Veronderstelde verbuiging#
In principe gebeurt verbuiging met zichtbare oorspronkelijke kenmerken. Bij sommige namen en werkwoorden blijven ze onzichtbaar: ze zijn dan verondersteld (muqaddar).
Namen. Het boek noemt drie soorten.
- Maqṣūr (al-fatā, Muṣṭafā): alle drie de kenmerken zijn verondersteld wegens onmogelijkheid (taʿadhdhur). Voorbeeld: qatala l-fatā l-afʿā bi-l-ʿaṣā.
- Manqūṣ (al-qāḍī): ḍamma en kasra zijn verondersteld wegens zwaarte (thiqal); de fatḥa is zichtbaar. Zonder al- en zonder annexatie valt de yāʾ in nominatief en genitief weg en blijft de tanwīn (qāḍin, muḥāmin).
- Naam met het bezittelijk -ī (‘mijn’): zamīlī, kitābī. Alle drie de kenmerken zijn verondersteld, want de letter vóór de yāʾ moet een kasra hebben (ḥarakat al-munāsaba). Voorbeeld: daʿā jaddī ustādhī maʿa zumalāʾī.
Werkwoorden. In het imperfectum is de ḍamma verondersteld: op alif wegens onmogelijkheid, op wāw of yāʾ wegens zwaarte. De fatḥa is alleen verondersteld bij een alif.
In de oefening vraagt het boek waarom ar-raʾy (‘de mening’) zichtbaar verbogen wordt, hoewel het op een yāʾ eindigt.
Kernpunten
- Bij de maqṣūr zijn alle kenmerken verondersteld, wegens onmogelijkheid.
- Bij de manqūṣ zijn ḍamma en kasra verondersteld wegens zwaarte; de fatḥa is zichtbaar.
- Bij een naam met het bezittelijk -ī zijn alle kenmerken verondersteld, wegens de kasra die bij de yāʾ hoort.
- In het imperfectum is alleen bij een alif ook de fatḥa verondersteld.
Bron: اللغة العربية (١), les 16, vanaf p. 71.
Begrippen
- الإعراب التقديري al-iʿrāb at-taqdīrī · veronderstelde verbuiging
- het kenmerk is er, maar is niet hoorbaar (les 16, p. 71)
- المضاف إلى ياء المتكلم al-muḍāf ilā yāʾ al-mutakallim · naam met bezittelijk -ī
- zoals *kitābī* (‘mijn boek’) (les 16, p. 73)
- حركة المناسبة ḥarakat al-munāsaba · aanpassingsklinker
- de kasra die vóór de yāʾ van ‘mijn’ moet staan (les 16, p. 73)
- التعذر at-taʿadhdhur · onmogelijkheid
- reden van veronderstelling bij een alif (les 16, p. 71)
- الثقل ath-thiqal · zwaarte
- reden van veronderstelling bij wāw en yāʾ (les 16, p. 72)