Arabische taal (grammatica) (3)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 1 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Soorten nāʾib al-fāʿil naar het werkwoord

Deze hele les staat in een kader 'alleen ter kennisname'.

Twee soorten naar het werkwoord.

  • Transitief werkwoord: het lijdend voorwerp wordt de nāʾib al-fāʿil. Bij twee lijdende voorwerpen vervangt het eerste de fāʿil en blijft het tweede in de accusatief: ẓunna r-rajulu qāʾiman. Bij drie vervangt het eerste de fāʿil en blijven het tweede en derde in de accusatief: uʿlima l-muʿallimu Muḥammadan ḥāḍiran. Eenvoudig: ukila ṭ-ṭaʿām.
  • Intransitief werkwoord: dan wordt de fāʿil vervangen door een voorzetsel met naamwoord (julisa fī l-ghurfa), een bijwoord (wuqifa amāmu l-bayt) of een maṣdar dat door een bijvoeglijk naamwoord of een genitiefverbinding bepaald is: ṣīma shahrun karīm, sīra sayru l-ʿuqalāʾ, en «wanneer er op de hoorn geblazen wordt met één stoot» (al-Ḥāqqa 69:13).

Ontleed:

  • In «dat deze Koran verzonnen zou zijn» (Yūnus 10:37) staat yuftarā passief en in de aanvoegende wijs door an. De nāʾib al-fāʿil is het verborgen huwa.
  • In «toen hem 's avonds de edele paarden werden voorgeleid» (Ṣād 38:31) is aṣ-ṣāfināt nāʾib al-fāʿil.
  • In «zij waren niet als bewakers over hen gezonden» (al-Muṭaffifīn 83:33) is de wāw van ursilū nāʾib al-fāʿil.
  • In untuṣira fī Ramaḍān staat fī Ramaḍān op de plaats van de nominatief als nāʾib al-fāʿil.
  • In a-maṭlūbun muwaẓẓafūn? is muwaẓẓafūn nāʾib al-fāʿil van het lijdend deelwoord; het vult de plaats van de khabar.

Kernpunten

  • Bij een transitief werkwoord wordt het (eerste) lijdend voorwerp nāʾib al-fāʿil; de overige blijven in de accusatief.
  • Bij een intransitief werkwoord vervangt een voorzetsel met naamwoord, een bijwoord of een bepaald maṣdar de fāʿil.
  • Een maṣdar moet bepaald zijn door een bijvoeglijk naamwoord of iḍāfa, zoals nafkhatun wāḥida.

Bron: اللغة العربية (٣), les 5, vanaf p. 25.

Begrippen

الفعل المتعدي al-fiʿl al-mutaʿaddī · transitief werkwoord
werkwoord met lijdend voorwerp (les 5, p. 25)
الفعل اللازم al-fiʿl al-lāzim · intransitief werkwoord
werkwoord zonder lijdend voorwerp (les 5, p. 25)
المصدر المختص al-maṣdar al-mukhtaṣṣ · bepaald maṣdar
maṣdar met bijvoeglijk naamwoord of iḍāfa, zoals sayru l-ʿuqalāʾ (les 5, p. 25)