Arabische taal (grammatica) (1)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 5 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

De tāʾ marbūṭa; overzicht van het vrouwelijk

De tāʾ marbūṭa. De vrouwelijke tāʾ komt bij de meeste afgeleide namen voor: ʿālim → ʿālima. Bij grondwoorden komt ze weinig voor: je zegt bij rajul niet rajula.

Overzicht van het boek.

  • Het vrouwelijk heeft twee soorten kenmerken. Het kenmerk naar betekenis is dat je hādhihi kunt zeggen. De kenmerken naar vorm zijn de tāʾ marbūṭa, de korte vrouwelijke alif en de lange vrouwelijke alif.
  • Er zijn vier soorten vrouwelijk, in twee paren. Echt vrouwelijk (Fāṭima) staat tegenover figuurlijk vrouwelijk (ash-shams). Vrouwelijk naar betekenis (Suʿād) staat tegenover vrouwelijk naar vorm (Ṭalḥa).

In de oefening zoekt de leerling de vrouwelijke namen op in an-Naml 27:18, al-Anbiyāʾ 21:81 en al-Baqara 2:164. Daarna maakt hij er zinnen mee, met passende voornaamwoorden, aanwijzende woorden en werkwoorden. Hiermee sluit het boek af. Het noemt daarna zijn bronnen: werken van Ibn Hishām, Ibn ʿAqīl, ʿAbbās Ḥasan, al-Ghalāyīnī, ʿAlī al-Jārim en Muṣṭafā Amīn, Muḥammad Muḥyī d-Dīn ʿAbd al-Ḥamīd, Saʿīd al-Afghānī en ʿAbduh ar-Rājiḥī.

Kernpunten

  • De tāʾ marbūṭa komt vooral bij afgeleide namen (ʿālima), zelden bij grondwoorden.
  • Het vrouwelijk heeft een kenmerk naar betekenis (hādhihi) en drie kenmerken naar vorm.
  • Echt tegenover figuurlijk, naar betekenis tegenover naar vorm.
  • De bronnen van het boek zijn klassieke en moderne leerboeken van de grammatica.

Bron: اللغة العربية (١), les 24, vanaf p. 97.

Begrippen

العلامة المعنوية al-ʿalāma al-maʿnawiyya · kenmerk naar betekenis
je kunt *hādhihi* zeggen (les 24, p. 97)
العلامات اللفظية al-ʿalāmāt al-lafẓiyya · kenmerken naar vorm
tāʾ marbūṭa, korte en lange vrouwelijke alif (les 24, p. 97)
الاسم المشتق al-ism al-mushtaqq · afgeleide naam
krijgt meestal een vrouwelijke vorm met tāʾ (*ʿālima*) (les 24, p. 97)