Arabische taal (grammatica) (2)

PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Studeer heel eenheid 3 Schema’s, begrippen, hadith, personen en een toets voor alle lessen samen →

Werkwoorden met drie lijdende voorwerpen

Twee groepen. De werkwoorden met drie lijdende voorwerpen zijn arā (in de betekenis van het hart), aʿlama, ḥaddatha, nabbaʾa, anbaʾa, khabbara en akhbara.

1. Via de hamza. Arā en aʿlama krijgen drie lijdende voorwerpen door de hamza die een werkwoord overgankelijk maakt. Voorbeelden:

  • araytuka Khālidan akhāk (ik liet je inzien dat Khālid je broer is);
  • aʿlamtuhu Muḥammadan musāfiran (ik liet hem weten dat Muḥammad op reis is);
  • «zo toont Allah hun hun daden als spijt over hen» (al-Baqara 2:167).

2. Zonder hamza. De andere vijf krijgen ze zonder zo'n middel: ḥaddatha, nabbaʾa, anbaʾa, khabbara en akhbara. Voorbeelden:

  • ḥaddatha l-wālidu Ibrāhīma Muḥammadan mawjūdan;
  • anbaʾtu Saʿīdan ʿAliyyan qādiman;
  • akhbartu Khalīlan al-khabara wāqiʿan;
  • khabbartu t-tājira l-ghishsha qabīḥan;
  • nabbaʾtuhu d-darsa sahlan.

Uitgewerkte voorbeelden.

Nabbaʾtu Saʿīdan akhāhu qādiman:

  • Saʿīdan is het eerste lijdend voorwerp;
  • akhā is het tweede lijdend voorwerp, in de accusatief met een alif (een van de vijf zelfstandige naamwoorden);
  • qādiman is het derde lijdend voorwerp.

Akhbaranī Farīdun abāhu marīḍan:

  • de yāʾ is het eerste lijdend voorwerp, dat vooraan staat; de nūn ervoor is de nūn van bescherming (nūn al-wiqāya);
  • Farīdun is het achteraan geplaatste onderwerp;
  • abāhu is het tweede lijdend voorwerp;
  • marīḍan is het derde lijdend voorwerp.

Uʿlimtu l-bayta qarīban (mij werd bekendgemaakt dat het huis dichtbij is): het werkwoord is passief. De tāʾ staat op de plaats van de nominatief als vervanger van het onderwerp (nāʾib fāʿil); dat is het eerste lijdend voorwerp. Al-bayta is het tweede en qarīban het derde.

Samenvatting. Wat voor ẓanna en zusters geldt, geldt ook voor deze werkwoorden. Het boek sluit af met wa-llāhu waliyyu t-tawfīq.

Kernpunten

  • Arā (van het hart), aʿlama, ḥaddatha, nabbaʾa, anbaʾa, khabbara en akhbara krijgen drie lijdende voorwerpen.
  • Arā en aʿlama via de hamza van overgankelijkheid; de andere vijf zonder middel.
  • Het eerste lijdend voorwerp kan een aangehecht voornaamwoord zijn dat vooraan staat (akhbaranī).
  • Bij een passief werkwoord wordt het eerste lijdend voorwerp nāʾib fāʿil.

Bron: اللغة العربية (٢), les 24, vanaf p. 81.

Begrippen

همزة التعدية hamzat at-taʿdiya · hamza van overgankelijkheid
hamza die een werkwoord een extra lijdend voorwerp geeft: arā, aʿlama (les 24, p. 81)
المفعول به الثالث al-mafʿūl bih ath-thālith · derde lijdend voorwerp
zoals qādiman in nabbaʾtu Saʿīdan akhāhu qādiman (les 24, p. 82)
نون الوقاية nūn al-wiqāya · nūn van bescherming
nūn tussen werkwoord en yāʾ: akhbaranī (les 24, p. 82)
نائب الفاعل nāʾib al-fāʿil · vervanger van het onderwerp
bij een passief werkwoord: de tāʾ in uʿlimtu (les 24, p. 82)
المبني للمجهول al-mabnī li-l-majhūl · passief
werkwoord zonder genoemde handelende persoon (les 24, p. 82)