Arabische taal (grammatica) (2)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 2 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Werkwoorden van nabijheid, hoop en beginnen (kāda en zusters)

Werking. Kāda en zusters zijn onvolledige werkwoorden, net als kāna. Ze staan voor een naamwoordelijke zin: de mubtadaʾ blijft in de nominatief en heet hun ism. De werkwoordszin erna staat op de plaats van de accusatief, als hun khabar.

Drie groepen.

1. Nabijheid (muqāraba): kāda, awshaka, karaba. Deze werkwoorden zeggen dat de khabar bijna gebeurt:

  • kāda l-waqtu yaqṭaʿunā (de tijd haalde ons bijna in);
  • «de bliksem neemt bijna hun zicht weg» (al-Baqara 2:20);
  • awshaka l-māʾu an yaghīḍ (het water zakte bijna weg);
  • karaba l-maṭaru yahṭil (de regen begon bijna te vallen).

2. Hoop (rajāʾ): ʿasā, ḥarā, ikhlawlaqa. Deze werkwoorden drukken de hoop uit dat de khabar gebeurt:

  • «misschien zal jullie Heer zich over jullie ontfermen» (al-Isrāʾ 17:8);
  • «misschien zal Allah de overwinning brengen» (al-Māʾida 5:52);
  • ḥarā l-musāfiru an yaʿūd;
  • ikhlawlaqa l-muhmilu an yajtahid.

3. Beginnen (shurūʿ): jaʿala, akhadha, anshaʾa, sharaʿa, ṭafiqa, ʿaliqa. Deze werkwoorden zeggen dat de handeling begint:

  • «zij begonnen bladeren van de Tuin over zich heen te leggen» (al-Aʿrāf 7:22);
  • sharaʿa l-muhandisūna yukhaṭṭiṭūna l-malʿab;
  • akhadha l-ʿummālu yaḍaʿūna ḥajara l-asās;
  • jaʿala l-lāʿibūna yatadarrabūna bi-nashāṭ.

Uitgewerkte voorbeelden.

«Fa-ʿasā llāhu an yaʾtiya bi-l-fatḥ» (al-Māʾida 5:52):

  • ʿasā is een onvolledig werkwoord, vast op een geschatte fatḥa op de alif;
  • Allāh is zijn ism;
  • an maakt het werkwoord tot maṣdar en zet het in de subjunctief;
  • yaʾtiya staat in de subjunctief en heeft een verborgen onderwerp (huwa);
  • an yaʾtiya bi-l-fatḥ staat op de plaats van de accusatief, als khabar.

«Yakādu l-barqu yakhṭafu abṣārahum» (al-Baqara 2:20):

  • yakādu is een onvolledige muḍāriʿ in de nominatief;
  • al-barqu is zijn ism;
  • yakhṭafu abṣārahum is de khabar.

Wat deze groep onderscheidt. De khabar van kāda en zusters is altijd een werkwoordszin, met een muḍāriʿ die naar hun ism verwijst.

Kernpunten

  • Kāda en zusters werken als kāna: ism in de nominatief, khabar op de plaats van de accusatief.
  • Nabijheid: kāda, awshaka, karaba.
  • Hoop: ʿasā, ḥarā, ikhlawlaqa.
  • Beginnen: jaʿala, akhadha, anshaʾa, sharaʿa, ṭafiqa, ʿaliqa.
  • Hun khabar is altijd een werkwoordszin met een muḍāriʿ.

Bron: اللغة العربية (٢), les 14, vanaf p. 57.

Begrippen

أفعال المقاربة afʿāl al-muqāraba · werkwoorden van nabijheid
kāda, awshaka, karaba: de khabar gebeurt bijna (les 14, p. 57)
أفعال الرجاء afʿāl ar-rajāʾ · werkwoorden van hoop
ʿasā, ḥarā, ikhlawlaqa (les 14, p. 57)
أفعال الشروع afʿāl ash-shurūʿ · werkwoorden van beginnen
jaʿala, akhadha, ṭafiqa … (les 14, p. 57)
أن المصدرية an al-maṣdariyya · an van de maṣdar
maakt met het werkwoord een maṣdar en zet het in de subjunctief (les 14, p. 58)
الفعل المضارع al-fiʿl al-muḍāriʿ · onvoltooid werkwoord
de vorm van het werkwoord in de khabar van kāda (les 14, p. 59)