Het betrekkelijk voornaamwoord#
Definitie. Een ism mawṣūl is een woord dat iets bepaalt door middel van een zin die erna volgt. Die zin heet de ṣila en bevat een voornaamwoord dat naar het mawṣūl terugverwijst. Er zijn dus drie bouwstenen:
- het mawṣūl zelf;
- de ṣila: een naamwoordelijke zin, een werkwoordszin of een 'halve zin' (shibh jumla);
- de ʿāʾid: het terugverwijzende voornaamwoord, dat overeenkomt in getal en geslacht. Het kan ook verborgen zijn.
In jāʾa lladhīna ntaṣarū mina l-qitāl (de overwinnaars van de strijd kwamen) is alladhīna het mawṣūl, intaṣarū de ṣila en de wāw de ʿāʾid. In yuḥibbu l-aʿḍāʾu l-mushrifa lladhī yaḥtarimu ārāʾahum is de ʿāʾid een verborgen huwa. Zonder ṣila is de zin niet af. Jāʾa lladhīna alleen zegt niets. Je zegt dus: jāʾa lladhīna ṣallū l-ʿishāʾa fī l-masjid.
Twee soorten (ter kennisname).
Specifieke vormen, die per getal en geslacht verschillen:
- alladhī: «zoals iemand die een vuur aanstak» (al-Baqara 2:17);
- allatī: «vrees het Vuur dat voor de ongelovigen is klaargemaakt» (Āl ʿImrān 3:131);
- alladhāni: an-Nisāʾ 4:16;
- allatāni: jāʾati l-marʾatāni llatāni taḥfaẓāni l-Qurʾān;
- alladhīna: al-Fātiḥa 1:7;
- allātī en allāʾī: an-Nisāʾ 4:34 en al-Aḥzāb 33:4.
Gemeenschappelijke vormen, één vorm voor alle getallen en geslachten:
- man voor redelijke wezens: al-Baqara 2:111;
- mā voor niet-redelijke wezens: «aan Allah behoort wat in de hemelen en op aarde is» (Yūnus 10:55);
- ayyu voor beide: Maryam 19:69.
Soms is het omgekeerd. Mā voor redelijke wezens staat in «trouw wie jullie goeddunkt van de vrouwen» (an-Nisāʾ 4:3). Man voor niet-redelijke wezens staat in «onder hen zijn er die op hun buik kruipen» (an-Nūr 24:45).
Verbuiging. Alle betrekkelijke voornaamwoorden zijn vast, behalve alladhāni en allatāni. Die verbuigen als een dualis, net als bij het aanwijzend voornaamwoord.
Kernpunten
- Een mawṣūl heeft een ṣila nodig; zonder ṣila is de zin niet af.
- Drie bouwstenen: mawṣūl, ṣila en ʿāʾid.
- De ʿāʾid komt overeen in getal en geslacht en kan verborgen zijn.
- Specifieke vormen (alladhī …) en gemeenschappelijke vormen (man, mā, ayyu).
- Alle vormen zijn vast behalve alladhāni en allatāni.
Bron: اللغة العربية (٢), les 6, vanaf p. 32.
Begrippen
- الاسم الموصول al-ism al-mawṣūl · betrekkelijk voornaamwoord
- bepaalt iets via de zin die erop volgt (les 6, p. 32)
- صلة الموصول ṣilat al-mawṣūl · betrekkelijke bijzin
- de zin na het mawṣūl (les 6, p. 32)
- العائد al-ʿāʾid · terugverwijzend voornaamwoord
- voornaamwoord in de ṣila dat naar het mawṣūl verwijst (les 6, p. 32)
- شبه الجملة shibh al-jumla · 'halve zin'
- voorzetsel met genitief of bijwoord met genitief (les 6, p. 32)
- الموصول المشترك al-mawṣūl al-mushtarak · gemeenschappelijk mawṣūl
- één vorm voor alle getallen: man, mā, ayyu (les 6, p. 33)