24 lessen. Kies een hoofdstuk of les om te beginnen. Alle lessen als doorlopende tekst op één pagina
- Les 1 · p. 11 Onbepaald en bepaald
- Les 2 · p. 14 De eigennaam (ʿalam)
- Les 3 · p. 20 Persoonlijke voornaamwoorden: spreker en aangesprokene
- Les 4 · p. 22 Voornaamwoorden van de afwezige; zichtbaar en verborgen
- Les 5 · p. 28 Het aanwijzend voornaamwoord
- Les 6 · p. 32 Het betrekkelijk voornaamwoord
- Les 7 · p. 35 Het woord met al-
- Les 8 · p. 39 Bepaald door iḍāfa
- Les 9 · p. 42 Onderwerp en gezegde (mubtadaʾ en khabar)
- Les 10 · p. 44 Soorten gezegde
- Les 11 · p. 50 Wat de naamwoordelijke zin verandert; kāna en zusters
- Les 12 · p. 52 Kāna en zusters: volledig en onvolledig
- Les 13 · p. 54 Soorten khabar van kāna en de bijzonderheden van kāna
- Les 14 · p. 57 Werkwoorden van nabijheid, hoop en beginnen (kāda en zusters)
- Les 15 · p. 60 Partikels die op laysa lijken
- Les 16 · p. 63 Inna en zusters
- Les 17 · p. 64 Soorten khabar van inna; ism-voornaamwoorden en kāffa
- Les 18 · p. 69 Lā die de hele soort ontkent
- Les 19 · p. 69 De werking van lā van de hele soort
- Les 20 · p. 74 Werkwoorden met meer dan één lijdend voorwerp; ẓanna en zusters
- Les 21 · p. 75 Werkwoorden van het hart: zekerheid en waarschijnlijkheid
- Les 22 · p. 76 Werkwoorden van verandering; hab, raʾā en de maṣdar
- Les 23 · p. 79 Twee lijdende voorwerpen zonder mubtadaʾ en khabar als oorsprong
- Les 24 · p. 81 Werkwoorden met drie lijdende voorwerpen