PDF downloaden

Bron: Zad-reeks (سلسلة زاد العلمية), samengesteld door Zad Group. Dit is een studiesamenvatting, niet de tekst van het boek.

Eenheid 8: Behoedzaamheid (waraʿ)

Overzicht

Eenheid 8 · 2 lessen

Behoedzaamheid (waraʿ)

Twee lessen samen op één pagina

De betekenis van waraʿ en de basis in de soenna, het belang, uitspraken van de vroege generaties, de waraʿ van Abū Bakr, het verschil tussen zuhd en waraʿ, het gevaar van geen waraʿ, kennis en waraʿ, verhalen, en hoe men waraʿ bereikt.

Bron: Kitāb at-Tarbiya al-islāmiyya (2), Zad-reeks · p. 56–62

Je voortgang in dit hoofdstuk0%

Eenheid 8 in één kaart

Waraʿ: betekenis, belang en de weg ernaartoe.

WaraʿEenheid 8
  • Betekenis en basisles 14
    • laten wat schaadt
    • laat wat je doet twijfelen
  • Belangles 14
    • vrucht van het geloof
    • godsdienst is waraʿ
  • Zuhd en waraʿles 15
    • waraʿ laat wat schaadt
    • zuhd laat wat niet baat
  • De weg ernaartoeles 15
    • soenna
    • kennis toepassen
    • verboden mijden
    • onthechting

Het hoofdstuk in één oogopslag

  1. Waraʿ is de basis van de godsdienst en van gehoorzaamheid, en een teken dat iemand deugt.
  2. In de taal is waraʿ terughoudendheid; oorspronkelijk zich weerhouden van het verbodene, later ook van het toegestane.
  3. Ibn al-Qayyim: waraʿ is laten wat men vreest dat schade doet in het Hiernamaals.
  4. "Het hoort bij de goede islam van een mens dat hij laat wat hem niet aangaat" vat heel waraʿ samen.
  5. Waraʿ is een voorwaarde en een vrucht van het geloof; daarom stelden de geleerden het als voorwaarde voor een rechter.
  6. Zuhd is hoger dan waraʿ: waraʿ laat wat schaadt, zuhd laat ook wat in het Hiernamaals niet baat.
  7. Waraʿ vraagt kennis van ḥalāl en ḥarām; zonder kennis laat men soms plichten na en houdt dat voor waraʿ.
  8. Men bereikt waraʿ met de soenna, kennis toepassen, het verbodene mijden, onthechting, en wegblijven van wat waraʿ belet.

Lessen in dit hoofdstuk

  1. Les 14 · p. 56 Behoedzaamheid (al-waraʿ)
  2. Les 15 · p. 59 Waraʿ is de beste hulp bij aanbidding

Oefening van het boek op p. 62. Pagina 59 staat in het boek alleen ter kennisname. De Nederlandse weergave van verzen en hadith geeft de betekenis weer; het is geen vertaling.

Schema’s

Waraʿ en zuhd

Zoals in les 15, naar Ibn ʿUthaymīn.

VergelijkingWaraʿZuhd
Wat men laatwat schaadt in het Hiernamaalswat schaadt én wat niet baat in het Hiernamaals
Ranglager dan zuhdhoger dan waraʿ

Les 15p. 59

Uitleg

  1. Het belang van waraʿ

    Ṭāwūs zei: het geloof is als een boom; de wortel is de getuigenis en de vrucht is waraʿ; er is geen goed in een boom zonder vrucht, en geen goed in een mens zonder waraʿ. ʿUmar zei: godsdienst is niet het gemompel aan het eind van de nacht, maar godsdienst is waraʿ.

  2. De waraʿ van Abū Bakr

    al-Bukhārī overlevert van ʿĀʾisha dat een knecht van Abū Bakr hem iets bracht waarvan hij at. Daarna zei de knecht dat hij het verdiend had met waarzeggerij uit de Jāhiliyya, waarbij hij iemand bedroog. Abū Bakr stak zijn hand in zijn mond en braakte alles uit.

  3. Het gevaar van geen waraʿ (alleen ter kennisname)

    De Profeet ﷺ vertelde over mensen die komen met goede daden als de bergen van Tihāma, die Allah tot verstoven stof maakt, omdat zij Allahs verboden schonden als zij alleen waren.

    Meer uitleg

    Dit deel staat in het boek alleen ter kennisname.

