Het woord met al-#
Definitie. Een muʿarraf bi-l is een onbepaald woord waaraan al- is gehecht, zodat het bepaald wordt: kitāb wordt al-kitāb.
Drie soorten al-.
1. Al- van de bekendheid (ʿahdiyya). Die heeft drie vormen:
- ʿahd dhikrī: iets is eerst onbepaald genoemd en komt daarna bepaald terug. In an-Nūr 24:35 staat eerst miṣbāḥ (een lamp) en daarna al-miṣbāḥ (de lamp), en zo ook zujāja en az-zujāja.
- ʿahd dhihnī: spreker en hoorder kennen het al: «toen zij jou trouw zwoeren onder de boom» (al-Fatḥ 48:18), jāʾa r-rajul, ḥaḍara ṭ-ṭabīb.
- ʿahd ḥuḍūrī: het genoemde is aanwezig: «vandaag (al-yawm) heb Ik jullie godsdienst vervolmaakt» (al-Māʾida 5:3), dat wil zeggen deze dag waarin jullie zijn.
2. Al- van de soort (jinsiyya). Die wijst niet op één bepaald exemplaar, maar op de soort: «de mens is uit haast geschapen» (al-Anbiyāʾ 21:37). Ter kennisname onderscheidt het boek drie vormen:
- het wezen van de soort: je kunt hier geen kull (elk) invullen. In «Wij maakten uit het water elk levend ding» (al-Anbiyāʾ 21:30) kun je niet zeggen 'elk water'.
- de hele soort: je kunt kull invullen. «De mens is zwak geschapen» (an-Nisāʾ 4:28) betekent: elk mens.
- de soort in het algemeen: ar-rajulu aqwā mina l-marʾa betekent dat de soort mannen sterker is dan de soort vrouwen. Het betekent niet dat elke man sterker is dan elke vrouw.
3. Toegevoegde al- (zāʾida). Die verandert de bepaaldheid niet. Bij een bepaald woord: al-Maʾmūn was als eigennaam al bepaald. Bij een onbepaald woord: in udkhulū l-awwala fa-l-awwal (kom één voor één binnen) blijft het woord onbepaald, want het is een toestandsbepaling (ḥāl). Ter kennisname zijn er twee vormen:
- blijvend: Allāh, al-Lāt, al-ʿUzzā en de betrekkelijke voornaamwoorden alladhī, allatī …;
- niet blijvend: weglaten verandert niets: Ḥasan / al-Ḥasan, ʿAbbās / al-ʿAbbās, Rashīd / ar-Rashīd.
Kernpunten
- Al- maakt een onbepaald woord bepaald, behalve de toegevoegde al-.
- ʿAhdiyya: dhikrī (eerder genoemd), dhihnī (bekend), ḥuḍūrī (aanwezig).
- Jinsiyya: het wezen van de soort, de hele soort, of de soort in het algemeen.
- De proef met kull onderscheidt 'het wezen' (kull past niet) van 'de hele soort' (kull past).
- Zāʾida: blijvend (Allāh, alladhī) of niet blijvend (al-Ḥasan, al-ʿAbbās).
Bron: اللغة العربية (٢), les 7, vanaf p. 35.
Begrippen
- المعرف بأل al-muʿarraf bi-l · woord met al-
- onbepaald woord dat door al- bepaald wordt (les 7, p. 36)
- أل العهدية al al-ʿahdiyya · al- van bekendheid
- wijst op iets eerder genoemd, bekend of aanwezig (les 7, p. 36)
- أل الجنسية al al-jinsiyya · al- van de soort
- wijst op de soort, niet op één exemplaar (les 7, p. 36)
- أل الاستغراقية al al-istighrāqiyya · al- van de hele soort
- kan door kull vervangen worden (les 7, p. 37)
- أل الزائدة al az-zāʾida · toegevoegde al-
- verandert bepaaldheid of onbepaaldheid niet (les 7, p. 37)