Het aanwijzend voornaamwoord#
Definitie. Een ism al-ishāra is een woord dat iets bepaalt doordat je ernaar wijst. Wat aangewezen wordt, kan iets tastbaars zijn (stoel, boek, pen) of iets abstracts (vreugde, haast, onrust). Voorbeelden uit de Koran:
- «dit is de schepping van Allah» (Luqmān 31:11);
- «dit is een vermaning» (al-Insān 76:29);
- «dat is de duidelijke triomf» (al-Jāthiya 45:30);
- «die steden, Wij vertellen jou hun verhalen» (al-Aʿrāf 7:101).
Vijf vormen naar getal en geslacht.
- Enkelvoud mannelijk: dhā, met het partikel van aandacht hādhā (hādhā ṭālibun muhadhdhab).
- Enkelvoud vrouwelijk: dhī, dhih, tī, tih, met hā-: hādhī, hādhih, hātī.
- Dualis mannelijk: dhāni / hādhāni (hādhāni jihāzāni jadīdān).
- Dualis vrouwelijk: tāni / hātāni (hātāni qiṣṣatāni gharībatān).
- Meervoud, mannelijk en vrouwelijk: ulāʾi / hāʾulāʾi: «jullie zijn het die van hen houden» (Āl ʿImrān 3:119) en «dit zijn mijn dochters» (Hūd 11:78).
Een meervoud van niet-redelijke wezens krijgt het enkelvoud vrouwelijk: hādhihi ashjār, tilka ʿaṣāfīr.
Dichtbij en veraf (ter kennisname).
- Dichtbij: hādhā, hādhihi, hādhāni, hātāni, hāʾulāʾi.
- Veraf: dhālika, dhāka, dhānika, tilka, tānika, ulāʾika.
Voorbeelden van veraf: «dat is het Boek, waaraan geen twijfel is» (al-Baqara 2:2), «en die steden hebben Wij vernietigd» (al-Kahf 18:59), «dat zijn twee bewijzen van je Heer» (al-Qaṣaṣ 28:32) en «dat zijn zij die op leiding zijn» (al-Baqara 2:5).
Voor een plaats gebruik je hunā of hāhunā (hier) voor dichtbij. Voor veraf zijn er hunāka, hunālika en thamma (daar). Voorbeelden van veraf zijn «daar werden de gelovigen beproefd» (al-Aḥzāb 33:11) en «als je daar kijkt» (al-Insān 76:20).
Verbuiging. Alle aanwijzende voornaamwoorden zijn vast (mabnī), behalve de dualisvormen hādhāni, hātāni, dhānika en tānika. Die verbuigen als een dualis, zoals in «dit zijn twee partijen die twisten» (al-Ḥajj 22:19) en «een van mijn twee dochters hier» (ibnatayya hātayni, al-Qaṣaṣ 28:27).
Oefening. In de oefening staat de hadith waarin de Profeet ﷺ naar zijn borst wees en zei: «De godsvrees is hier». Het boek noemt als bron Muslim.
Kernpunten
- Een aanwijzend voornaamwoord bepaalt iets door ernaar te wijzen, tastbaar of abstract.
- Er zijn vormen voor ev. m., ev. v., dualis m., dualis v. en meervoud.
- Een meervoud van niet-redelijke wezens krijgt het enkelvoud vrouwelijk.
- Dichtbij: hādhā, hunā; veraf: dhālika, tilka, hunāka, thamma.
- Alle vormen zijn vast behalve de dualisvormen.
Bron: اللغة العربية (٢), les 5, vanaf p. 28.
Begrippen
- اسم الإشارة ism al-ishāra · aanwijzend voornaamwoord
- bepaalt iets door ernaar te wijzen (les 5, p. 28)
- هاء التنبيه hāʾ at-tanbīh · hā van aandacht
- voorvoegsel hā- in hādhā, hādhihi (les 5, p. 28)
- أولاء ulāʾi · deze (mv.)
- voor een meervoud, mannelijk of vrouwelijk (les 5, p. 29)
- ثَمّ thamma · daar
- aanwijzing van een verre plaats (les 5, p. 30)
- مبني mabnī · vast, onverbuigbaar
- het woordeinde verandert niet met de naamval (les 5, p. 30)