  4. Kennis hoort bij waraʿ

    Abū s-Suʿūd zei dat behoedzaamheid voor Allahs verboden afhangt van kennis van ḥalāl en ḥarām uit Koran en soenna. Ibn Taymiyya zei over de onwetende: hij laat soms plichten na en doet verboden dingen, en houdt dat voor waraʿ.

  5. Verhalen over waraʿ

    De Profeet ﷺ gooide een dadel van zijn bed weg uit vrees dat het liefdadigheid was, en haalde een dadel van de liefdadigheid uit de mond van al-Ḥasan ibn ʿAlī. Zaynab bint Jaḥsh zei over ʿĀʾisha: ik bewaar mijn gehoor en zicht; Allah beschermde haar door waraʿ.

Kernpunten

DefinitieUit het boek

Waraʿ

  • laten wat men vreest dat schade doet in het Hiernamaals
  • twijfelachtige zaken mijden uit vrees in het verbodene te vallen
OnderscheidUit het boek

Waraʿ en zuhd

  • waraʿ: laten wat schaadt
  • zuhd: ook laten wat in het Hiernamaals niet baat
  • zuhd is hoger
OpsommingUit het boek

Hoe men waraʿ bereikt

  1. de soenna volgen en vernieuwing laten
  2. naar kennis handelen
  3. het verbodene mijden
  4. onthechting van de wereld
  5. wegblijven van wat waraʿ belet

Begrippen

الورع

al-waraʿ

Letterlijk: terughoudendheid; in de leer: laten wat men vreest dat schade doet in het Hiernamaals.

Ook: laten wat geen kwaad doet uit vrees te vallen in wat kwaad doet.

المشتبهات

al-mushtabihāt

Twijfelachtige zaken tussen het duidelijk toegestane en het duidelijk verbodene, die veel mensen niet kennen.

الحمى

al-ḥimā

Afgeschermde weide waar men niet mag weiden.

In de hadith van an-Nuʿmān ibn Bashīr.

الزهد

az-zuhd

Onthechting: laten wat in het Hiernamaals niet baat.

Volgens Ibn ʿUthaymīn hoger dan waraʿ.

Hadith

De hadith die in de lessen van dit hoofdstuk genoemd worden, met tekst en bronvermelding zoals in het boek.

  1. Overgeleverd door ʿAṭiyya ibn ʿUrwa as-Saʿdī

    «لا يبلغ العبد أن يكون من المتقين حتى يدع ما لا بأس به حذرا لما به بأس»

    De dienaar bereikt niet de rang van de godvrezenden tot hij laat wat geen kwaad doet, op zijn hoede voor wat kwaad doet

    Bron: at-Tirmidhī; hij noemde hem ḥasan

    Een basis voor waraʿ.

  2. Overgeleverd door al-Ḥasan ibn ʿAlī

    «دع ما يريبك إلى ما لا يريبك»

    Laat wat je doet twijfelen voor wat je niet doet twijfelen

    Bron: Aḥmad en an-Nasāʾī; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

  3. Overgeleverd door an-Nuʿmān ibn Bashīr

    «إن الحلال بين والحرام بين وبينهما مشتبهات لا يعلمها كثير من الناس، فمن اتقى المشتبهات استبرأ لدينه وعرضه، ومن وقع في الشبهات كراع يرعى حول الحمى يوشك أن يواقعه»

    Het toegestane is duidelijk en het verbodene is duidelijk, en daartussen zijn twijfelachtige zaken die veel mensen niet kennen. Wie de twijfelachtige zaken mijdt, vrijwaart zijn godsdienst en eer; en wie in twijfelachtige zaken valt, is als een herder die rond een verboden weide hoedt en er bijna in terechtkomt

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

  4. «من حسن إسلام المرء تركه ما لا يعنيه»

    Het hoort bij de goede islam van een mens dat hij laat wat hem niet aangaat

    Bron: at-Tirmidhī en Ibn Māja; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Heel waraʿ in één zin: in spreken, kijken, luisteren, grijpen, lopen en denken.

