PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 2: De objecten (al-mafʿūlāt)

Overzicht

Eenheid 2 · 6 lessen

De objecten (al-mafʿūlāt)

Zes lessen samen op één pagina

Er zijn vijf objecten, allemaal in de accusatief: het lijdend voorwerp (mafʿūl bih), waarop de handeling valt – een zichtbaar naamwoord, voornaamwoord of maṣdar muʾawwal; het en zijn regens mogen soms weg. Het absolute object (mafʿūl muṭlaq): een maṣdar na een werkwoord van dezelfde stam, ter bevestiging of om aantal of soort aan te geven. Het object van reden (mafʿūl li-ajlih): een maṣdar dat de reden noemt. Het bijwoord van tijd of plaats (mafʿūl fīh), met de betekenis van "fī". En het object van begeleiding (mafʿūl maʿah): een naamwoord na een wāw in de betekenis van "maʿa".

Bron: Arabische taal (3), Zad-reeks · p. 31–61

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

De objecten in één kaart

Vijf objecten in de volgorde van het boek.

De objectenEenheid 2
  • Mafʿūl bihles 7–8
    • soorten
    • regentes
    • weglating
  • Mafʿūl muṭlaqles 9
    • bevestigend
    • aantal
    • soort
  • Mafʿūl li-ajlihles 10
    • drie toestanden
    • vooropplaatsing
  • Mafʿūl fīhles 11
    • tijd
    • plaats
    • verbuigbaar en onverbuigbaar
  • Mafʿūl maʿahles 12
    • de wāw van begeleiding
    • accusatief of nevenschikking

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Het lijdend voorwerp is elk naamwoord in de accusatief dat aangeeft waarop de handeling van de fāʿil valt, zonder dat de vorm van het werkwoord verandert.
  2. Het lijdend voorwerp mag weg bij een aanwijzing, zoals in "jouw Heer heeft je niet verlaten en niet gehaat", d.w.z. "en jou niet gehaat".
  3. De regens van het object moet weg als het object vóór een werkwoord staat dat op een voornaamwoord ervan werkt, zoals in "en de aarde, daarna spreidde Hij haar uit".
  4. Overgeleverde maṣdars in de accusatief met een weggelaten werkwoord: maʿādha, subḥāna, labbayka, ḥamdan, shukran, ṣabran, ʿajaban.
  5. Een mafʿūl li-ajlih zonder al- en zonder iḍāfa staat het best in de accusatief; met al- het best met een voorzetsel; bij iḍāfa zijn beide gelijk.
  6. Staat er een voorzetsel vóór, dan is het een voorzetselgroep en geen mafʿūl li-ajlih, zoals in "min khashyati llāh".
  7. Een specifiek plaatsbijwoord staat niet in de accusatief maar krijgt "fī": fī l-bayt, fī l-masjid.
  8. Nevenschikking is verplicht als het werkwoord deelname vereist en niet door één persoon kan gebeuren, zoals in "Zayd en Muḥammad twistten".

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 7 · p. 34 De objecten: het lijdend voorwerp (mafʿūl bih)
  2. Les 8 · p. 39 Weglating van het lijdend voorwerp en van zijn regens
  3. Les 9 · p. 42 Het absolute object (mafʿūl muṭlaq)
  4. Les 10 · p. 47 Het object van reden (mafʿūl li-ajlih)
  5. Les 11 · p. 51 Het bijwoord van tijd en plaats (mafʿūl fīh)
  6. Les 12 · p. 58 Het object van begeleiding (mafʿūl maʿah)

Oefeningen van het boek op p. 38, 41, 46, 50, 57 en 61. De Nederlandse uitleg is een hulp bij het Arabisch, geen vervanging.

Schema’s

De vijf objecten

Korte definitie en een voorbeeld uit het boek.

VergelijkingKenmerkVoorbeeld
Mafʿūl bihwaarop de handeling valt"Allah wisselt nacht en dag af"
Mafʿūl muṭlaqmaṣdar van dezelfde stam"en spreek een juist woord"
Mafʿūl li-ajlihmaṣdar dat de reden noemt"dood je kinderen niet uit vrees voor armoede"
Mafʿūl fīhtijd of plaats met de betekenis "fī""die Zijn dienaar ’s nachts liet reizen"
Mafʿūl maʿahnaamwoord na de wāw van begeleidingkharajtu wa shurūqa sh-shams

Les 7p. 34

Het naamwoord na de wāw: accusatief of nevenschikking?

Drie gevallen, zoals het boek ze samenvat.

