Voornaamwoorden van de afwezige; zichtbaar en verborgen#
De afwezige. De voornaamwoorden voor de derde persoon zijn:
- huwa: «Hij begint en herhaalt» (al-Burūj 85:13);
- hiya: «zij trekken voorbij zoals de wolken» (an-Naml 27:88);
- humā: «zeg niet 'oef' tegen hen beiden» (al-Isrāʾ 17:23);
- hum: «terwijl zij afhouden van de Heilige Moskee» (al-Anfāl 8:34);
- hunna: «zij zijn een kleed voor jullie» (al-Baqara 2:187);
- iyyāhu: «dat jullie niemand dan Hem aanbidden» (al-Isrāʾ 17:23);
- iyyāhā, iyyāhumā, iyyāhum en iyyāhunna;
- de hāʾ: «je zou hem nederig zien» (al-Ḥashr 59:21);
- de alif van de dualis: «zij beiden aten voedsel» (al-Māʾida 5:75);
- de wāw: «als zij opstaan voor het gebed, staan zij lui op» (an-Nisāʾ 4:142);
- de nūn voor vrouwen: «zij sneden in hun handen» (Yūsuf 12:31).
Zichtbaar of verborgen. Een bāriz (zichtbaar) voornaamwoord hoor en zie je in uitspraak en schrift, zoals naḥnu in naḥnu ṭullābun mujtahidūn. Een mustatir (verborgen) voornaamwoord is er wel, maar je ziet het niet. In Muḥammadun yalʿabu bi-l-kura is het onderwerp van yalʿabu een verborgen huwa.
Aangehecht of los. Het zichtbare voornaamwoord is aangehecht of los.
- Een muttaṣil (aangehecht) staat nooit aan het begin van de zin en nooit na illā: de tāʾ van het onderwerp, de wāw, de alif, de yāʾ voor een vrouw, de nūn voor vrouwen, de hāʾ, de kāf, de yāʾ van de spreker en -nā.
- Een munfaṣil (los) kan aan het begin staan en na illā: anā, naḥnu, anta … hunna, iyyāya … iyyāhunna.
Naamvalsplaats (ter kennisname).
Aangehechte voornaamwoorden:
- Alleen nominatief (vijf vormen): akaltu, al-waladāni kharajā, al-mutaʿallimūna ṣadaqū, an-nisāʾu taḥajjabna, ṣallī fī baytiki.
- Accusatief of genitief: de yāʾ, de kāf en de hāʾ. In abī yuḥibbunī is de eerste yāʾ genitief (muḍāf ilayh) en de tweede accusatief (lijdend voorwerp).
- Alle drie: -nā. In al-Baqara 2:286, «onze Heer, straf ons niet als wij vergeten of een fout begaan», is de eerste -nā genitief, de tweede accusatief en de laatste twee nominatief.
Losse voornaamwoorden:
- Nominatief (twaalf vormen): anā tot hunna.
- Accusatief (twaalf vormen): alle vormen met iyyā-.
Verplicht of facultatief verborgen (ter kennisname).
Verplicht verborgen is het voornaamwoord dat je niet door een zichtbaar zelfstandig naamwoord kunt vervangen. Dat gebeurt op vier plaatsen:
- bij de gebiedende wijs voor één man: dhākir durūsaka (ingevuld: anta);
- bij de muḍāriʿ met de hamza van de spreker: aktubu (ingevuld: anā);
- bij de muḍāriʿ met nūn: naktubu (ingevuld: naḥnu);
- bij de muḍāriʿ met de tāʾ voor één man: tuḥibbu ʿamalaka (ingevuld: anta).
Facultatief verborgen is het voornaamwoord waar wel een zichtbaar woord kan staan. Zo kun je yalʿabu l-kura ook zeggen als yalʿabu Saʿīdun l-kura, en Hindun dhākarat als dhākarat Hindun. Kort gezegd zijn anā, anta en naḥnu verplicht verborgen; de rest is facultatief.
Oefening. Het boek geeft in de oefening de hadith «Vrouwen, geef liefdadigheid, want ik zag dat jullie het grootste deel van de bewoners van het Vuur zijn» (volgens het boek: al-Bukhārī en Muslim). Daarnaast staat «Fāṭima, dochter van Muḥammad, vraag mij van mijn bezit wat je wilt; ik kan je bij Allah niets baten»; het boek geeft daarbij geen bron.
Kernpunten
- De afwezige heeft huwa, hiya, humā, hum, hunna, de vormen met iyyā-, de hāʾ, alif, wāw en nūn.
- Een bāriz voornaamwoord is zichtbaar, een mustatir verborgen.
- Muttaṣil staat nooit aan het begin of na illā; munfaṣil wel.
- -nā kan nominatief, accusatief en genitief zijn; de vormen met iyyā- zijn altijd accusatief.
- Verplicht verborgen zijn anā, anta en naḥnu; de andere zijn facultatief verborgen.
Bron: اللغة العربية (٢), les 4, vanaf p. 22.
Begrippen
- الغائب al-ghāʾib · afwezige
- derde persoon: huwa, hiya, hum … (les 4, p. 22)
- الضمير البارز aḍ-ḍamīr al-bāriz · zichtbaar voornaamwoord
- hoorbaar en geschreven (les 4, p. 23)
- الضمير المستتر aḍ-ḍamīr al-mustatir · verborgen voornaamwoord
- is er wel, maar wordt niet uitgesproken of geschreven (les 4, p. 23)
- الضمير المتصل aḍ-ḍamīr al-muttaṣil · aangehecht voornaamwoord
- staat nooit aan het begin of na illā (les 4, p. 23)
- الضمير المنفصل aḍ-ḍamīr al-munfaṣil · los voornaamwoord
- kan aan het begin en na illā staan (les 4, p. 24)
- واجب الاستتار wājib al-istitār · verplicht verborgen
- een zichtbaar znw kan niet op zijn plaats staan (les 4, p. 25)