Het object van reden (mafʿūl li-ajlih)#
Definitie. De mafʿūl li-ajlih heet ook mafʿūl lahu of mafʿūl sababī. Het is een maṣdar in de accusatief dat de reden van de handeling noemt: qumtu ijlālan li-wālidī (ik stond op uit eerbied voor mijn vader), dhākartu raghbatan fī n-najāḥ. Uit de Koran:
- «uit afgunst (ḥasadan) van hun kant» (al-Baqara 2:109);
- «uit onderlinge naijver (baghyan)» (ash-Shūrā 42:14);
- «houdt hen niet vast om schade (ḍirāran) te berokkenen» (al-Baqara 2:231);
- «doodt jullie kinderen niet uit vrees (khashyata) voor armoede» (al-Isrāʾ 17:31);
- «om het welbehagen van Allah te zoeken (ibtighāʾa)» (al-Baqara 2:207).
Naamval in drie gevallen.
- Zonder al- en zonder iḍāfa is de accusatief beter.
- Met al- is een voorzetsel beter, maar de accusatief mag: uṣallī li-r-raghbati of ar-raghbata fī marḍāti llāh.
- In een iḍāfa zijn beide gelijk: adhhabu li-l-ʿulamāʾi btighāʾa l-ʿilm of li-btighāʾi l-ʿilm.
Wat hem regeert (kader 'alleen ter kennisname', p. 48). In de eerste plaats het werkwoord, daarnaast:
- het maṣdar: al-irtiḥālu ṭalaban li-l-ʿilm;
- het ism al-fāʿil: Muḥammadun musāfirun saʿyan fī ṭalabi r-rizq;
- het ism al-mafʿūl: anta mafṣūlun ʿuqūbatan laka;
- de intensiteitsvorm: shaghūfun bi-l-ʿilmi raghbatan fī t-tafawwuq;
- de ism al-fiʿl: ḥadhāri l-munāfiqīna tajannuban li-nifāqihim.
Hij mag ook vóór zijn werkwoord staan: khashyata l-ḥasadi uḥāfiẓu ʿalā l-adhkār. Gaat er een voorzetsel aan vooraf, dan ontleed je hem als voorzetsel met naamwoord en niet als mafʿūl li-ajlih: «uit vrees (min khashyati) voor Allah» (al-Baqara 2:74).
Ontleed. In raḥaltu ilā sh-shaykhi ṭalaban li-l-ʿilm is ṭalaban mafʿūl li-ajlih. In aqraʾu kathīran li-taḥṣīli l-ʿilm is li-taḥṣīli een voorzetsel met naamwoord.
Kernpunten
- De mafʿūl li-ajlih is een maṣdar in de accusatief dat de reden van de handeling noemt.
- Zonder al- en iḍāfa: accusatief beter; met al-: voorzetsel beter; met iḍāfa: beide gelijk.
- Hij mag vóór zijn werkwoord staan.
- Na een voorzetsel is het geen mafʿūl li-ajlih meer maar voorzetsel met naamwoord (al-Baqara 2:74).
Bron: اللغة العربية (٣), les 10, vanaf p. 47.
Begrippen
- المفعول لأجله al-mafʿūl li-ajlih · object van reden
- maṣdar dat de reden van de handeling noemt (les 10, p. 47)
- المفعول السببي al-mafʿūl as-sababī · oorzakelijk object
- andere naam voor de mafʿūl li-ajlih (les 10, p. 47)
- الجار والمجرور al-jārr wa-l-majrūr · voorzetsel met naamwoord
- analyse wanneer een voorzetsel aan het woord voorafgaat (les 10, p. 48)