De wijsheid van het verbod en wanneer het wensen van de dood mag#
De wijsheid. Sommige geleerden noemen als wijsheid van het verbod de overlevering van Umm al-Faḍl, dat de Profeet ﷺ bij al-ʿAbbās binnenkwam terwijl die ziek was en de dood wenste. Hij zei: ʿAbbās, oom van de Boodschapper van Allah, wens de dood niet. Als je goed doet, is het beter voor je dat je meer goed toevoegt; en als je slecht doet, is het beter voor je dat je uitstel krijgt om berouw te tonen. Wens de dood dus niet (Aḥmad; al-Albānī: ṣaḥīḥ).
Lessen. (1) De hadith toont de deugd van geduld (al-Baqara 2:155; az-Zumar 39:10). Het boek markeert het kader over een lang leven als 'alleen ter kennisname': een man vroeg wie de beste mensen zijn; de Profeet ﷺ zei: Wie lang leeft en goed handelt, en de slechtste: Wie lang leeft en slecht handelt (Aḥmad en at-Tirmidhī; al-Albānī: ṣaḥīḥ). Aṭ-Ṭībī vergeleek tijd met het kapitaal van een handelaar: wie het goed gebruikt, wint, en wie het verspilt, verliest. Iemand van de vroegen zei tegen wie de dood goed noemde: 'Een uur waarin je leeft en Allah om vergeving vraagt, is beter voor je dan een eeuwigheid dood.' Een oude man zei dat hij niet van de dood hield: bij opstaan zegt hij 'bismillāh' en bij gaan zitten 'al-ḥamdu lillāh', en hij wil dat het zo blijft. Velen van de vroegen huilden bij hun dood om het einde van hun goede daden. Daarom verbood de Profeet ﷺ het wensen van de dood: het ontneemt de gelovige gehoorzaamheid, het genot van aanbidding en de kans op berouw.
(2) 'Vanwege een tegenslag' wijst erop dat het gaat om wereldse schade; uit vrees voor schade aan de godsdienst is het geen bezwaar. (3) De mens laat zijn zaak aan Allah over, want alleen Allah kent het verborgene (an-Naml 27:65; Luqmān 31:34): het leven kan beter voor je zijn, of de dood.
Twee vragen. Is het woord van Yūsuf 'laat mij als moslim sterven en voeg mij bij de rechtschapenen' (Yūsuf 12:101) het wensen van de dood? Volgens het boek niet: hij vroeg om standvastigheid in de islam tot zijn dood, zoals de dienaar om een goed einde vraagt. Mag men de dood wensen uit vrees voor beproeving (fitna)? Veel geleerden staan dat toe en wijzen op het woord van Maryam: 'Was ik maar vóór dit gestorven' (Maryam 19:23), uit vrees voor de beproeving wanneer haar zwangerschap zichtbaar werd. (4) Wie in ziekte of beproeving geen geduld kan opbrengen, zegt de smeekbede uit de hadith, maar het beste is geduld en berusting.
Opdrachten. Het boek vraagt waarom de islam het wensen van de dood verbiedt, wanneer het toegestaan is, en hoe de hadith toont dat de islam een godsdienst is van optimisme en daadkracht.
Kernpunten
- Wijsheid: wie goed doet, kan meer goed doen; wie slecht doet, kan nog berouw tonen.
- De beste mens leeft lang en handelt goed; tijd is kapitaal.
- Het verbod geldt voor wereldse tegenslag; uit vrees voor beproeving in de godsdienst is het volgens veel geleerden toegestaan.
- Yūsufs gebed was een verzoek om een goed einde, geen doodswens.
- De mens laat de zaak aan Allah over, want alleen Hij kent het verborgene.
Bron: الحديث (٤), les 24, vanaf p. 101.
Begrippen
- الاستعتاب al-istiʿtāb · berouw tonen
- terugkeren en om vergeving vragen (les 24, p. 101)
- حسن الخاتمة ḥusn al-khātima · een goed einde
- sterven als moslim op het goede; Yūsuf vroeg erom (les 24, p. 103)
- الفتنة في الدين al-fitna fī d-dīn · beproeving in de godsdienst
- uit vrees ervoor is de dood wensen volgens veel geleerden toegestaan (les 24, p. 103)
- الغيب al-ghayb · het verborgene
- wat alleen Allah weet, zoals of leven of dood beter is (les 24, p. 103)