PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 2: Zinvolle taal en wat erbij hoort

Overzicht

Eenheid 2 · 9 lessen

Zinvolle taal en wat erbij hoort

Negen lessen samen op één pagina

Woord, zin, woordgroep, uiting en klank; daarna de soorten woorden: het naamwoord met zijn kenmerken en indeling naar geslacht en uitgang; het werkwoord met zijn kenmerken en indeling naar stam, tijd, vervoegbaarheid, transitiviteit en onderwerp; het partikel; en tot slot de naamwoordelijke en werkwoordelijke zin.

Bron: Al-Lugha al-ʿArabiyya (1), Zad-reeks · p. 17–57

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 2 in één kaart

De eerste eenheid van het boek: de onderwerpen van de negen lessen.

Zinvolle taal en wat erbij hoortEenheid 2
  • Taal en wat erbij hoortles 4
    • kalima
    • kalām
    • kalim
    • qawl
    • lafẓ
  • Het naamwoordles 5–7
    • kenmerken
    • mannelijk en vrouwelijk
    • maqṣūr, manqūṣ, mamdūd, ṣaḥīḥ
  • Het werkwoordles 8–11
    • kenmerken
    • gezond en zwak
    • verleden, onvoltooid, gebiedend
    • intransitief en transitief
  • Partikel en zinles 12
    • werkend en niet-werkend partikel
    • naamwoordelijke en werkwoordelijke zin

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Kalām is wat uit twee of meer woorden bestaat en een volledige betekenis geeft waarna je kunt zwijgen.
  2. Er zijn drie soorten woorden: naamwoord, werkwoord en partikel; daaruit bestaat de zin.
  3. Kenmerken van het naamwoord: nunatie, het lidwoord al-, de aanroep, de genitief, en dat je er iets over kunt zeggen.
  4. Het verbogen naamwoord is naar zijn uitgang maqṣūr, manqūṣ, mamdūd of ṣaḥīḥ.
  5. Kenmerken van het werkwoord: de tāʾ van het onderwerp, de vrouwelijke tāʾ, de yāʾ van de aangesproken vrouw en de nadruk-nūn.
  6. De verleden tijd en de gebiedende wijs zijn altijd vast; de onvoltooide tijd wordt verbogen, behalve met de nūn van vrouwelijk meervoud en de nadruk-nūn.
  7. Alle partikels zijn vast; er zijn werkende en niet-werkende, en partikels alleen bij naamwoorden, alleen bij werkwoorden, of bij beide.
  8. Een zin is naamwoordelijk als hij met een naamwoord begint, en werkwoordelijk als hij met een werkwoord begint.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 4 · p. 19 Zinvolle taal en verwante begrippen
  2. Les 5 · p. 23 De drie woordsoorten; mannelijk en vrouwelijk
  3. Les 6 · p. 26 De naam naar zijn einde: maqṣūr en manqūṣ
  4. Les 7 · p. 29 Mamdūd en ṣaḥīḥ; oefening met de vier soorten
  5. Les 8 · p. 32 Het werkwoord; gezond en zwak
  6. Les 9 · p. 36 Het werkwoord naar de tijd: verleden tijd, imperfectum, gebiedende wijs
  7. Les 10 · p. 41 Onvervoegbaar en vervoegbaar; intransitief en transitief
  8. Les 11 · p. 45 Actief en passief
  9. Les 12 · p. 47 Het partikel; de zin en zijn soorten

Oefeningen van het boek aan het einde van elke les. Delen die in het boek alleen ter kennisname zijn, staan zo aangeduid. In het boek staat "lanasfaʿan bi-n-nāṣiya" bij al-ʿAlaq 19; in de muṣḥaf is het vers 15. De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

Het woord en wat erbij hoort

Zoals in les 4.

