Het werkwoord; gezond en zwak#
Het werkwoord. Een woord met een betekenis in zichzelf dat door zijn vorm een tijd aanduidt: sāfara, yaktubu, irjiʿ. Kenmerken:
- de tāʾ van het onderwerp (waqaftu, akalta, darasti);
- de vrouwelijke tāʾ (katabat);
- de yāʾ van de aangesproken vrouw (taktubīna);
- de lichte en zware bevestigings-nūn (aqbilan, aqbilanna), zoals in al-ʿAlaq 96:15 en al-Aʿrāf 7:88.
Gezond werkwoord (ṣaḥīḥ). De stamletters bevatten geen zwakke letter (alif, wāw, yāʾ). Er zijn drie soorten:
- sālim: geen zwakke letter, geen hamza en geen verdubbeling (jalasa, samiʿa);
- mahmūz: een stamletter is een hamza (akhadha, saʾala, qaraʾa);
- muḍaʿʿaf: verdubbeld. Drieletterig: tweede en derde stamletter gelijk (madda, shadda). Vierletterig: eerste en derde, en tweede en vierde gelijk (zalzala, waswasa).
Zwak werkwoord (muʿtall). Eén of twee stamletters zijn zwak. Vijf soorten:
- mithāl: zwakke letter vooraan (waʿada, wajada);
- ajwaf: in het midden (qāla, bāʿa);
- nāqiṣ: aan het eind (daʿā, banā);
- lafīf mafrūq: vooraan en aan het eind (waʿā, waqā);
- lafīf maqrūn: in het midden en aan het eind (rawā).
Kernpunten
- Het werkwoord duidt door zijn vorm een tijd aan.
- Vier kenmerken: tāʾ van het onderwerp, vrouwelijke tāʾ, yāʾ van de aangesproken vrouw en de bevestigings-nūn.
- Gezond: sālim, mahmūz of muḍaʿʿaf.
- Zwak: mithāl, ajwaf, nāqiṣ, lafīf mafrūq of lafīf maqrūn.
Bron: اللغة العربية (١), les 8, vanaf p. 32.
Begrippen
- الفعل al-fiʿl · werkwoord
- woord dat door zijn vorm een tijd aanduidt (les 8, p. 32)
- حروف العلة ḥurūf al-ʿilla · zwakke letters
- alif, wāw en yāʾ (les 8, p. 33)
- المهموز al-mahmūz · werkwoord met hamza
- een van de stamletters is een hamza (les 8, p. 33)
- المضعف al-muḍaʿʿaf · verdubbeld werkwoord
- met herhaalde stamletters (les 8, p. 33)
- المثال al-mithāl · werkwoord met zwakke eerste letter
- zoals *waʿada* (les 8, p. 34)
- الأجوف al-ajwaf · ‘hol’ werkwoord
- zwakke middelste letter, zoals *qāla* (les 8, p. 34)
- الناقص an-nāqiṣ · ‘onvolledig’ werkwoord
- zwakke laatste letter, zoals *daʿā* (les 8, p. 34)
- اللفيف al-lafīf · dubbel zwak werkwoord
- twee zwakke stamletters (mafrūq of maqrūn) (les 8, p. 34)