Verbuiging en vastheid#
Dit is het begin van eenheid 2, al-iʿrāb wa-l-bināʾ.
Definities. Iʿrāb is het veranderen van het woordeinde door de wisselende regeerders (ʿawāmil) die erop inwerken, zichtbaar of verondersteld. Een ʿāmil is wat in het woord nominatief, accusatief, genitief of jussief bewerkt. Bināʾ is dat het woordeinde in één toestand blijft, welke regeerder er ook voor staat.
Namen. Een naam is verbogen of vast. Verbogen: jāʾa l-mudarrisu, saʾaltu l-mudarrisa, sallamtu ʿalā l-mudarrisi. Vast: hāʾulāʾi blijft in alle drie de gevallen op kasra. In principe zijn alle namen verbogen, behalve:
- persoonlijke voornaamwoorden (huwa, anta, anā, en aangehecht: qālū, kitābuhu, lanā);
- aanwijzende voornaamwoorden (hādhā, hādhihi, dhālika, ulāʾika), behalve hādhāni en hātāni;
- betrekkelijke voornaamwoorden (alladhī, allatī, alladhīna), behalve alladhāni en allatāni;
- vraagwoorden (man, ayna, matā, kayfa);
- sommige bijwoorden van tijd en plaats (idhā, al-āna, ḥaythu, amsi);
- werkwoordsnamen (āmīn, uff, hayhāta, ḥayya);
- voorwaardelijke namen (man, idhā, matā, kayfamā);
- samengestelde getallen (aḥada ʿashara). Alleen het eerste deel van ithnā ʿashara is verbogen (at-Tawba 9:36; al-Māʾida 5:12).
Werkwoorden en partikels. Verleden tijd en gebiedende wijs zijn altijd vast. Het imperfectum is verbogen, behalve in de twee gevallen uit les 9. Alle partikels zijn vast.
In de oefening citeert het boek Ibn al-Qayyim: «De weg naar Allah is vrij van twijfelaars en van wie begeerten volgen; hij is bewoond door mensen van zekerheid en geduld, en zij staan op de weg als bakens», gevolgd door as-Sajda 32:24.
Kernpunten
- Iʿrāb: het woordeinde verandert met de regeerder. Bināʾ: het blijft gelijk.
- Namen zijn in principe verbogen; het boek noemt acht groepen vaste namen.
- De dualisvormen hādhāni, hātāni, alladhāni en allatāni zijn wel verbogen.
- Verleden tijd, gebiedende wijs en alle partikels zijn vast.
Bron: اللغة العربية (١), les 13, vanaf p. 62.
Begrippen
- الإعراب al-iʿrāb · verbuiging
- verandering van het woordeinde door de regeerders (les 13, p. 62)
- البناء al-bināʾ · vastheid
- het woordeinde blijft in één toestand (les 13, p. 62)
- العامل al-ʿāmil · regeerder
- wat nominatief, accusatief, genitief of jussief bewerkt (les 13, p. 62)
- الضمائر aḍ-ḍamāʾir · persoonlijke voornaamwoorden
- vaste namen zoals *huwa*, *anta*, *-hu* (les 13, p. 63)
- أسماء الأفعال asmāʾ al-afʿāl · werkwoordsnamen
- namen met de betekenis van een werkwoord: *āmīn*, *uff* (les 13, p. 63)
- الأعداد المركبة al-aʿdād al-murakkaba · samengestelde getallen
- van *aḥada ʿashara* tot *tisʿata ʿashara*; vast (les 13, p. 64)