Roddel: soorten, gevolgen en uitzonderingen#
Deze les vervolgt de lessen uit hadith 12.
Wat roddel is en wat niet. Wat je in iemands aanwezigheid zegt, is schelden en geen roddel, want hij kan zich verdedigen. Roddel omvat lichamelijke gebreken (iemand mank, eenogig, lang of kort noemen om hem te kleineren), karaktergebreken en religieuze gebreken (zeggen dat iemand een innovator is of niet in gemeenschap bidt). Roddel over geleerden is erger, omdat het ook de wet raakt die zij dragen: als de geleerde in aanzien daalt, neemt men niets meer van hem aan. Wie de gebreken van zijn broeder najaagt, wiens gebreken worden door Allah blootgelegd: O jullie die met de tong moslim werden maar bij wie het geloof het hart niet bereikte: kwets de moslims niet, verwijt hen niets en jaag hun gebreken niet na… (Abū Dāwūd; al-Albānī: ṣaḥīḥ).
Verdere lessen. Ibn al-Mundhir zei dat wie geen 'broeder' is, zoals een jood of christen, of iemand die door innovatie buiten de islam valt, geen bescherming tegen roddel heeft (het boek geeft dit als zijn uitspraak). Het woord 'broeder' spoort aan tot medeleven en het bedekken van gebreken. 'Wat hij haat' toont dat het geen roddel is als iemand het niet haat, zoals wie openlijk zondigt.
Toegestane roddel. An-Nawawī noemt zes gevallen waarin roddel mag voor een geldig doel dat alleen zo te bereiken is: (1) klagen over onrecht bij een rechter of machthebber; (2) hulp vragen om kwaad te veranderen; (3) een fatwa vragen; (4) moslims waarschuwen en adviseren, zoals kritiek op overleveraars en getuigen; (5) iemand die openlijk zondigt of innoveert, noemen in wat hij openlijk doet; (6) iemand aanduiden met een bekende bijnaam, zoals al-Aʿmash ('met tranende ogen') of al-Aʿraj ('de manke'). Bewijzen uit de Sunna: Laat hem binnen; wat een slechte zoon van zijn stam (al-Bukhārī en Muslim); Ik denk niet dat die en die iets van onze godsdienst weten (al-Bukhārī); het advies aan Fāṭima bint Qays over twee mannen die haar ten huwelijk vroegen (volgens het boek al-Bukhārī en Muslim); en tegen Hind, die klaagde dat Abū Sufyān gierig was: Neem wat genoeg is voor jou en je kind, op redelijke wijze (al-Bukhārī en Muslim).
Kernpunten
- In iemands aanwezigheid is het schelden, geen roddel.
- Roddel over lichaam, karakter of godsdienst; over geleerden is het erger.
- Wie de gebreken van anderen najaagt, wordt zelf blootgelegd.
- Zes gevallen waarin roddel mag, volgens an-Nawawī.
Bron: الحديث (٣), les 14, vanaf p. 61.
Begrippen
- السب as-sabb · schelden
- iemand in zijn aanwezigheid slecht noemen (les 14, p. 61)
- تتبع العورات tatabbuʿ al-ʿawrāt · gebreken najagen
- de fouten van anderen opzoeken en verspreiden (les 14, p. 61)
- التظلم at-taẓallum · klagen over onrecht
- bij een rechter of machthebber; toegestane roddel (les 14, p. 62)
- المجاهر al-mujāhir · wie openlijk zondigt
- mag genoemd worden in wat hij openlijk doet (les 14, p. 62)
- التعريف at-taʿrīf · aanduiden
- iemand noemen met een bekende bijnaam om hem te identificeren (les 14, p. 62)