Soorten khabar van inna; ism-voornaamwoorden en kāffa#
Uitgewerkte voorbeelden.
- «Weet dat Allah streng is in bestraffen» (al-Baqara 2:196): anna versterkt en zet in de accusatief, en is vast op fatḥa. Allāha is haar ism en shadīdu haar khabar en muḍāf; al-ʿiqābi is muḍāf ilayh.
- Kaʾanna l-ḥārisayni jabalān (alsof de twee wachters twee bergen zijn): de ism staat in de accusatief met een yāʾ (dualis), de khabar in de nominatief met een alif.
- Layta l-muslimīna muttaḥidūn (waren de moslims maar eensgezind): de ism heeft een yāʾ en de khabar een wāw (mannelijk klankmeervoud).
Soorten khabar van inna (ter kennisname). Het zijn dezelfde soorten als bij de mubtadaʾ en bij kāna:
- los woord: inna ṭ-ṭullāba masrūrūn;
- zin:
- naamwoordelijk: inna l-islāma mabādiʾuhu samḥa. Mabādiʾu is mubtadaʾ en samḥa is khabar; samen staan ze op de plaats van de nominatief, als khabar van inna.
- werkwoordelijk: «maar Allah geeft Zijn boodschappers macht over wie Hij wil» (al-Ḥashr 59:6); kaʾanna l-junūda tazḥaf.
- halve zin: «de gunst is in de hand van Allah» (Āl ʿImrān 3:73); layta r-rajula fī l-masjid; laʿalla s-sayyārata amāma l-bayt. Daarin is amāma een bijwoord van plaats in de accusatief en muḍāf.
Regels.
- Elk voornaamwoord dat aan inna en zusters vastzit, is hun ism. In «en dat Hij de doden levend maakt» (al-Ḥajj 22:6) is de hāʾ van annahu een voornaamwoord op de plaats van de accusatief, als ism. Yuḥyī l-mawtā staat op de plaats van de nominatief, als khabar.
- Als mā aan inna en zusters vastkomt, heft zij hun werking op (mā kāffa). Alleen bij layta mag de werking blijven of opgeheven worden. Opheffing heeft twee gevolgen:
- Het partikel mag nu voor een werkwoordszin staan: «alleen de verstandigen laten zich vermanen» (ar-Raʿd 13:19); «hij beveelt jullie slechts het kwade en het schandelijke» (al-Baqara 2:169).
- Voor een naamwoordelijke zin blijven mubtadaʾ en khabar beide in de nominatief: «de gelovigen zijn slechts broeders» (al-Ḥujurāt 49:10). Daarin is innamā = inna + mā kāffa, al-muʾminūna mubtadaʾ en ikhwatun khabar. Zo ook «Allah is slechts één God» (an-Nisāʾ 4:171) en «weet dat jullie bezit en kinderen slechts een beproeving zijn» (al-Anfāl 8:28).
Bij layta zijn beide vormen goed: laytamā aʿlāma s-salāmi marfūʿatun (mā is overbodig en layta werkt) of laytamā aʿlāmu s-salāmi marfūʿatun (de werking is opgeheven).
Oefening. Een van de oefenzinnen is inna l-aʿmāla bi-n-niyyāt, waarin je mā moet invoegen. Het resultaat is de bekende bewoording van de hadith «Daden zijn slechts naar de intenties». Het boek noemt hier geen bron.
Kernpunten
- De khabar van inna is een los woord, een zin of een halve zin.
- Een voornaamwoord dat aan inna vastzit, is haar ism.
- Mā kāffa heft de werking van inna en zusters op; bij layta is beide toegestaan.
- Na opheffing mag het partikel voor een werkwoordszin staan, en blijven mubtadaʾ en khabar in de nominatief.
Bron: اللغة العربية (٢), les 17, vanaf p. 64.
Begrippen
- اسم إن ism inna · ism van inna
- de vroegere mubtadaʾ, in de accusatief (les 17, p. 64)
- خبر إن khabar inna · khabar van inna
- de vroegere khabar, in de nominatief (les 17, p. 64)
- ما الكافة mā al-kāffa · opheffende mā
- mā die de werking van inna en zusters opheft (les 17, p. 66)
- إنما innamā · slechts, alleen
- inna + mā kāffa (les 17, p. 66)
- ما الزائدة mā az-zāʾida · overbodige mā
- mā na layta waarbij layta blijft werken (les 17, p. 67)
- ظرف المكان ẓarf al-makān · bijwoord van plaats
- zoals amāma in laʿalla s-sayyārata amāma l-bayt (les 17, p. 65)