers is verplicht in het goede; opstand is volgens an-Nawawī bij consensus verboden.
- Absolute gehoorzaamheid komt alleen de boodschappers toe.
- Geen gehoorzaamheid aan echtgenoot, directeur of ouders in een zonde.
- Ouders gehoorzaamt men buiten zonde, ook als zij zondig zijn.
Bron: الحديث (٤), les 20, vanaf p. 88.
Begrippen
- المعروف al-maʿrūf · het goede
- wat de sharīʿa goedkeurt en er niet mee in strijd is (les 20, p. 88)
- أولو الأمر ulū l-amr · gezagsdragers
- volgens Ibn Bāz: de geleerden en de leiders (les 20, p. 90)
- الخروج على الولاة al-khurūj ʿalā l-wulāt · opstand tegen de gezagsdragers
- volgens an-Nawawī bij consensus verboden (les 20, p. 89)
- الطاعة المطلقة aṭ-ṭāʿa al-muṭlaqa · absolute gehoorzaamheid
- komt alleen de boodschappers toe (les 20, p. 90)