Onvervoegbaar en vervoegbaar; intransitief en transitief#
Het boek markeert deze les als ‘alleen ter kennisname’.
Onvervoegbaar (jāmid). Een werkwoord dat maar één vorm heeft, verleden tijd of gebiedende wijs: ʿasā, laysa, hab.
Vervoegbaar (mutaṣarrif). Heeft meer dan één vorm. Er zijn twee soorten:
- beperkt vervoegbaar: alleen verleden tijd en imperfectum (kāda – yakādu, zāla – yazālu);
- volledig vervoegbaar: verleden tijd, imperfectum en gebiedende wijs (fahima – yafhamu – ifham).
Intransitief (lāzim). Neemt geen lijdend voorwerp: qaʿada, jalasa, karuma.
Transitief (mutaʿaddī). Het boek noemt vier soorten:
- één lijdend voorwerp (samiʿa l-qawla);
- twee lijdende voorwerpen die van oorsprong onderwerp en gezegde zijn (ẓanna l-amra ṣaḥīḥan);
- twee lijdende voorwerpen die dat niet zijn (aʿṭā ṣadīqahu kitāban);
- drie lijdende voorwerpen (aʿlamtu Muḥammadan ʿAmran musāfiran).
Een intransitief werkwoord kan transitief worden met een hamza of met verdubbeling: aqʿada, qaʿʿada; ajlasa, jallasa. De oefening gebruikt an-Naml 27:18–20.
Kernpunten
- Jāmid heeft één vorm, zoals laysa en ʿasā.
- Beperkt vervoegbaar: verleden tijd en imperfectum. Volledig vervoegbaar: ook de gebiedende wijs.
- Een transitief werkwoord neemt één, twee of drie lijdende voorwerpen.
- Hamza of verdubbeling maakt een intransitief werkwoord transitief.
Bron: اللغة العربية (١), les 10, vanaf p. 41.
Begrippen
- الجامد al-jāmid · onvervoegbaar werkwoord
- werkwoord met één vaste vorm (les 10, p. 41)
- المتصرف al-mutaṣarrif · vervoegbaar werkwoord
- werkwoord met meer dan één vorm (les 10, p. 41)
- اللازم al-lāzim · intransitief
- neemt geen lijdend voorwerp (les 10, p. 43)
- المتعدي al-mutaʿaddī · transitief
- neemt één of meer lijdende voorwerpen (les 10, p. 43)
- التعدية at-taʿdiya · transitief maken
- met hamza of verdubbeling (*aqʿada*, *qaʿʿada*) (les 10, p. 43)