VergelijkingVoorwaardeVoorbeeld
Kalima (woord)klank voor één betekeniskitāb
Kalām (zinvolle taal)samenstelling, klank en zinvolheidal-ḥajju ʿarafa
Kalim (woordgroep)drie woorden of meer, ook zonder zinsawfa ilā nadhhabu
Qawl (uiting)klank die iets betekentZayd
Lafẓ (klank)geluid met enkele lettersẓaʿgh

Les 4p. 19

Mannelijk en vrouwelijk

Zoals in les 5.

VergelijkingOmschrijvingVoorbeeld
Echt mannelijkeen mannelijk mens of dierrajul, jamal
Figuurlijk mannelijkwordt als mannelijk behandeld zonder het te zijnlayl, bāb
Echt vrouwelijkeen vrouwelijk mens of dierimraʾa, nāqa
Figuurlijk vrouwelijkbaart niet en plant zich niet voortshams, dār
Vrouwelijk naar betekenisvrouwelijk zonder vrouwelijk kenmerkZaynab, biʾr
Vrouwelijk naar vormmet een vrouwelijk kenmerk, ook als het mannelijk isṬalḥa, Zakariyyāʾ

Les 5p. 24

Het naamwoord naar zijn uitgang

Zoals in les 6 en 7.

VergelijkingUitgangVerbuiging
Maqṣūrvaste alifalle drie de naamvallen verondersteld
Manqūṣvaste yāʾ met i ervooru en i verondersteld, a zichtbaar
Mamdūdhamza na toegevoegde alifzichtbare klinkers
Ṣaḥīḥniet maqṣūr en niet manqūṣzichtbare klinkers

Les 6p. 26

Gezonde en zwakke werkwoorden

Zoals in les 8.

Het werkwoord naar zijn stamletters
  • Gezond (ṣaḥīḥ)
    • sālim: jalasa
    • mahmūz: akhadha, saʾala, qaraʾa
    • muḍaʿʿaf: madda, zalzala
  • Zwak (muʿtall)
    • mithāl: waʿada
    • ajwaf: qāla
    • nāqiṣ: daʿā
    • lafīf mafrūq: waʿā
    • lafīf maqrūn: rawā

Het werkwoord naar de tijd

Zoals in les 9.

VergelijkingRegelUitzondering
Verleden tijdvast op aop u met de wāw van het meervoud, zonder klinker met een bewegend subjectsuffix
Onvoltooide tijdverbogen: nominatief, subjunctief, jussiefvast zonder klinker met de vrouwelijke meervouds-nūn, op a met de nadruk-nūn
Gebiedende wijsvast zonder klinkerzwakke letter valt weg, nūn valt weg, of a met de nadruk-nūn

Les 9p. 36

Verbuiging van de onvoltooide tijd

Zoals in het boek.

VergelijkingNominatiefSubjunctiefJussief
Gezonde uitgangzichtbare uzichtbare ageen klinker
Zwak op wāw of yāʾveronderstelde u (zwaarte)zichtbare azwakke letter valt weg
Zwak op alifveronderstelde u (onmogelijk)veronderstelde a (onmogelijk)zwakke letter valt weg
De vijf werkwoordende nūn blijftde nūn valt wegde nūn valt weg

Les 9p. 37

De zin

Zoals in het boek.

VergelijkingBegint metVoorbeeld
Naamwoordelijkeen naamwoord in de nominatief (onderwerp)Muḥammadun rasūlu llāh
Werkwoordelijkeen werkwoordaddā ṣ-ṣāʾimu zakāta l-fiṭr

Les 12p. 50

Uitleg

  1. Taal waarvan een deel niet uitgesproken wordt

    Een deel van de zin kan onuitgesproken blijven, zoals bij "ukhruj" (ga naar buiten) en "nam" (slaap): eigenlijk "ga jij naar buiten", "slaap jij"; het onderwerp is verborgen.

  2. Dualis van de maqṣūr (alleen ter kennisname)

    Bij drie letters keert de alif terug naar zijn oorsprong (fatayān, ʿaṣawān); bij meer dan drie wordt hij een yāʾ (mustashfayān).

