Arabische taal (grammatica) (3)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 1 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

De plaatsvervanger van de fāʿil

Definitie. De nāʾib al-fāʿil (plaatsvervanger van de fāʿil) is een nominatief naamwoord na een passief werkwoord of iets wat daarop lijkt. Hij neemt de plaats en de naamval van de weggelaten fāʿil over. Iets wat op een passief werkwoord lijkt, is het ism al-mafʿūl (lijdend deelwoord). Voorbeelden na een passief werkwoord: ʿūqiba l-musīʾ (de misdadiger werd gestraft), «het boek wordt neergelegd» (al-Kahf 18:49), «vervloekt zijn de leugenaars» (adh-Dhāriyāt 51:10), «zoals Mūsā eerder gevraagd werd» (al-Baqara 2:108). Een kader legt uit dat men ook zegt 'gebouwd voor wat zijn fāʿil niet genoemd is', omdat de fāʿil bekend is, namelijk Allah. Na een ism al-mafʿūl: «tuinen van ʿAdn waarvan de poorten voor hen geopend zijn» (Ṣād 38:50) en at-taʾannī maḥmūdatun ʿawāqibuhu.

Naamval. De nāʾib al-fāʿil staat altijd in de nominatief. Na een overbodig voorzetsel is hij in vorm genitief en qua plaats nominatief: mā ukila min ṭaʿāmin l-yawm.

Vijf soorten:

  1. een zichtbaar naamwoord: «de mens is uit haast geschapen» (al-Anbiyāʾ 21:37), «het water nam af en de zaak was beslist» (Hūd 11:44);
  2. een voornaamwoord: aangehecht (kūfiʾtu, an-Naḥl 16:126), los (mā yukramu illā huwa) of verborgen (lan uhzama; «wanneer de wilde dieren verzameld worden», at-Takwīr 81:5);
  3. een maṣdar muʾawwal: yuḥtamalu an yaʾtiya Muḥammad; «zeg: mij is geopenbaard dat een groep djinn luisterde» (al-Jinn 72:1);
  4. een hele zin: qīla: lā tuhmilū wājibātikum; «en er werd gezegd: weg met het onrechtvaardige volk» (Hūd 11:44);
  5. een halve zin (shibh jumla): voorzetsel met naamwoord (julisa fī l-ghurfa; al-Aʿrāf 7:149) of bijwoord (wuqifa amāma l-bayt, sūfira yawma l-khamīs).

Kernpunten

  • De nāʾib al-fāʿil volgt op een passief werkwoord of een ism al-mafʿūl en neemt de naamval van de fāʿil over.
  • Hij staat altijd in de nominatief, behalve in vorm na een overbodig voorzetsel.
  • Er zijn vijf soorten: naamwoord, voornaamwoord, maṣdar muʾawwal, zin en halve zin.

Bron: اللغة العربية (٣), les 4, vanaf p. 21.

Begrippen

نائب الفاعل nāʾib al-fāʿil · plaatsvervanger van de fāʿil
nominatief naamwoord na een passief werkwoord (les 4, p. 21)
المبني للمجهول al-mabnī li-l-majhūl · passief werkwoord
werkwoord waarvan de fāʿil niet genoemd wordt, zoals ʿūqiba (les 4, p. 21)
اسم المفعول ism al-mafʿūl · lijdend deelwoord
lijkt op een passief werkwoord en kan een nāʾib al-fāʿil hebben, zoals mufattaḥa (les 4, p. 21)
شبه الجملة shibh al-jumla · halve zin
voorzetsel met naamwoord, of een bijwoord (les 4, p. 23)