De objecten: het lijdend voorwerp (mafʿūl bih)#
Vijf soorten mafʿūl. De tweede eenheid behandelt de vijf mafʿūlāt: het lijdend voorwerp (mafʿūl bih), het absolute object (mafʿūl muṭlaq), het bijwoord van tijd en plaats (mafʿūl fīh), het object van reden (mafʿūl li-ajlih) en het object van begeleiding (mafʿūl maʿah).
Definitie. De mafʿūl bih is elk naamwoord in de accusatief waarop de handeling van de fāʿil valt, zonder dat de vorm van het werkwoord verandert. Voorbeelden: «het volk van Nūḥ loochende de gezanten» (ash-Shuʿarāʾ 26:105), «Allah wisselt nacht en dag af» (an-Nūr 24:44), akrama l-waladu wālidayhi. Hij staat verplicht in de accusatief.
Wat het lijdend voorwerp regeert (kader 'alleen ter kennisname', p. 34–35). In de eerste plaats het werkwoord, en daarnaast:
- het ism al-fāʿil: «noch hen die op weg zijn naar het Heilige Huis» (al-Māʾida 5:2), «hun hond strekte zijn voorpoten uit» (al-Kahf 18:18);
- het ism al-mafʿūl van een werkwoord met twee of drie objecten: Aḥmadu muʿallamun ikhwatuhu ṣ-ṣidqa;
- het maṣdar: «of het voeden, op een dag van honger, van een wees» (al-Balad 90:14–15);
- de intensiteitsvormen: anta tabbāʿun al-ḥaqqa;
- de vormen van verwondering: «hoe ondankbaar is hij!» (ʿAbasa 80:17);
- de ism al-fiʿl: dūnaka l-kitāb, «zorg voor jezelf» (al-Māʾida 5:105), «zeg: brengt jullie getuigen» (al-Anʿām 6:150).
Drie soorten mafʿūl bih:
- een zichtbaar naamwoord, de grondvorm: «die de aarde voor jullie tot een rustplaats maakte» (al-Baqara 2:22);
- een voornaamwoord: aangehecht («Hij is het die jullie vormt in de schoot», Āl ʿImrān 3:6) of los («U alleen aanbidden wij», al-Fātiḥa 1:5; «en Mij alleen moeten jullie vrezen», al-Baqara 2:40);
- een maṣdar muʾawwal (kader 'alleen ter kennisname', p. 36): nuqaddiru laka an taltazima (= iltizāmaka); «voelen de bewoners van de steden zich veilig dat Onze straf 's nachts tot hen komt?» (al-Aʿrāf 7:97); athbata l-muʿallimu anna t-tajribata khāṭiʾa (= khaṭaʾa t-tajriba).
Kernpunten
- Er zijn vijf mafʿūlāt; de mafʿūl bih is het naamwoord waarop de handeling valt.
- De mafʿūl bih staat verplicht in de accusatief.
- Naast het werkwoord kunnen ook ism al-fāʿil, maṣdar, intensiteitsvormen, verwonderingsvormen en ism al-fiʿl hem regeren.
- Drie soorten: zichtbaar naamwoord, voornaamwoord (aangehecht of los) en maṣdar muʾawwal.
Bron: اللغة العربية (٣), les 7, vanaf p. 34.
Begrippen
- المفعول به al-mafʿūl bih · lijdend voorwerp
- accusatief naamwoord waarop de handeling van de fāʿil valt (les 7, p. 34)
- العامل al-ʿāmil · regens
- woord dat de naamval van een ander woord bepaalt (les 7, p. 34)
- اسم الفعل ism al-fiʿl · werkwoordsnaamwoord
- woord met de betekenis van een werkwoord, zoals halumma of dūnaka (les 7, p. 35)
- صيغ المبالغة ṣiyagh al-mubālagha · intensiteitsvormen
- vormen als tabbāʿ en miʿṭāʾ die een handeling sterk uitdrukken (les 7, p. 35)
- الضمير المنفصل aḍ-ḍamīr al-munfaṣil · los voornaamwoord
- voornaamwoord dat apart staat, zoals iyyāka (les 7, p. 36)