Dankbaarheid voor Allahs gunsten#
Deze les behandelt de lessen van hadith 14.
Naar wie boven je staat kijken. Wie in wereldse zaken kijkt naar wie meer heeft, gaat Allahs gunst geringschatten, wat Allahs toorn kan oproepen. Wie kijkt naar wie minder heeft, dankt, wordt nederig en prijst. Kijk daarom niet naar de wereldse rijkdom van anderen, want dat wekt begeerte: ﴿En richt je ogen niet op wat Wij sommigen van hen aan genot gegeven hebben, de pracht van het wereldse leven, om hen daarmee te beproeven; de voorziening van je Heer is beter en blijvender﴾ (Ṭā Hā 20:131). Het boek citeert ʿAwn ibn ʿAbd Allāh (zonder bron): 'Ik zat bij de rijken en bleef bedrukt: ik zag mooiere kleding en betere rijdieren dan de mijne. Toen zat ik bij de armen en vond rust.'
De weg naar dankbaarheid. Wie naar zieken kijkt, ziet zijn eigen gezondheid, de basis van elke gunst, en dankt Allah. Wie kijkt naar mensen die blind, doof of stom zijn, ziet zijn eigen gezondheid. Wie kijkt naar mensen in zware armoede of schulden, ziet dat hij daarvan gespaard bleef. Wie deze leiding volgt, blijft dankbaar en groeit; wie het omgekeerde doet, schat de gunst gering en verliest de dankbaarheid, en dan kunnen gunsten verdwijnen en straffen volgen.
Dank en afgunst. Omdat het goede om dankbaarheid draait, zei de Profeet ﷺ tegen Muʿādh ibn Jabal: Ik houd van je; laat na elk verplicht gebed niet na te zeggen: O Allah, help mij U te gedenken, U te danken en U goed te aanbidden (Aḥmad en Abū Dāwūd; al-Albānī: ṣaḥīḥ). De hadith is ook een medicijn tegen afgunst, en afgunst is verboden: Haat elkaar niet en benijd elkaar niet… (Muslim, van Anas, volgens het boek).
Kernpunten
- Kijken naar wie meer heeft, leidt tot geringschatting van Allahs gunst.
- Kijken naar zieken, gehandicapten en armen leidt tot dankbaarheid.
- Dankbaarheid laat gunsten groeien; ondankbaarheid laat ze verdwijnen.
- Vraag Allah na elk gebed om hulp bij gedenken, danken en goed aanbidden.
- De hadith is een medicijn tegen afgunst.
Bron: الحديث (٣), les 18, vanaf p. 69.
Begrippen
- زهرة الحياة الدنيا zahrat al-ḥayāt ad-dunyā · de pracht van het wereldse leven
- het genot waarop men zijn ogen niet moet richten (les 18, p. 69)
- العافية al-ʿāfiya · gezondheid en welzijn
- de basis van elke gunst (les 18, p. 69)
- دبر الصلاة dubur aṣ-ṣalāt · na het gebed
- het moment voor de smeekbede die Muʿādh leerde (les 18, p. 69)