Arabische taal (grammatica) (1)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 1 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Onderwerp, nut en waarde van naḥw

Het onderwerp. Naḥw leert je vier dingen: (1) naam, werkwoord en partikel van elkaar onderscheiden; (2) het verbogen woord (muʿrab) van het vaste (mabnī) onderscheiden; (3) nominatief, accusatief, genitief en jussief van elkaar onderscheiden; (4) de ʿawāmil herkennen, de woorden die deze uitgangen veroorzaken.

Naḥw en ṣarf. Naḥw gaat over het einde van het woord en zijn plaats in de zin. Ṣarf (vormleer) gaat over de bouw van het woord zelf, los van de zin. De geleerden schreven over ṣarf samen met naḥw.

Bron en nut. De regels komen uit het spreken van de Arabieren, door systematisch verzamelen (istiqrāʾ) van poëzie en proza. Koran en soenna zijn daarbij het bewijs. Het nut: de tong beschermen tegen fouten, het woord van Allah en Zijn Boodschapper beter begrijpen, en woordeinden juist uitspreken.

De waarde. Het boek noemt naḥw de pijler van het Arabisch. Van ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb wordt overgeleverd: «Leer de taalfouten en het erfrecht, want het hoort bij jullie godsdienst». Mālik ibn Anas: «De iʿrāb is het sieraad van de tong; onthoud je tong haar sieraad niet». Ayyūb as-Sakhtiyānī: «Leer naḥw, want het is schoonheid voor de eenvoudige en het verwaarlozen ervan is een schande voor de aanzienlijke».

Belangrijke werken. Ibn al-Ḥājib (gest. 646 AH): al-Kāfiya (naḥw) en ash-Shāfiya (ṣarf). Ibn Mālik (gest. 672 AH): de Alfiyya en Lāmiyyat al-afʿāl (ṣarf). Ibn Hishām al-Anṣārī (gest. 761 AH): Awḍaḥ al-masālik, Mughnī al-labīb, Sharḥ Shudhūr adh-dhahab en Qaṭr an-nadā.

Kernpunten

  • Naḥw onderscheidt woordsoorten, verbogen en vaste woorden, de vier uitgangen en hun oorzaken.
  • Naḥw kijkt naar het woordeinde in de zin; ṣarf naar de bouw van het woord.
  • De regels zijn ontleend aan systematisch verzameld Arabisch, met Koran en soenna als bewijs.
  • Ibn al-Ḥājib, Ibn Mālik en Ibn Hishām schreven de klassieke leerboeken.

Bron: اللغة العربية (١), les 3, vanaf p. 13.

Begrippen

الصرف aṣ-ṣarf · vormleer
leer van de bouw van het woord, los van zijn plaats in de zin (les 3, p. 13)
المعرب al-muʿrab · verbogen woord
woord waarvan het einde verandert (les 3, p. 13)
المبني al-mabnī · vast woord
woord waarvan het einde niet verandert (les 3, p. 13)
العوامل al-ʿawāmil · regeerders
woorden die de uitgang van een ander woord bepalen (les 3, p. 13)
الاستقراء al-istiqrāʾ · inductie
systematisch verzamelen van het spreken van de Arabieren (les 3, p. 13)