Onderwerp en gezegde (mubtadaʾ en khabar)#
Definities.
- De mubtadaʾ is een zelfstandig naamwoord in de nominatief waarmee de uitspraak begint. Het staat meestal aan het begin van de zin.
- De khabar is wat over de mubtadaʾ gezegd wordt; daarmee is de mededeling af.
Voorbeelden zijn «Allah is machtig en wijs» (al-Baqara 2:240) en «Muḥammad is de boodschapper van Allah» (al-Fatḥ 48:29). Er moet echt iets meegedeeld worden. Ṭālibu l-ʿilm (de student) alleen zegt niets: is hij geliefd, ijverig of lui? De goede zin is ṭālibu l-ʿilmi mujtahid. Daarin is ṭālib de mubtadaʾ en mujtahid de khabar. Andere voorbeelden zijn «Allah is de Beschermer van wie geloven» (al-Baqara 2:257), «de bedoeïenen zijn het hardst in ongeloof en hypocrisie» (at-Tawba 9:97), aṭ-ṭarīqu muttasiʿ en aṣ-ṣabru jamīl.
Ter kennisname.
Mubtadaʾ en khabar hoeven niet direct na elkaar te staan. Er mag iets tussen komen, zoals in de hadith «Het dichtst is de dienaar bij zijn Heer wanneer hij zich neerbuigt». Het boek noemt daarvoor Muslim als bron. Andere voorbeelden zijn ash-shamsu fī kabidi s-samāʾi sāṭiʿa en ar-rajulu lladhī fī baytī, wa-yaskunu ilā jiwārī, karīm.
De mubtadaʾ kan een maṣdar muʾawwal zijn: een zinsdeel met an + werkwoord dat als zelfstandig naamwoord telt. «Dat jullie vasten is beter voor jullie» (al-Baqara 2:184) betekent: jullie vasten is beter. Zo ook «dat jullie kwijtschelden staat dichter bij godsvrees» (al-Baqara 2:237). De mubtadaʾ kan ook een voornaamwoord zijn: «Jij bent onze Beschermer» (al-Baqara 2:286) en «en zij schreeuwen daarin» (Fāṭir 35:37).
Regels voor de mubtadaʾ (ter kennisname). De mubtadaʾ is in principe bepaald. Hij mag onbepaald zijn onder voorwaarden, onder meer als hij nader bepaald is:
- door een bijvoeglijk naamwoord: «een gelovige slaaf is beter dan een veelgodendienaar» (al-Baqara 2:221);
- door een iḍāfa: ṭalabu ʿilmin khayrun min ṭalabi māl.
Normaal staat de mubtadaʾ vóór de khabar, maar soms is het omgekeerd. In «aan Allah behoort wat in de hemelen en op aarde is» (al-Baqara 2:284) is li-llāhi een vooropgeplaatste khabar en mā een achteropgeplaatste mubtadaʾ.
Kernpunten
- De mubtadaʾ begint de zin en staat in de nominatief; de khabar maakt de mededeling af.
- Zonder echte mededeling is er geen khabar.
- Er mag iets tussen mubtadaʾ en khabar staan.
- De mubtadaʾ kan een maṣdar muʾawwal of een voornaamwoord zijn.
- Een onbepaalde mubtadaʾ mag als hij nader bepaald is; de khabar mag soms voorop.
Bron: اللغة العربية (٢), les 9, vanaf p. 42.
Begrippen
- المبتدأ al-mubtadaʾ · onderwerp (naamwoordelijke zin)
- znw. in de nominatief waarmee de zin begint (les 9, p. 42)
- الخبر al-khabar · gezegde
- wat over de mubtadaʾ gezegd wordt (les 9, p. 42)
- الفائدة al-fāʾida · mededeling
- de informatie die de zin volledig maakt (les 9, p. 42)
- المصدر المؤول al-maṣdar al-muʾawwal · omschreven infinitief
- an + werkwoord dat als znw telt (les 9, p. 43)
- الخبر المقدم al-khabar al-muqaddam · vooropgeplaatst gezegde
- khabar die vóór de mubtadaʾ staat (les 9, p. 43)