Eigenaar en soorten van de ḥāl#
De eigenaar van de ḥāl (ṣāḥib al-ḥāl) is het woord waarvan de ḥāl de toestand beschrijft. Hij kan verschillende functies hebben:
- fāʿil: ḥaḍara ṭ-ṭālibu d-darsa muntabihan; «hij ging er angstig (khāʾifan) uit weg» (al-Qaṣaṣ 28:21);
- lijdend voorwerp: aḥabba l-abu bnahu muṭīʿan; «Wij hebben jou als boodschapper (rasūlan) tot de mensen gezonden» (an-Nisāʾ 4:79);
- fāʿil én lijdend voorwerp: nāzaʿa Muḥammadun Zaydan mutakhāṣimayn;
- nāʾib al-fāʿil: «de tovenaars wierpen zich neer, knielend (sājidīn)» (al-Aʿrāf 7:120);
- mubtadaʾ: ash-shāyu sākhinan aladhdhu minhu bāridan;
- muḍāf ilayh: «zou een van jullie het vlees van zijn dode (maytan) broeder willen eten?» (al-Ḥujurāt 49:12), en al-Ḥijr 15:47;
- voorzetsel met naamwoord: marartu bi-Khalīlin jālisan.
Star woord als ḥāl (kader 'alleen ter kennisname', p. 79). Normaal is de ḥāl afgeleid (mushtaqq), zoals een ism al-fāʿil of ism al-mafʿūl. Hij kan ook star (jāmid) zijn als je hem als afgeleid kunt opvatten: aqdama l-muḥāribu asadan (= jarīʾan), sallama yadan bi-yadin (= munāwalatan), iṣṭaffa ṭ-ṭullābu ʿasharatan ʿasharatan (= murattabīn). Uit de Koran: «Hij heeft jullie in fasen (aṭwāran) geschapen» (Nūḥ 71:14).
Drie soorten ḥāl.
- Enkelvoudig woord, de grondvorm: «en Wij gaven hem als kind (ṣabiyyan) de wijsheid» (Maryam 19:12).
- Zin: «zal ik baren terwijl ik (wa-anā) een oude vrouw ben?» (Hūd 11:72). Hier is wa- de wāw van de ḥāl, en de naamwoordelijke zin staat op de plaats van de accusatief. Zo ook «en zij kwamen 's avonds wenend (yabkūn) bij hun vader» (Yūsuf 12:16), met een werkwoordszin als ḥāl.
- Halve zin: «hij ging in zijn pracht (fī zīnatihi) naar zijn volk» (al-Qaṣaṣ 28:79); raʾaytu l-hilāla bayna s-saḥāb.
Meerdere ḥāl. Er kunnen meerdere ḥāl's zijn: jāʾa abī musriʿan masrūran munsharihan; «keer terug tot je Heer, tevreden en welgevallig» (al-Fajr 89:28). Ze kunnen ook samengevoegd zijn: «Hij heeft de zon en de maan voor jullie dienstbaar gemaakt, beide onophoudelijk (dāʾibayn)» (Ibrāhīm 14:33).
Ontleed. In ʿāda l-muhājirūna mughtabiṭīn is mughtabiṭīn ḥāl in de accusatief met -īn. In kharajtu ilā l-ḥaqli wa-sh-shamsu mushriqa staat de naamwoordelijke zin op de plaats van de ḥāl.
Kernpunten
- De eigenaar van de ḥāl kan fāʿil, lijdend voorwerp, nāʾib al-fāʿil, mubtadaʾ, muḍāf ilayh of een woord na een voorzetsel zijn.
- Normaal is de ḥāl afgeleid; een star woord kan ḥāl zijn als je het als afgeleid kunt opvatten.
- Drie soorten: enkelvoudig woord, zin (vaak met de wāw van de ḥāl) en halve zin.
- Een zin kan meer dan één ḥāl hebben.
Bron: اللغة العربية (٣), les 18, vanaf p. 78.
Begrippen
- واو الحال wāw al-ḥāl · wāw van de ḥāl
- wāw die een ḥāl-zin inleidt, zoals in wa-anā ʿajūz (les 18, p. 79)
- الحال الجملة al-ḥāl al-jumla · ḥāl als zin
- naamwoordelijke zin of werkwoordszin op de plaats van de ḥāl (les 18, p. 79)
- الحال الجامدة al-ḥāl al-jāmida · starre ḥāl
- ḥāl die niet afgeleid is maar zo opgevat kan worden, zoals asadan (les 18, p. 79)
- تعدد الحال taʿaddud al-ḥāl · meervoudige ḥāl
- meer dan één ḥāl in een zin (les 18, p. 80)