Het object van begeleiding (mafʿūl maʿah)#
Definitie. De mafʿūl maʿah is een naamwoord in de accusatief na een wāw die 'samen met' (maʿa) betekent. Het drukt begeleiding uit, geen nevenschikking en geen deelname aan de handeling: sirtu wa-shāṭiʾa l-baḥr (ik liep langs de kust). Deze wāw heet wāw al-maʿiyya. Hij laat zien dat het naamwoord erna het naamwoord ervóór vergezelde terwijl de handeling plaatsvond: istawā l-māʾu wa-l-khashabata, kharajtu wa-shurūqa sh-shams, nāma ṭ-ṭiflu wa-luʿbatahu.
Wanneer accusatief en wanneer nevenschikking (kader 'alleen ter kennisname', p. 58–59):
- Als wat na de wāw komt niet aan de handeling kan deelnemen, is de accusatief verplicht. In māta Zaydun wa-ẓ-ẓuhra sterft de middag niet, en in nazala Muḥammadun wa-l-qamara daalt de maan niet.
- Als het wel kan deelnemen, zijn beide mogelijk, maar nevenschikking is beter: ṭalaʿa l-qamaru wa-n-najma of wa-n-najmu.
- Als het werkwoord zelf deelname uitdrukt en niet door één persoon gedaan kan worden, is nevenschikking verplicht: ikhtaṣama Zaydun wa-Muḥammadun, taqātala l-muslimūna wa-l-kuffār.
Wat hem regeert. Het werkwoord (mashaytu wa-sūra l-ḥadīqa) of iets met de betekenis van een werkwoord: het ism al-fāʿil (al-muʿallimu wāqifun wa-s-sabbūrata) en het ism al-mafʿūl (al-junūdu maṣfūfūna wa-l-qāʾida). Gaat er geen werkwoord of iets dergelijks aan de wāw vooraf, dan is de accusatief niet mogelijk. Je zegt dus kullu rajulin wa-qalamuhu, niet wa-qalamahu, en hādhā r-rajulu wa-bnuhu.
Ontleed. In kharajtu wa-shurūqa sh-shams is de wāw de wāw al-maʿiyya en shurūqa mafʿūl maʿah. In al-junūdu maṣfūfūna wa-l-qāʾida is al-qāʾida mafʿūl maʿah.
Kernpunten
- De mafʿūl maʿah staat in de accusatief na een wāw die 'samen met' betekent.
- De accusatief is verplicht als nevenschikking en deelname onmogelijk zijn.
- Als deelname mogelijk is, mogen beide, maar nevenschikking is beter; drukt het werkwoord zelf deelname uit, dan is nevenschikking verplicht.
- Hij wordt geregeerd door een werkwoord, ism al-fāʿil of ism al-mafʿūl; zonder zo'n regens geen accusatief.
Bron: اللغة العربية (٣), les 12, vanaf p. 58.
Begrippen
- المفعول معه al-mafʿūl maʿah · object van begeleiding
- accusatief naamwoord na de wāw van 'samen met' (les 12, p. 58)
- واو المعية wāw al-maʿiyya · wāw van begeleiding
- wāw met de betekenis van maʿa (les 12, p. 58)
- العطف al-ʿaṭf · nevenschikking
- verbinding waarbij het tweede woord dezelfde naamval krijgt (les 12, p. 58)
- المشاركة al-mushāraka · deelname
- beide naamwoorden doen de handeling (les 12, p. 58)