Arabische taal (grammatica) (3)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 2 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Het bijwoord van tijd en plaats (mafʿūl fīh)

Definitie. De mafʿūl fīh (ook ẓarf) is een naamwoord dat de tijd of plaats van de handeling aangeeft en de betekenis van fī (in) bevat: jāʾati s-sayyāratu ṣabāḥan (in de ochtend), waqaftu yamīna sh-shāriʿ. Uit de Koran: «geen ziel weet wat zij morgen (ghadan) zal verdienen» (Luqmān 31:34), «Die Zijn dienaar 's nachts (laylan) liet reizen» (al-Isrāʾ 17:1), «Wij bouwden boven jullie (fawqakum) zeven stevige (hemelen)» (an-Nabaʾ 78:12).

Wat hem regeert (kader 'alleen ter kennisname', p. 51–52). Het werkwoord, en ook het maṣdar (dawāmuka l-yawma kāna muntijan; Yūnus 10:60), het ism al-fāʿil (anā qādimun s-sāʿata), het ism al-mafʿūl (al-mudīru mutʿabun al-yawma) en het bijvoeglijk naamwoord (ḥalīmun ʿinda l-ghaḍab).

Twee soorten.

  • Tijd: yawm, dahr, sāʿa, ḥīn, shahr, layla, ghadwa, ʿashiyya, bukra, saḥar, al-āna, abadan, ams, ayyāna, ānāʾ. Bijvoorbeeld «zij reciteren de verzen van Allah in de uren (ānāʾa) van de nacht» (Āl ʿImrān 3:113).
  • Plaats: fawqa, taḥta, bayna, amāma, khalfa, yamīna, shimāla, ḥawla, ḥaythu. Bijvoorbeeld «onder de boom (taḥta sh-shajara)» (al-Fatḥ 48:18).

Vaag of afgebakend (kader 'alleen ter kennisname', p. 53). Een vaag tijdsbijwoord duidt een onbepaalde tijd aan (abad, amad, ḥīn, waqt, zamān). Een afgebakend tijdsbijwoord duidt een bepaalde tijd aan (sāʿa, yawm, usbūʿ, shahr, sana). Een vaag plaatsbijwoord heeft geen waarneembare vorm, zoals de richtingen en jānib, makān, nāḥiya. Een afgebakend plaatsbijwoord, zoals bayt, masjid en mustashfā, staat niet in de accusatief maar krijgt fī.

Regels.

  • Een tijdsbijwoord staat in de accusatief als het de betekenis van fī heeft: makathtu ḥīnan, ḥaḍartu l-yawma. Een voorzetsel mag ervoor als de betekenis dat toelaat: «hij ging de stad binnen op een moment (ʿalā ḥīni) van onoplettendheid» (al-Qaṣaṣ 28:15).
  • Zonder de betekenis van fī krijgt het de naamval van zijn plaats in de zin: yawmu l-jumuʿati yawmun mubārak; «waarschuw hen voor de Dag (yawma) van de spijt» (Maryam 19:39), waar yawma lijdend voorwerp is.
  • Een plaatsbijwoord staat in de accusatief als het vaag is of daarop lijkt: mashaytu amāma l-jund, sirtu mīlan. Ook hier mag een voorzetsel: «en na (min warāʾi) Isḥāq Yaʿqūb» (Hūd 11:71).

Onverbuigbare bijwoorden (kader 'alleen ter kennisname', p. 55). De meeste bijwoorden worden verbogen. Onverbuigbaar zijn voor tijd idh, idhā, matā, ayyāna, ams, al-āna, mudh, mundhu, qaṭṭu, ʿawḍu, baynā, baynamā, raythamā, kayfa, kayfamā en lammā, en voor plaats ḥaythu, hunā, thamma en ayna. Ze staan op de plaats van de accusatief.

Ontleed. In «fa-hiya yawmaʾidhin wāhiya» (al-Ḥāqqa 69:16) is yawma tijdsbijwoord en muḍāf, en idh muḍāf ilayh. In aṣ-ṣalātu amāmaka is amāma plaatsbijwoord; het bijwoord staat op de plaats van de khabar.

Kernpunten

  • De mafʿūl fīh geeft tijd of plaats aan en bevat de betekenis van fī.
  • Tijdsbijwoorden staan in de accusatief met de betekenis van fī; zonder die betekenis krijgen ze de naamval van hun plaats in de zin.
  • Plaatsbijwoorden staan in de accusatief als ze vaag zijn of daarop lijken; afgebakende plaatsen krijgen fī.
  • De meeste bijwoorden worden verbogen; enkele (zoals idh, al-āna, ḥaythu) zijn onverbuigbaar.

Bron: اللغة العربية (٣), les 11, vanaf p. 51.

Begrippen

المفعول فيه al-mafʿūl fīh · bijwoord van tijd of plaats
naamwoord dat tijd of plaats van de handeling aangeeft, met de betekenis van fī (les 11, p. 51)
ظرف الزمان ẓarf az-zamān · tijdsbijwoord
zoals yawm, sāʿa, ghadan (les 11, p. 52)
ظرف المكان ẓarf al-makān · plaatsbijwoord
zoals fawqa, taḥta, amāma (les 11, p. 52)
المبهم al-mubham · vaag
bijwoord zonder afgebakende tijd of vorm, zoals ḥīn of amāma (les 11, p. 53)
المختص al-mukhtaṣṣ · afgebakend
bijwoord met bepaalde tijd of vorm, zoals usbūʿ of bayt (les 11, p. 53)