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  3. Wanneer de yāʾ van de manqūṣ wegvalt

    In de nominatief of genitief, zonder al- en zonder genitiefverbinding: dhahaba qāḍin ilā muḥāmin.

  4. Dualis en meervoud van de mamdūd (alleen ter kennisname)

    Een oorspronkelijke hamza blijft (raffāʾān); een vrouwelijke hamza wordt wāw (ṣaḥrāwān, ṣaḥrāwāt); een hamza die uit wāw of yāʾ voortkomt mag beide (ridāʾān en ridāwān).

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  5. Onvervoegbaar en vervoegbaar (alleen ter kennisname)

    Het onvervoegbare werkwoord heeft één vorm (ʿasā, laysa, hab); het vervoegbare is deels vervoegbaar (kāda yakādu) of volledig (fahima yafhamu ifham).

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  6. Soorten transitieve werkwoorden

    Met één lijdend voorwerp (sharaḥa d-dars), twee die oorspronkelijk onderwerp en gezegde zijn (ẓanna l-amra ṣaḥīḥan), twee die dat niet zijn (aʿṭā ṣadīqahu kitāban), of drie (aʿlamtu Muḥammadan ʿAmran musāfiran). Een intransitief werkwoord wordt transitief met hamza of verdubbeling (ajlasa, jallasa).

  7. De lijdende vorm (alleen ter kennisname)

    Verleden tijd: eerste letter u, voorlaatste i (fuhima); onvoltooide tijd: eerste letter u, voorlaatste a (yustaʿmalu). De gebiedende wijs heeft geen lijdende vorm.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  8. Kleine en grote naamwoordelijke zin

    Is het gezegde een enkel woord, dan is het de kleine; is het zelf een naamwoordelijke of werkwoordelijke zin, dan de grote: al-baytu ghurafuhu wāsiʿa; al-muslimu yuṣallī fī l-masjid.

  9. Zinnen met en zonder plaats in de verbuiging (alleen ter kennisname)

    Met een plaats: als gezegde, als ḥāl, als lijdend voorwerp, als bijvoeglijke bepaling, na een tijdsbepaling, als antwoord op een jussieve voorwaarde met fa-, en nevengeschikt aan zo’n zin. Zonder plaats: de beginzin, de betrekkelijke bijzin, de tussenzin, de verklarende zin, het antwoord op een eed, het antwoord op een niet-jussieve voorwaarde, en wat daarop volgt.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

Kernpunten

VoorwaardeUit het boek

Voorwaarden voor kalām

  • samenstelling
  • klank
  • zinvolheid
OpsommingUit het boek

Kenmerken van het naamwoord

  1. nunatie
  2. al-
  3. aanroep
  4. genitief
  5. er iets over zeggen
OpsommingUit het boek

Kenmerken van het werkwoord

  1. tāʾ van het onderwerp
  2. vrouwelijke tāʾ
  3. yāʾ van de aangesproken vrouw
  4. nadruk-nūn
UitzonderingUit het boek

Wanneer de onvoltooide tijd vast is

  • Zonder klinker met de nūn van vrouwelijk meervoud.
  • Op a met de nadruk-nūn.
OnderscheidUit het boek

Partikels naar gebruik

  • Alleen bij naamwoorden: de voorzetsels.
  • Alleen bij werkwoorden: subjunctief- en jussiefpartikels.
  • Bij beide: nevenschikkende partikels en hal.

Begrippen

الكلمة

al-kalima

Woord: een klank die voor één betekenis staat.

Soms bedoelt men er een hele uitspraak mee.

الكلام

al-kalām

Zinvolle taal: twee of meer woorden die een volledige betekenis geven.

Voorwaarden: samenstelling, klank en zinvolheid.

الكلم

al-kalim

Woordgroep: drie of meer woorden.

Hoeft geen zinvolle betekenis te geven.

القول

al-qawl

Uiting: een klank die iets betekent, ook als er geen volledige zin is.

Enkelvoudig of samengesteld.