  1. Kan niet meedoen aan de handelingaccusatief verplicht: nazala Muḥammadun wa l-qamara
  2. Kan meedoenbeide mogen, nevenschikking is beter
  3. Het werkwoord vereist deelnamenevenschikking verplicht

Uitleg

  1. Wat het object regeert

    In de grond regeert het werkwoord het object, maar ook het actief deelwoord ("hun hond strekte zijn poten uit"), het maṣdar ("of voeden op een dag van honger, een wees"), intensiteitsvormen, vormen van verwondering ("hoe geduldig zijn zij met het Vuur") en het werkwoordelijk naamwoord ("let op jezelf").

  2. Vormen van het absolute object

    Het komt onbepaald voor ("akramtuhu ikrāman"), met al- ("Allah zal hem de grootste straf geven") en in iḍāfa ("zij smeedden hun plan"). De regens valt weg bij een uitsplitsing ("dan vrijlating of losgeld") en bij een aanwijzing ("een gezegende aankomst").

  3. Naamval van tijd- en plaatsbijwoorden

    Een tijdsbijwoord staat in de accusatief als het de betekenis van "fī" heeft, en mag ook met een voorzetsel. Zonder die betekenis hangt de naamval af van de functie ("de vrijdag is een gezegende dag"). Een plaatsbijwoord staat in de accusatief als het vaag is of daarop lijkt ("ik liep vóór het leger").

  4. Onverbuigbare bijwoorden

    Onverbuigbare tijdsbijwoorden zijn o.a. idh, idhā, matā, ayyāna, ams, al-āna, mundhu en qaṭṭu; plaatsbijwoorden o.a. ḥaythu, hunā, thamma en ayna. Ze worden geanalyseerd als onverbuigbaar bijwoord op een plaats van accusatief.

Kernpunten

OpsommingUit het boek

Soorten lijdend voorwerp

  1. zichtbaar naamwoord
  2. verbonden voornaamwoord
  3. los voornaamwoord
  4. maṣdar muʾawwal
OnderscheidUit het boek

Vage en specifieke bijwoorden

  • vage tijd: abad, amad, ḥīn, waqt
  • specifieke tijd: sāʿa, yawm, layla, shahr, sana
  • vage plaats: amāma, warāʾa, yamīna, fawqa, taḥta, jānib
  • specifieke plaats: huis, moskee, ziekenhuis (met "fī")

Begrippen

المفعول به

al-mafʿūl bih

Naamwoord in de accusatief waarop de handeling valt.

المفعول المطلق

al-mafʿūl al-muṭlaq

Een maṣdar na een werkwoord van dezelfde stam.

wa kallama llāhu Mūsā taklīman

المفعول لأجله

al-mafʿūl li-ajlih

Een maṣdar in de accusatief dat de reden van de handeling noemt.

qumtu ijlālan li-wālidī

المفعول فيه

al-mafʿūl fīh

Naamwoord voor tijd of plaats van de handeling, met de betekenis van "fī".

المفعول معه

al-mafʿūl maʿah

Naamwoord in de accusatief na een wāw in de betekenis van "maʿa".

sirtu wa shāṭiʾa l-baḥr

الاشتغال

al-ishtighāl

Een naamwoord staat vooraan en een werkwoord erna werkt op een voornaamwoord dat ernaar verwijst.

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Er zijn vijf objecten, allemaal in de accusatief.
  • Het lijdend voorwerp is een naamwoord, voornaamwoord of maṣdar muʾawwal; het en zijn regens vallen soms weg.
  • Het absolute object bevestigt of geeft aantal of soort aan.
  • Het object van reden noemt de oorzaak; het mafʿūl fīh de tijd of plaats.
  • Het mafʿūl maʿah volgt op de wāw van begeleiding; vereist het werkwoord deelname, dan is nevenschikking verplicht.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Welk soort mafʿūl muṭlaq staat in "fa-dukkatā dakkatan wāḥida"?

  2. Wat is "khashyata" in "dood je kinderen niet khashyata imlāq"?

  3. Een mafʿūl li-ajlih met al- staat het best met een voorzetsel.

  4. Hoe gebruik je een specifiek plaatsbijwoord zoals "al-masjid"?

  5. Wat is juist na "taʿāwana ʿAliyyun wa …"?

  6. Men zegt "kullu rajulin wa qalamahu" met accusatief.

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 7 De objecten: het lijdend voorwerp (mafʿūl bih)

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 34–38

  2. Les 8 Weglating van het lijdend voorwerp en van zijn regens

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 39–41

  3. Les 9 Het absolute object (mafʿūl muṭlaq)

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 42–46

  4. Les 10 Het object van reden (mafʿūl li-ajlih)

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 47–50

  5. Les 11 Het bijwoord van tijd en plaats (mafʿūl fīh)

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 51–57

  6. Les 12 Het object van begeleiding (mafʿūl maʿah)

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 58

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Arabische taal (3), Zad-reeks · p. 31–61 p. 31

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.