  5. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «يا أبا هريرة، كن ورعا تكن أعبد الناس»

    Abū Hurayra, wees behoedzaam, dan ben je de meest aanbiddende van de mensen

    Bron: Ibn Māja; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  6. Overgeleverd door Thawbān

    «لأعلمن أقواما من أمتي يأتون يوم القيامة بحسنات أمثال جبال تهامة بيضا، فيجعلها الله عز وجل هباء منثورا … أما إنهم إخوانكم ومن جلدتكم ويأخذون من الليل كما تأخذون، ولكنهم أقوام إذا خلوا بمحارم الله انتهكوها»

    Ik ken mensen uit mijn gemeenschap die op de Dag des Oordeels komen met goede daden als de bergen van Tihāma, wit; en Allah maakt ze tot verstoven stof … Het zijn jullie broeders, van jullie soort, en zij nemen van de nacht zoals jullie nemen; maar het zijn mensen die, wanneer zij alleen zijn met wat Allah verboden heeft, het schenden

    Bron: Ibn Māja; al-Albānī noemde hem ṣaḥīḥ

    Het gevaar van geen waraʿ. Uit een deel dat alleen ter kennisname is.

  7. Overgeleverd door Abū Hurayra

    «إني لأنقلب إلى أهلي فأجد التمرة ساقطة على فراشي، فأرفعها لآكلها، ثم أخشى أن تكون صدقة فألقيها»

    Ik kom thuis en vind een dadel op mijn bed; ik raap haar op om te eten, dan vrees ik dat het liefdadigheid is en gooi haar weg

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Uit de waraʿ van de Profeet ﷺ.

  8. «كخ كخ … أما شعرت أنا لا نأكل الصدقة»

    Bah, bah … weet je niet dat wij geen liefdadigheid eten?

    Bron: al-Bukhārī en Muslim

    Toen al-Ḥasan ibn ʿAlī een dadel van de liefdadigheid in zijn mond stak.

Personen

De personen die in dit hoofdstuk genoemd worden, en waarom.

Genoemd in de tekst

  • Ibn al-Qayyim al-Jawziyya

    ابن القيم

    Geleerde · gest. 751 AH

    Omschreef waraʿ: laten wat men vreest dat schade doet in het Hiernamaals.

  • al-Jurjānī

    علي بن محمد الشريف الجرجاني

    Geleerde · gest. 816 AH

    Omschreef waraʿ: twijfelachtige zaken mijden uit vrees in het verbodene te vallen.

  • al-Qarāfī

    شهاب الدين القرافي

    Geleerde · gest. 684 AH

    Omschreef waraʿ: laten wat geen kwaad doet, op zijn hoede voor wat kwaad doet.

  • ʿAṭiyya ibn ʿUrwa as-Saʿdī

    عطية بن عروة السعدي

    Metgezel

    Overleveraar van "de dienaar bereikt niet de rang van de godvrezenden tot hij laat wat geen kwaad doet".

  • al-Ḥasan ibn ʿAlī

    الحسن بن علي

    Metgezel

    Overleverde "laat wat je doet twijfelen"; nam als kind een dadel van de liefdadigheid.

  • an-Nuʿmān ibn Bashīr

    النعمان بن بشير

    Metgezel · gest. 65 AH

    Overleveraar van "het toegestane is duidelijk en het verbodene is duidelijk".

  • Ṭāwūs ibn Kaysān

    طاوس بن كيسان

    Geleerde · gest. 106 AH

    Zei: het geloof is als een boom; de wortel is de getuigenis en de vrucht is waraʿ.

  • ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb

    عمر بن الخطاب

    Metgezel · gest. 23 AH

    Zei: godsdienst is niet het gemompel aan het eind van de nacht, maar godsdienst is waraʿ.

  • Muṭarrif ibn ʿAbd Allāh ibn ash-Shikhkhīr

    مطرف بن عبد الله بن الشخير

    Geleerde · gest. 95 AH

    Zei: de betere van twee mannen is wie het behoedzaamst is voor wat Allah verbood.

  • Abū ʿAbd ar-Raḥmān al-ʿUmarī

    أبو عبد الرحمن عبد الله بن عبد العزيز العمري

    Geleerde

    Zei tegen wie om raad vroeg: zoveel waraʿ in je hart is beter dan het gebed van alle mensen op aarde.

  • Sufyān ath-Thawrī

    سفيان الثوري

    Geleerde · gest. 161 AH

    Zei: houd je aan waraʿ, dan maakt Allah je afrekening licht; en: ik heb nooit iemand met waraʿ gezien die niet behoeftig was.

  • Qutayba ibn Saʿīd

    قتيبة بن سعيد

    Geleerde · gest. 240 AH

    Zei: zonder Sufyān ath-Thawrī was waraʿ verloren gegaan.