اللفظ

al-lafẓ

Klank: geluid uit de mond met enkele letters.

Hoeft niets te betekenen.

الاسم

al-ism

Naamwoord: duidt een betekenis aan in zichzelf, zonder tijd.

الاسم المقصور

al-ism al-maqṣūr

Verbogen naamwoord dat eindigt op een vaste alif.

fatā, mustashfā, hudā.

الاسم المنقوص

al-ism al-manqūṣ

Verbogen naamwoord dat eindigt op een vaste yāʾ met een i-klank ervoor.

al-qāḍī, al-muḥāmī.

الاسم الممدود

al-ism al-mamdūd

Verbogen naamwoord dat eindigt op een hamza na een toegevoegde alif.

ṣaḥrāʾ, bināʾ.

الفعل

al-fiʿl

Werkwoord: duidt een betekenis aan en door zijn vorm een tijd.

الفعل المعتل

al-fiʿl al-muʿtall

Zwak werkwoord: met één of twee zwakke letters in de stam.

De zwakke letters zijn alif, wāw en yāʾ.

الثقل والتعذر

ath-thiql wa-t-taʿadhdhur

Zwaarte: de klinker is moeilijk uit te spreken; onmogelijkheid: de klinker kan niet zichtbaar worden.

اللازم والمتعدي

al-lāzim wa-l-mutaʿaddī

Intransitief: zonder lijdend voorwerp; transitief: met lijdend voorwerp.

الحرف

al-ḥarf

Partikel: heeft geen betekenis in zichzelf, maar alleen in verbinding met iets anders.

Alle partikels zijn vast.

الجملة

al-jumla

Zin: twee of meer woorden met een volledige betekenis.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. «كلمتان خفيفتان على اللسان ... سبحان الله وبحمده، سبحان الله العظيم»

    Twee woorden die licht zijn op de tong ... Glorie zij Allah en lof zij Hem, glorie zij Allah de Geweldige

    Bron: al-Bukhārī en Muslim (muttafaq ʿalayh)

    Voorbeeld van "woord" (kalima) in de betekenis van een hele uitspraak.

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Kalām is samengesteld en zinvol; kalim is drie woorden of meer, ook zonder zin.
  • Woorden zijn naamwoord, werkwoord of partikel, elk met eigen kenmerken.
  • Het verbogen naamwoord is maqṣūr, manqūṣ, mamdūd of ṣaḥīḥ.
  • Verleden tijd en gebiedende wijs zijn vast; de onvoltooide tijd wordt verbogen, op twee gevallen na.
  • Alle partikels zijn vast; een zin is naamwoordelijk of werkwoordelijk.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Waarvoor is zinvolheid geen voorwaarde?

  2. Wat voor vrouwelijk is "Ṭalḥa"?

  3. Wat voor naamwoord is "al-qāḍī" naar zijn uitgang?

  4. Wat voor werkwoord is "qāla"?

  5. De verleden tijd is vast zonder klinker als de wāw van het meervoud eraan vastzit.

  6. Alle partikels zijn vast.

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 4 Zinvolle taal en verwante begrippen

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 19–22

  2. Les 5 De drie woordsoorten; mannelijk en vrouwelijk

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 23–25

  3. Les 6 De naam naar zijn einde: maqṣūr en manqūṣ

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 26–28

  4. Les 7 Mamdūd en ṣaḥīḥ; oefening met de vier soorten

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 29–31

  5. Les 8 Het werkwoord; gezond en zwak

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 32–35

  6. Les 9 Het werkwoord naar de tijd: verleden tijd, imperfectum, gebiedende wijs

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 36–40

  7. Les 10 Onvervoegbaar en vervoegbaar; intransitief en transitief

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 41–44

  8. Les 11 Actief en passief

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 45–46

  9. Les 12 Het partikel; de zin en zijn soorten

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 47

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Al-Lugha al-ʿArabiyya (1), Zad-reeks · p. 17–57 p. 17

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.