  • Abū Bakr aṣ-Ṣiddīq

    أبو بكر الصديق

    Metgezel · gest. 13 AH

    Braakte voedsel uit toen hij hoorde dat het met waarzeggerij verdiend was.

  • ʿĀʾisha bint Abī Bakr

    عائشة بنت أبي بكر

    Metgezel · gest. 58 AH

    Vertelde over de waraʿ van Abū Bakr en getuigde van de waraʿ van Zaynab bint Jaḥsh.

  • Saʿīd ibn al-Musayyab

    سعيد بن المسيب

    Geleerde · gest. 94 AH

    Zei: aanbidding is behoedzaamheid voor wat Allah verbood en nadenken over Allahs zaak.

  • Muḥammad ibn Ṣāliḥ al-ʿUthaymīn

    محمد بن صالح العثيمين

    Geleerde · gest. 1421 AH

    Maakte onderscheid tussen zuhd en waraʿ, en noemde zuhd hoger.

  • Thawbān

    ثوبان

    Metgezel · gest. 54 AH

    Vroeg de Profeet ﷺ de mensen te beschrijven van wie de goede daden tot stof worden.

  • Abū s-Suʿūd

    أبو السعود

    Geleerde · gest. 982 AH

    Zei: behoedzaamheid voor het verbodene hangt af van kennis van ḥalāl en ḥarām.

  • Ibn Taymiyya

    ابن تيمية

    Geleerde · gest. 728 AH

    Zei over de onwetende: hij laat soms plichten na en doet verboden dingen, en houdt dat voor waraʿ.

  • Zaynab bint Jaḥsh

    زينب بنت جحش

    Metgezel · gest. 20 AH

    Zei in de lasteraffaire: ik bewaar mijn gehoor en zicht; bij Allah, ik weet alleen goeds over haar.

  • Abū Hurayra

    أبو هريرة

    Metgezel · gest. 57 AH

    Overleverde "wees behoedzaam, dan ben je de meest aanbiddende" en de hadith van de dadel.

  • al-Awzāʿī

    الأوزاعي

    Geleerde · gest. 157 AH

    Zei: niemand voert een vernieuwing in of zijn waraʿ wordt hem ontnomen.

  • Sahl ibn ʿAbd Allāh at-Tustarī

    سهل بن عبد الله التستري

    Geleerde · gest. 283 AH

    Zei: als de gelovige naar zijn kennis handelt, leidt die hem naar waraʿ.

  • ʿAbd Allāh ibn Masʿūd

    عبد الله بن مسعود

    Metgezel · gest. 32 AH

    Zei: vermijd wat je verboden is, dan ben je de behoedzaamste van de mensen.

Herhaling

Het belangrijkste vlak voor een toets

  • Waraʿ is laten wat men vreest dat schade doet in het Hiernamaals.
  • Wie twijfelachtige zaken mijdt, vrijwaart zijn godsdienst en eer.
  • Het hoort bij de goede islam dat je laat wat je niet aangaat.
  • Waraʿ vraagt kennis; zuhd is hoger dan waraʿ.
  • Men bereikt waraʿ met de soenna, kennis toepassen en het verbodene mijden.

Flitskaarten

Mijn favorieten

Tik op het sterretje bij een kaart om hem hier te bewaren.

Test jezelf

  1. Hoe omschreef Ibn al-Qayyim waraʿ?

  2. Volgens Ibn ʿUthaymīn is waraʿ hoger dan zuhd.

  3. Wat deed Abū Bakr toen hij hoorde dat het voedsel met waarzeggerij verdiend was?

  4. Wie zei: zonder Sufyān ath-Thawrī was waraʿ verloren gegaan?

Originele tekst

Deze pagina bundelt de lessen van het hoofdstuk. De volledige samenvatting per les, en de bladzijden in het oorspronkelijke boek:

  1. Les 14 Behoedzaamheid (al-waraʿ)

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 56–58

  2. Les 15 Waraʿ is de beste hulp bij aanbidding

    Samenvatting van de les · Bladzijden in het boek: p. 59

Het hele hoofdstuk in het oorspronkelijke boek: Kitāb at-Tarbiya al-islāmiyya (2), Zad-reeks · p. 56–62 p. 56

Dit is een studiehulp; het oorspronkelijke boek blijft de bron.